Schnabbel-onkosten

Fiscale rechters en hoogleraren zijn gewild als sprekers op seminars en trainingen, en als redacteur van vakbladen. Sterren uit dit schnabbelcircuit als Aardema, Rensema, Van Ballegooijen of Stevens hebben gemeen dat zij neveninkomsten combineren met een vaste werkkring....

Voortaan kunnen de hooggeleerde bijklussers toch een vaste onkostenvergoeding ontvangen van hun opdrachtgever. Aan zulke vaste algemene onkostenvergoedingen voor mensen met neveninkomsten leek de Oort-wetgeving in 1990 nu juist een eind te hebben gemaakt. De nieuwe regeling hield in dat onkosten voor deze groep alleen konden worden vergoed op basis van declaraties.

Dat nieuwe regime trof ook de talloze stichtings- en verenigingsbestuurders. Zij werken voor het goede doel, niet voor eigen gewin. Toch moesten ook zij voortaan hun onkosten declareren. Anders was de vergoeding belast, en moesten zij op hun schaars betaalde activiteiten nog geld toeleggen.

Vlak voor de zomer hebben de rechters van de Hoge Raad hun in nood geraakte collega's de helpende hand toegestoken. Het is niet nodig dat de onkosten door de bijverdiener ook werkelijk worden gedeclareerd, zo oordeelden zij, de duidelijke bedoeling van de wetgever aan de kant vegend. Deze laatste vat de declaratie-eis op als een plicht om in voorkomende gevallen aan te tonen dat de vergoeding geldt voor werkelijke onkosten.

Ook nog de plicht opleggen om papieren in te vullen, vonden de rechters teveel van het goede. De klussende fiscalisten en de talloze bestuurders kunnen dus zonder papierwerk hun onkostenvergoeding genieten. De zwarte piet ligt bij de fiscus: die zal in de toekomst weer per individueel geval moeten nagaan of een algemene kostenvergoeding is genoten en of deze redelijk is.

In ons door seminars, congressen, stichtingen en verenigingen overbevolkte land is dat een echte mission impossible.

Ewoud Lietaert Peerbolte

De auteur is fiscaal jurist en uitgever.

Meer over