'Schone' jurk soms schone schijn

Amsterdam Kleren kopen zonder je geweten te belasten is niet eenvoudig. Veel keurmerken die zouden moeten garanderen dat kleding onder fatsoenlijke arbeidsomstandigheden is gemaakt, maken die pretentie niet waar....

Van onze verslaggeefster Yvonne Hofs

Tja, daar sta je dan, als goed bedoelende consument. Die leuke blouse in de uitverkoop kun je eigenlijk niet laten hangen, hoewel je op je klompen aanvoelt dat die in elkaar is gezet door een zwaar onderbetaalde loonslavin in een Chinees naaiatelier. Want een blouse die maar 15 euro kost, kan natuurlijk niet kosjer zijn.

Bijna alle kleding die in de Europese winkels te koop is, wordt in Azië gemaakt. Van die invoer komt 44,7 procent uit China. Turkije, Bangladesh en India zijn de andere drie grote leveranciers van westerse mode. Europeanen en Amerikanen betalen relatief weinig voor hun kleding omdat de productie plaatsvindt in lagelonenlanden, waar men het niet zo nauw neemt met werknemersrechten. Vakbonden bijvoorbeeld zijn in China verboden. De eeuwige uitverkoop in Nederlandse modewinkels is, volgens actiegroepen als Schone Kleren Campagne, een fenomeen dat nauw samenhangt met extreem lange werkweken en hongerlonen voor kwetsbare jonge vrouwen in het Verre Oosten.

Het recept om een knagend geweten te voorkomen, ligt voor de hand: alleen dure kleding kopen. Een spijkerbroek van meer dan 100 euro moet haast wel oké zijn. Maar dat is niet zo. Merkkleding is niet per definitie arbeidersvriendelijk geproduceerd. Zo liggen Ralph Lauren en Tommy Hilfiger onder vuur omdat ze weigeren iets te doen aan de gevaarlijke werkomstandigheden bij een van hun leveranciers in Indonesië.

Op een keurmerk kunnen consumenten in gewetensnood ook al niet afgaan. Sinds medio jaren negentig is er een wirwar aan keurmerken in het leven geroepen, die moeten waarborgen dat kleding mensvriendelijk wordt gemaakt. Het grootste deel ervan maakt die claim echter niet waar, omdat het bijbehorende controlesysteem niet deugt, of de voorwaarden te slap zijn (zie onder). Bij de meeste keurmerken heeft de kledingindustrie een flinke vinger in de pap. Sommige labels zijn er meer om de kledingindustrie een alibi tegen verwijten te verschaffen, dan om echt iets aan de arbeidssituatie te verbeteren.

Dat geldt niet voor het keurmerk van de Fair Wear Foundation (FWF). Ook dat is geen honderd procentsgarantie op ‘schone’ kleding, maar het komt wel een eind in die richting. Het FLA-keurmerk is wat betrouwbaarheid betreft een goede tweede. Op de site van deze organisaties staat welke merken erbij zijn aangesloten.

Naast het aanpassen van hun koopgedrag kunnen bezorgde consumenten nog meer doen, zegt een FWF-woordvoerster. ‘Vraag in de winkel naar de productiemethoden van je favoriete kledingmerk. Hoe meer klanten erover beginnen, hoe sneller het tot de merken doordringt dat ze hun beleid moeten aanpassen als ze bij de klant in de gratie willen blijven.’

BSCI Het Business Social Compliance Initiative is een gedragscode die in 2004 door de Europese detailhandel is opgesteld. De normen van de BSCI zijn niet heel streng. Controle op de arbeidsomstandigheden in fabrieken gebeurt door de kledingindustrie zelf. Er zijn geen onafhankelijke partijen als vakbonden en ngo’s bij betrokken. Het BSCI-label biedt enige garantie dat er geen kinderarbeid aan te pas is gekomen. Verder zegt het eigenlijk weinig.

