Scholen verwaarlozen kennis van Europa

Afzwaaiende leerlingen van de middelbare school hebben weinig reden tot feestvieren, want ze hebben nauwelijks iets geleerd over Europa. Dat is slecht voor de Europese democratie, betoogt Bob van den Bos....

Afgelopen dinsdag werd het eindexamen geschiedenis afgenomen. Als Europees politicus was ik nieuwsgierig naar de op gaven. Een van de examenonderwerpen betrof immers 'De Nederlandse politiek tussen 1950 en 1990'. In deze periode kwam de Europese Unie tot stand waardoor de Nederlandse politiek ingrijpend is veranderd.

Ik ben geschrokken: geen woord over Europa. De leerlingen worden wel uitputtend ondervraagd over de katoenindustrie in het 19e eeuwse Engeland, maar hoeven blijkbaar niets over de EU te weten.

Nader onderzoek over wat jongeren nu precies over Europa leren, liet mij zien dat de EU in het programma van het hele voortgezet onderwijs nauwelijks voorkomt. Hoe is dat nu mogelijk? Het onderwijs heeft toch mede ten doel kinderen zich te laten orieren op de wereld en ze op te voeden tot democratisch burger? Het ministerie van Onderwijs heeft blijkbaar over het hoofd gezien dat de maatschappij de afgelopen decennia ingrijpend is veranderd.

Er is geleidelijk steeds meer macht van Den Haag naar Brussel verschoven. Al meer dan de helft van onze wetten komt uit Brussel. Toch zijn de kerndoelen staatsinrichting in de basisvorming uitsluitend gericht op het functioneren van de Nederlandse democratie. We leren onze kinderen nog steeds dat de wetgevende macht exclusief in Den Haag zetelt. Dan is het niet vreemd dat mensen geen flauw idee hebben waar het bij de Europese verkiezingen om gaat. De verwachte lage opkomst zal mede de schuld zijn van het onderwijs in Nederland.

Er zijn natuurlijk docenten die de EU wel behandelen. Maar dat is op eigen initiatief. Nergens voorziet het programma van het voortgezet onderwijs in een degelijke basiskennis van de Europese Unie voor alle leerlingen. In het vmbo is de positie van de vakken geschiedenis en staatsinrichting sterk verzwakt. Dit maakt de kans dat Europa echt serieus aan bod komt klein. Op het havo en vwo is Europese integratie slechts een vrijblijvend keuze-onderdeel in het schoolexamen geschiedenis. Daarnaast komt in het vwo Europa alleen aan de orde binnen het profiel 'Cultuur en Maatschappij' en dan niet eens als verplicht onderdeel.

Als straks de eindexamenfeesten beginnen heeft niet afgezwaaide vmbo-er enig benul van Europa, een enkele havo-leerling en slechts een handjevol vwo-geslaagden. Dat is geen echte reden tot feestvieren.

Zeker niet als men bedenkt dat het voornemen van mensen om te gaan stemmen op de eerste plaats wordt beloed door politieke kennis, zoals door de universiteit van Leiden is onderzocht. Wie meer weet raakt bovendien meer geeresseerd.

Politieke kennis kan echter onmogelijk alleen door politici en journalisten worden overgebracht. Bij bijna elk bericht over Europa moet nu eerst uitleg worden gegeven over hoe de instituties werken. Een reden waarom veel nieuws uit Europa de krantenkolommen niet haalt - laat staan de radio of televisie. Om te begrijpen hoe we nu bestuurd worden, is elementaire kennis over Europa nodig - net zoals over de Nederlandse Tweede Kamer en Ministerraad.

In de kerndoelen voor de basisvorming zou naast Nederlandse staatsinrichting ook de Europese Staatsinrichting opgenomen moeten worden. En hoewel het verplichtende karakter van de kerndoelen zojuist is afgeschaft, zou voor staatsinrichting een uitzondering gemaakt moeten worden. Dit raakt het hart van onze democratie. Staatsinrichting - en die van Europa al helemaal - is inderdaad ingewikkeld. Dat maakt onderwijs erover alleen maar belangrijker.

Het geschiedenisonderwijs zal in 2007 worden herzien. De plannen die er nu liggen voorzien in een vast oriatiekader van historische kennis waarover de leerlingen moeten beschikken. Zeer terecht staat burgerschap hierbij centraal. Het Europese burgerschap moet hier een prominente plaats krijgen.

Daarnaast hoort Europa thuis in het vak maatschappijleer dat alle leerlingen in de tweede fase krijgen. Hierbij moet duidelijk gemaakt worden dat de EU hele concrete gevolgen heeft voor het dagelijks leven. Geen lessen over abstracte politiek ver weg, maar over het hier en nu van Europa.

In afwachting van deze veranderingen is het nu al belangrijk om direct in actie te komen.

Docenten zouden massaal nascholingsprogramma's over Europa moeten volgen. Schoolklassen zouden gesubsidieerd moeten worden om een bezoek te brengen aan de Europese instituties. Europarlementsleden willen daar graag bij helpen - maar zij kunnen die taak niet alleen aan. Die taak ligt op de eerste plaats bij het onderwijs.

Natuurlijk kan men het Europese integratie proces toejuichen of verwerpen, maar niet negeren. In elk geval moeten democratische burgers in staat gesteld worden zich hierover een oordeel te vormen. Het Nederlands onderwijs schiet in dit opzicht ernstig tekort. Geschiedenis en maatschappijleer bereiden nieuwe generaties voor op een achterhaalde werkelijkheid.

Meer over