Schoonheid als functie

Design dat eigenlijk geen ander doel dient dan mooi staan te zijn in een hoekje – het mag gewoon weer....

Jeroen Junte

Nederlandse productvormgevers lijken het even zat. Geen gewichtige statements willen ze meer maken; geen commentaar geven op gelikt design door een verschroeide stoel te ontwerpen bijvoorbeeld. Moe zijn ze van de druk van de industrie om telkens maar weer efficiëntere producten te maken, die elkaar dan ook nog eens moeten afwisselen in een tempo dat zelfs de grote modehuizen zou doen duizelen. In duurzaamheid hebben ze even geen zin en zelfs van producten in kleine oplages lijken ze nu alweer te moeten gapen – terwijl deze trend amper een jaar oud is. ‘We willen gewoon weer mooie tijdloze dingen maken’, vat Kiki van Eijk dit gevoel samen in haar showroom op de Salone del Mobile, de jaarlijkse meubelbeurs in Milaan.

Blikvanger van haar nieuwe collectie is Domestic Jewels, bestaande uit een wandkleed, kamerscherm en chaise longue. En inderdaad, haar ‘sieraden voor de huiskamer’ hebben een tijdloze schoonheid. Ze zijn gemaakt in de werkplaats van het Textielmuseum in Tilburg. De ingenieuze weefsels hebben diverse patronen in reliëf en zijn uitgevoerd in opvallende materialen als vernikkelde wol. ‘Die sofa is eigenlijk meer ontworpen om naar te kijken dan om op te zitten.’

De sofa als een sierobject dat eigenlijk geen ander doel dient dan mooi staan te zijn in een hoekje – het mag gewoon weer. Natuurlijk waren ze er ook dit jaar weer op de meubelbeurs in Milaan – de statements (een porseleinen servies verankerd in beton, van wie anders dan Droog Design), het duurzaam design (zelfs het gelikte Italiaanse designlabel Cappellini produceert krukjes van gerecycled papier) en de gelimiteerde oplages (Vitra debuteert met limiteds van topontwerpers als Ron Arad met een uitgekiende marketingcampagne). Maar toch, wat echt opvalt, is dat ook schoonheid weer wordt omarmd als een functie. Niet alleen door Nederlandse ontwerpers overigens.

‘We hebben een eigentijdse collectie meubels met de uitstraling van antiek willen maken’, zegt Henry Neville, eigenaar van het vermaarde antiekhuis Mallett. In Milaan lanceert de Britse antiekhandelaar zijn nieuwe designlabel Meta. ‘Het aanbod antiek wordt steeds kleiner, maar de vraag wordt steeds groter. Daarom hebben we ontwerpers als de Nederlandse Tord Boontje en de Franse Matali Crasset gevraagd om modern antiek te ontwerpen.’

Dat hedendaags design gewild is onder antiekliefhebbers, is geen toeval. Eerder was eenzelfde trend te zien onder kunstverzamelaars, die door de torenhoge prijzen op de kunstmarkt de blik verlegden naar design. Design heeft tegenwoordig niet alleen de respectabele status van kunst, het wordt ook gezien als een veilige investering. Dat schoonheid dan zwaarder weegt dan functionaliteit spreekt voor zichzelf.

Met dit ‘modern antiek’ mikt Meta op een exclusieve doelgroep die wat te besteden heeft. De inloopkast van Boontje – opgebouwd uit 616 met de hand geëmailleerde blaadjes over een zijden voering –gaat rond de 600 duizend euro kosten. Toch is de collectie niet gelimiteerd; zelfs The fig leaf is gewoon te bestellen in de showroom in Bondstreet in Londen of die in Madison Avenue in New York. ‘Dat een ontwerp in een gelimiteerde oplage van tien wordt geproduceerd, is niet genoeg om de astronomische prijzen te rechtvaardigen. Mensen willen waar voor hun geld en kiezen voor de exclusiviteit van de toepassing van unieke materialen en technieken.’ Wel moet de koper over geduld beschikken. ‘De levertijd kan oplopen tot een half jaar.’