WRAP Deze afkorting staat voor Worldwide Responsible Apparel. Dit label, dat in 2000 door de kledingindustrie in het leven werd geroepen, stelt nog minder voor dan BSCI. Volgens vakbonden en ngo’s is het WRAP-keurmerk hoofdzakelijk bedoeld om keurmerken met strengere regels de wind uit de zeilen te nemen. Fabriekscontroles bij WRAP-bedrijven zijn vaak aangekondigd en de leverancier in het lagelonenland moet deze zelf betalen.

SAI/SA 8000 Social Accountability International (sinds 1997) is een iets strengere norm dan WRAP en BSCI. De bedrijfscontroles zijn in principe grondiger en vinden plaats met inbreng van vakbonden of andere werknemersorganisaties. Het label is opgezet door een ngo, niet door de kledingindustrie. Er wordt niet alleen naar hygiëne en kinderarbeid gekeken, maar ook naar overuren en salarissen. Helaas is in de praktijk gebleken dat het label allesbehalve waterdicht is. In SA 8000-bedrijven zijn meer dan eens onregelmatigheden aangetroffen. Het Indiase bedrijf KPR Mill, dat door de Volkskrant werd bezocht en zijn werkneemsters pas na drie jaar uitbetaalt, is SA 8000-gecertificeerd.

ETI Het Ethical Trading Initiative is een Britse alliantie van bedrijven, ngo’s en vakbonden die in 1998 het levenslicht zag. Bedrijven die zich bij de alliantie aansluiten, moeten voor hun leveranciers in lagelonenlanden verbeterprogramma’s opstellen en zich onderwerpen aan onafhankelijke controles op de gemaakte vorderingen. Het ETI is niet zozeer een keuringsinstantie als wel een organisatie voor kennisuitwisseling. Echte garanties biedt ook dit label niet, maar de intenties zijn goed.

Made-By ‘Fashion with respect for people and planet’, is de slogan van dit label. Het voordeel van Made-By is de transparantie. Consumenten kunnen op internet precies zien hoe de aangesloten merken zich gedragen wat betreft sociale verantwoordelijkheid en milieu. Een groot nadeel is echter dat het label verder geen duidelijke criteria heeft voor het lidmaatschap. Een bedrijf kan heel slecht presteren, en toch lid blijven, mits het zijn prestaties maar openbaar maakt. Het spijkerbroekenmerk Kuyichi scoort bijzonder slecht op sociale verantwoordelijkheid. Dus hoeveel ‘respect for people’ dit merk heeft, is de vraag. Kuyichi maakt ondertussen wel goede sier met het blauwe knoop-logo.

Fair Trade/Max Havelaar Het bekende Max Havelaar-keurmerk is de Nederlandse variant van het internationale Fair Trade-keurmerk. Max Havelaar komt op voor de rechten van producenten als boeren en ambachtslieden. Een Max Havelaar-keurmerk op kleding betekent dat die van milieuvriendelijk verbouwd katoen is gemaakt en dat de katoenplanter er een goede prijs voor heeft gekregen. Het Fair Trade-merk is geen label dat iets zegt over de arbeidsomstandigheden van loonslaven in sweatshops.

Fair Labor Association Bij de FLA zijn voornamelijk Amerikaanse bedrijven aangesloten. Deze club uit 1999 legt, met de Fair Wear Foundation, de zwaarste normen op aan kledingfabrikanten. In tegenstelling tot de FWF hanteert de FLA het wettelijk minimumloon als salarisondergrens. De FWF gaat uit van een ‘leefbaar loon’, een salaris waarmee een gezin in zijn basisbehoeften kan voorzien.

Fair Wear Foundation Van kleding die dit label draagt, is de kans het grootst dat de fabricage zonder uitbuiting heeft plaatsgevonden. De FWF werkt intensief samen met vakbonden en ngo’s in de productielanden en heeft geen banden met de kledingindustrie. Helaas kan ook dit keurmerk geen garantie van honderd procent bieden, maar het is wel een betere waarborg dan de meeste andere keurmerken. Op dit moment zijn er alleen kleinere kledingmerken bij aangesloten. De FWF bestaat sinds 1999.

Meer over