Bellen metverslaggever Noël van Bemmel over Slag om Chora

Schond Nederland het oorlogsrecht tijdens de slag om Chora: ‘De tol was hoog: 50 tot 80 burgerdoden’

Gebruikten Nederlandse militairen te veel geweld bij de slag om de Afghaanse Chora-vallei in juni 2007? Die vraag staat vandaag centraal in de Haagse rechtbank. Volkskrant-verslaggever Noël van Bemmel is erbij.

Nederlandse militairen bezoeken Qal 'eh-ye Ragh na het bombardement in de Chora-vallei. Beeld Noel van Bemmel
Nederlandse militairen bezoeken Qal 'eh-ye Ragh na het bombardement in de Chora-vallei.Beeld Noel van Bemmel

Wat staat er vandaag op het spel, Noël?

‘Voor het eerst kijkt een rechter naar de Slag om Chora. Dat is een slag die 14 jaar geleden in Afghanistan is uitgevochten. Advocaat Liesbeth Zegveld, die vier nabestaanden bijstaat, stelt dat Nederland bij de bombardementen excessief geweld heeft gebruikt waardoor er veel burgerdoden zijn gevallen. Volgens haar hebben Nederlandse militairen het oorlogsrecht geschonden.’

Wie zijn haar cliënten?

‘Het gaat om vier inwoners uit het dorpje Qala-e-rhag. Zij woonden in 2007 in de vallei in een wooncomplex tussen de amandelbomen en wintertarwevelden. Hun huizen zijn in de nacht van 16 op 17 juni helemaal platgebombardeerd. Hierbij zijn in hun dorp ten minste 15 mensen omgekomen.’

Wat gebeurde er precies 14 jaar geleden?

‘De feiten staan niet ter discussie. Er zaten destijds zo’n 150 Nederlandse militairen in de Chora-vallei om ontwikkelingsprojecten te beschermen. Op zaterdag 16 juni 2007 werden Afghaanse politieposten die die vallei moesten beschermen, aangevallen door zo’n 350 tot 1.000 Taliban-strijders. Toen drie politieposten waren gevallen, belde de compagniescommandant met het hoofdkantoor. Dat was rond 19 uur ‘s avonds en hij vroeg: hoeveel is Chora ons waard?

‘De Nederlanders zeggen dan: we kunnen onszelf wel in veiligheid brengen, maar vrezen dat de Taliban wraak zal nemen op de burgers. Deze burgers hebben namelijk samengewerkt met de Nederlanders. Er kwamen her en der al meldingen binnen van moordpartijen.

‘Zegveld vraagt zich af of die meldingen wel serieus waren, en of de Nederlanders die meldingen wel hebben gecontroleerd.

‘Volgens de militairen stond er veel op het spel die dag. Ze vreesden voor de veiligheid van de burgerbevolking, maar ook de geloofwaardigheid van de missie stond op het spel. Bovendien speelde het Srebrenica-trauma mee. Ook de compagniescommandant was daar destijds geweest.

‘Al snel werd besloten om in de tegenaanval te gaan. Daarbij werden F16’s gebruikt om te bombarderen, maar ook een Houwitser. De militairen belden met lokale machthebbers om de burgerbevolking te waarschuwen, om te zorgen dat zij zouden vluchten. Die berichten hebben veel bewoners alleen niet bereikt.

‘Nederland gebruikte hele zware wapens, met een Houwitser schiet je op 30 kilometer afstand en je schiet eigenlijk altijd naast je doel. Er was bovendien geen artillerie-waarnemer. En ook de informatie over waar de Taliban zich bevond, was al uren oud. Er gingen die nacht dus bommen en granaten blind die kant op.

‘Na vier dagen strijd waren er 250 doden gevallen, onder wie 50 tot 80 burgerdoden en één Nederlander. Dus de tol was hoog.’

Jij bent destijds zelf in die vallei geweest. Hoe reageerden de bewoners toen?

‘Ik ben daar twee maanden na de aanval geweest. Nederland trok na de Slag om Chora een kwart miljoen dollar uit om de schade te vergoeden. Ik was erbij toen een deel van de schade werd uitbetaald. De Afghanen die ik toen sprak zeiden het te betreuren dat hun huizen kapot waren geschoten en dat ze familie kwijt waren geraakt. Maar ze zeiden ook dat ze de Nederlanders wel begrepen.’

Wat verwacht je van de rechtszaak?

‘Na de bombardementen zijn er verschillende onderzoeken geweest. En hoewel er wel discussie was, bijvoorbeeld of de inzet van een Houwitser niet in strijd was met het oorlogsrecht, was telkens de conclusie dat Nederland het oorlogsrecht niet heeft geschonden.

‘En dat klinkt raar als je je realiseert wat de schade is geweest. Onschuldige burgers die rustig lagen te slapen in hun huizen, zijn het slachtoffer geworden. Maar het oorlogsrecht is heel ruim: er wordt niet gekeken of de aanval terecht was, maar of er een doel was met een militair belang en of de commandant voldoende heeft gedaan om burgerdoden te voorkomen. De militairen zeggen hierover: wij hebben lokale machthebbers gebeld om burgers te waarschuwen. Maar Zegveld zegt: Nederland heeft niet gecontroleerd of die berichten de burgers ook bereikten.

‘Dus het is interessant dat nu voor het eerst een rechter gaat beoordelen of het oorlogsrecht geschonden is.’

Hoe lang gaat de zaak duren?

‘Er is één dag voor uitgetrokken. Ik weet niet precies wat we kunnen verwachten zo, en wanneer er uitspraak komt. Mogelijk zegt de landsadvocaat straks dat de zaak verjaard is, en staan we zo weer allemaal bij het koffieapparaat.’

Meer over