Dus kregen de ontwerpers een strikte opdracht mee van Meta: hun meubels moesten vervaardigd worden met traditionele materialen en productietechnieken. Crasset koos een metaal dat al tweehonderd jaar niet meer was gebruikt. Neville: ‘We hebben een monster van een antieke kandelaar laten analyseren door de universiteit van Oxford, waarna het opnieuw is vervaardigd.’ Crasset combineerde het obscure metaal met handgeblazen glas uit Venetië voor een oogverblindende lamp. ‘Deze kwetsbare meubels zijn niet bedoeld voor dagelijks gebruikt. Het zijn pronkstukken die een speciale plek in huis krijgen.’

Maar tijdloze schoonheid hoeft niet exclusief te zijn. Hella Jongerius laat in Milaan een serie decoratieve schalen zien die direct leverbaar zijn, en nog betaalbaar ook (vanaf 1250 euro). De Rotterdamse ontwerpster vervaardigde deze Shippo plates in samenwerking met Japanse ambachtslieden uit Nagoya. De keuze voor sierobjecten lag vervolgens voor de hand: ‘Het is een ode aan het emailleren, een eeuwenoude techniek die in Europa in onbruik is geraakt.’

Ook Nederland heeft inmiddels een designlabel dat uitsluitend pronkstukken produceert: T.E. (de initialen van oprichter en samensteller Thomas Eijk). Na een serie tinnen sierobjecten presenteert T.E. dit jaar producten van het ontwerpduo Scholten & Baijings, waaronder een tafelkleed van damast en handgeblazen glazen karaffen. De blikvanger is een fragiele schaal, bestaande uit een weefsel van vijfhonderd meter wilgenteen van 3 millimeter dik. ‘Op zo’n schaal van wilgenhout gooi je niet je autosleutels als je binnenkomt’, zegt ontwerpster Carole Baijings. ‘Het is vooral een conversation piece, iets wat je op tafel zet om een gesprek op gang te helpen. In de Gouden Eeuw waren zulke pronkstukken heel gewoon.’

Het meest pronkzuchtig van alle pronkstukken in Milaan, waren zonder twijfel de Pyramids of Makkum, een collectie tja, vazen?

‘Voor het Rijksmuseum hebben we 17de-eeuwse bloempiramides gerestaureerd. Vervolgens hebben we vier Nederlandse ontwerpers opdracht gegeven om eigentijdse replica’s van deze verzamelaarstukken te maken’, zegt Jan Tichelaar van aardewerkproducent Koninklijke Tichelaar Makkum.

De ruim anderhalve meter hoge vazen werden destijds gebruikt om een grote diversiteit aan bloemen te etaleren. Maar zelfs die functie lijkt in de eigentijdse interpretaties over boord gezet. Studio Job gebruikt delicaat gouden glazuur voor zijn piramide. De assemblage van modeontwerper Alexander van Slobbe bevat een flesje van zijn parfum en een sierlijke doos mét jurk. De piramide van Hella Jongerius is zelfs bedoeld om aan de muur te hangen. Toch dienen deze vazen naast hun pronkerige voorkomen wel degelijk een praktisch doel, meent ontwerper Jurgen Bey. ‘Wie een vaas koopt, doet een investering in kennis. Voor dit project zijn tal van oude technieken hergebruikt en daarmee onttrokken aan de vergetelheid.

Voor Bey was het ontwerpen van een eigentijdse bloemenvaas vooral ‘een unieke gelegenheid om zeer verhalend te ontwerpen’. Hij voorzag zijn piramide – die bestaat uit vier losse, gestapelde vazen – van afbeeldingen die symbool staan voor het behoud van oude ambachten. Een van de vazen is een huis-, tuin- en-keukenemmer van aardewerk met persoonlijke informatie over de ambachtslui van Tichelaar, zoals uiterlijke kenmerken en hun namen. Een replica van een waterbak met knijper voor de dweil is voorzien van een afbeelding van een ruimtesonde en een capsule met informatie die verstuurd zou kunnen worden om eventueel buitenaards leven van onze oude technieken op de hoogte te stellen, mocht de aarde eens vergaan.

‘De grote wereldproblemen los je niet op met het maken van een vaas’, zegt Bey. ‘Je kunt je ideeën daarom net zo goed tot in het extreme doorvoeren. Het zijn voorwerpen om te bewonderen.’

Meer over