Schippers' mallemolen is verleden tijd

De tram ratelt, Kitty Courbois sjeest op een fiets voorbij, glasbak en telefooncel zijn levensecht nagebootst, op straat schuifelen toeristen, drugverslaafden en gesluierde vrouwen, café Modern heeft volledige vergunning, de supermarkt doet Pampers in de aanbieding, stoplichten en parkeermeters doen het echt....

Het beginbeeld van de voorstelling Zonder Titel is overrompelend. Alles beweegt en beweegt nog eens, op een groot videoscherm zien we de stad zelf, op het podium ervoor haar bewoners, in een wervelende choreografie van dagelijkse rituelen: zitten, eten, lopen, slenteren, praten. Uit de menigte maken drie personages zich los: een Amsterdamse jongeman (Roeland Fernhout) en twee Engelse toeristen (Kees Hulst en Jacqueline Blom). Zij vragen hem de weg, hij geeft antwoord, een gesprek begint, een toneelstuk vangt aan, de kermis van Wim T. Schippers kan beginnen.

Zonder Titel is een carrousel vol uiteenlopende types die ook weer verschrikkelijk op elkaar lijken, absurde verhaallijnen, rare wendingen, ellenlang uitgesponnen taalvirtuositeit en het herhaaldelijk kantelen van de werkelijkheid. Schippers schreef Zonder Titel in opdracht van Toneelgroep Amsterdam (TGA). De groep zou het stuk al eerder opvoeren, maar vanwege allerlei praktische bezwaren ging het toen niet door. Nu wordt het gespeeld als een soort afscheid van TGA-oude stijl.

Het werd een avondvullend stuk in de traditie van televisieseries als We zijn weer thuis en Op zoek naar Jolanda. Vanuit een klein voorval (de jongeman vraagt aan de Engelse toeristen of zij hem willen adopteren) komt een stoet aan personages in beweging, die in dit toneelstuk van bedrijf naar bedrijf draven: echte ouders, nep-ouders, vriendinnetje, geheime minnaar van vriendinnetje, politieagenten, dokters, verpleegsters, een clini-clown.

Zonder Titel is bij vlagen zeer geestig, maar helaas vaker langdradig en gewoon niet leuk genoeg. Schippers heeft zijn mallemolen opgetuigd met een motto: 'Waarom is er niet niks?', en dat leidt tot bespiegelingen over uitgebluste huwelijken, kinderloosheid, het zoeken naar open armen, een te volle stad en filosofie tjes over de betekenis van dood zijn en weer opstaan. Maar het is allemaal te veel en tegelijk te mager. Scènes duren veel te lang, alsof zes afleveringen van een televisieserie op één avond aan elkaar zijn geplakt.

Regisseur Titus Muizelaar heeft zijn spelers weliswaar aan een strak tempo onderworpen, maar fnuikend is de hang naar virtuositeit van zijn acteurs. De leukste Schippers-types werden gespeeld in de beste tradities van het oprechte dilettantisme: Dolf Brouwers als Sjef van Oekel, Harry Touw als Fred Haché, Mimi Kok als Gré Braadslee. De spelers van TGA zijn zich te veel bewust van hun vakmanschap om zich volledig aan Schippers over te geven. Alleen Roeland Fernhout met zijn oprechte verbazing komt een heel eind, en Pierre Bokma is als de vunzige dokter zelfs superieur. Bokma is zelden als komediant te zien, maar hier is hij een rasechte komiek die de kunst van de overdrijving niet toepast om leuk te doen, maar om leuk te zijn.

Het decor van Jaap de Groote waarin een glasbak volkomen vanzelfsprekend een ziekenhuisbed wordt en het kap- en grimewerk zijn in Zonder Titel de grootste blikvangers. Het zijn getrouwe weergaven van die oude Wim T. Schippers-tv-programma's die laatst werden herhaald in Weerzien op 3. Nu Schippers een nieuw stuk heeft geschreven, wordt duidelijk dat die tijd voorbij is, en dat zijn werk nostalgie is geworden, of misschien wel camp. Dolf Brouwers en Mimi Kok samen op een bankje in het Willy Dobbe-plantsoen, het is voltooid verleden tijd.

Meer over