Scholieren

Harderwijk. Elf uur 's ochtends. In de stationsrestauratie zitten drie meiden aan een tafel. Middelbare scholieren. De tafel is bezaaid met pakjes shag, agenda's, draagbare telefoons, walkmans, blikjes cola....

De restauratie maakt een troosteloze indruk. Het meubilair is gebutst en versleten, de geur van de zware shag en frituurvet is er niet meer uit te krijgen. Nog een jaar, misschien twee jaar, en de restauratie wordt opgeheven.

Een trein raast voorbij.

Buiten, aan de straatkant, staat een blond meisje bij een bushalte. Ze draagt een spijkerpak en witte schoenen met dikke plateauzolen. De pijpen van haar broek zijn kort, haar bleke enkels steken er kwetsbaar onderuit.

De zon schijnt.

Aan de overkant ligt, op de hoek met de Stationslaan, café Stoppels. Het terras zit vol groepjes scholieren. Sommigen drinken thee, anderen eten uit hun broodtrommel. De meesten lummelen zoals alleen middelbare scholieren lummelen kunnen.

In het café is het donker, aan de bar staat een dikke haag jongens en meiden. Er speelt harde rock. In de hoeken flikkeren de lichtjes van flipperkasten en gokautomaten. Er wordt geschreeuwd.

Elf uur 's ochtends.

Op het terras staat een jongen op. Hij is klein, maar misschien komt dat door zijn rugzak die nogal groot is. Hij loopt weg, in de richting van het station. Een paar meiden roepen hem iets na. Hij draait zich niet om. Van achteren lijkt hij een rugzak op korte benen.

Het meisje bij de bushalte ziet hem komen. Ze weet even niet wat ze ermee aan moet, maar dan leunt ze nonchalant tegen de paal van de halte. Dat ziet er goed. De jongen houdt vlak voor haar halt. Hij wil van wal steken, maar het lukt niet. Het meisje lacht. De jongen haalt zijn schouders op. Dat valt nog niet mee met zo'n zware rugzak.

Vanaf het terras komen twee meiden aangeslenterd. De een heeft het druk met haar kauwgum, de ander loopt te sms-en. Het is onduidelijk of ze poolshoogte komen nemen of onderweg zijn naar de stationsrestauratie. Ze worden gevolgd door twee slungelige jongens die elkaar voortdurend aanstoten. Ze dragen afzakkende broeken en vale T-shirts. Uiteindelijk verdwijnt de groep in het station.

De twee bij de bushalte slaan ineens een hele fase over en zoenen. De jongen moet daarbij op zijn tenen staan, en het meisje moet het hoofd buigen, maar voor de rest ziet het er serieus genoeg uit om besmuikt de andere kant op te kijken.

Er rolt een stoptrein het station binnen.

Een streekbus komt de hoek om.

De club die zojuist het station binnen ging, komt naar buiten, eerst de meiden, dan de jongens. Ze sloffen terug naar het café, het ene meisje nog altijd over haar gsm gebogen. De ander eet een Twix en de jongens erachter stoten elkaar weer aan.

Het vrijende stel houdt ermee op. Het meisje in haar goedkope, lichtblauwe spijkerpak steekt de straat over. Aan de overkant draait ze zich om en gooit een kushandje naar de jongen met de zware rugzak. Glunderend loopt hij naar het station .

Meer over