Schipperen tussen twee werelden

Oud-prof Filip Dewulf voorspelt dat België de oude hiërarchie in het vrouwentennis de komende maanden al zal herstellen. 'De Russinnen spelen machinaal, Henin en Clijsters zijn boven de rest verheven.'..

Zelfs met een ingepakte knie plaatste Kim Clijsters zich gisteren moeiteloos voor de vierde ronde op Roland Garros. Morgen legt de 22-jarige Vlaamse haar eerste examen af tegen Lindsay Davenport in de wetenschap dat de Amerikaanse nummer een van de wereld in Parijs nog geen fatsoenlijke partij heeft gespeeld. Volgens oudprof Filip Dewulf zal België de oude hiërarchie in het vrouwentennis snel herstellen.

'Henin en Clijsters zijn boven de rest verheven', zegt Dewulf, die in 1997 de halve finales op Roland Garros bereikte en zijn landgenoten sinds vorig jaar volgt als journalist van het Belgische dagblad Het Laatste Nieuws. 'Zij spelen mannelijk vrouwentennis. Moet je eens zien hoe Justine en Kim glijden op gravel, dat kunnen er niet veel.

'Alleen een fitte Serena Williams kan de Belgische meisjes op snelle banen nog aan flarden slaan. Henin staat een stapje hoger dan Clijsters, omdat ze de technische perfectie nadert. Bovendien heeft ze in Carlos Rodriguez een coach, die haar voortdurend stimuleert om het beste uit zichzelf te halen.'

De Russische revolutie is dan ook van tijdelijke aard, meent Dewulf. 'Die Russische meisjes hebben niets speciaals. Ik vind hun spel erg machinaal. Ze kunnen duizend ballen terugbrengen. Maar allemaal op dezelfde hoogte en in dezelfde richting. Enige creativiteit is ver te zoeken. Het viel me ook op bij Sjarapova, terwijl zij toch de beste van de Russinnen is.'Op gravel heeft ze moeite om een tactiek te verzinnen. Nu probeert ze af en toe een dropshot te slaan. Verder heeft Sjarapova niets toegevoegd aan haar spel op die baansoort. Maar Sjarapova is er wel nummer twee van de wereld mee geworden. Nog vier Russinnen staan ondanks hun beperkingen in de toptien. Ze worden ook niet uitgedaagd om hun spel te verbeteren.'

Tegen wil en dank raakte Dewulf verzeild in Waalse en Vlaamse twisten, toen ook hij na de US Open-titel van Henin in 2003 suggereerde dat ze wellicht op onnatuurlijke wijze aan fysieke kracht had gewonnen. Coach Rodriguez heeft het hem nooit vergeven. Dewulf bood Henin schriftelijk zijn excuses aan en wordt liever niet meer aan die affaire herinnerd. Het was typisch Belgisch om die kwestie zo op te blazen, zegt hij. 'We zijn soms een klein land met een kleine mentaliteit.'

Maar wel een land dat twee unieke sportvrouwen heeft voortgebracht, stelt De Wulf. 'Nu Henin en Clijsters maandenlang met blessures hebben geworsteld, realiseren de Belgen zich wat we missen als zij er niet meer zijn. Dit maken we de komende honderd jaar niet meer mee. Het wordt wel tijd dat de Women's Tennis Association conclusies trekt uit het grote aantal blessures in het circuit.

'Het is hypocriet om de jonge speelsters als babes te verkopen, terwijl een vedette als Hingis op haar 22ste was opgebrand. En het is veelzeggend dat Henin en Clijsters fysiek gesloopt waren, nadat ze de eerste plaats op de wereldranglijst hadden bereikt. De kalender moet worden ingekrompen om de sport te redden.'

In een hoekje van de perszaal op Roland Garros valt hij nauwelijks op. De 33-jarige Dewulf heeft zojuist een verhaal geschreven over zijn één jaar oudere landgenoot Dick Norman, die van geen ophouden wil weten.

'Dick leeft nog graag in het circuit, ik was vooral opgelucht dat ik er vier jaar geleden uit kon stappen. Nu ik weer over het complex op Roland Garros wandel, keren de mooie herinneringen terug. Maar hier proef je alleen de glamour.

'Ik moet nu schipperen tussen twee werelden. De Belgische supporters herinneren mij er nog dagelijks aan dat ik acht jaar geleden furore heb gemaakt op Roland Garros. Ik heb het voordeel dat ik nog veel spelers ken. Ik weet hoe het er aan toe gaat in de kleedkamer, aan kleine bewegingen kan ik aflezen hoe een speler zich voelt. Dat is mijn meerwaarde als journalist.'

Met Norman zou Dewulf niet meer willen ruilen. 'Het leven als tennisprof stond me tegen. Ik was al niet de meest sociale kerel. Ik stelde me niet open om vrienden te maken. Ik had slechts collega's. Ik had ook niet geweten hoe ik tegen een vriend zou moeten spelen. Daar was ik mentaal niet hard genoeg voor. In mijn laatste jaren werd ik ook gehinderd door blessures. Ik stond nog zelden fit op de b aan.'

Toch was het vooral de moordende druk, die hem vier jaar geleden uit de tennissport verdreef. Dewulf: 'Het is een enge wereld. Vijfennegentig procent van de spelers denkt alleen aan tennis. Ik kon mezelf niet altijd op de eerste plaats zetten. Voor mij hoefde die eeuwige competitie niet. Sommige spelers bedienden zich ook van psychologische oorlogsvoering om hun doel te bereiken.

'Ik trainde vroeger veel met Sergi Bruguera. We konden goed met elkaar opschieten, tot ik in 1997 op Roland Garros in de halve finales stond. Hij zat aan de andere kant van het schema, het leek me logisch dat we elkaar zouden opwarmen. Maar Bruguera wilde plotseling niet meer met me trainen en deed de warming-up met zijn conditietrainer, die niet kon tennissen. Dat vond ik zo idioot!'

In zijn in 2003 verschenen autobiografie Ondanks mezelf beschrijft Dewulf hoe een introverte Belg tot zijn eigen verbazing de wereld veroverde. DeWulf ontketende acht jaar geleden op Roland Garros de eerste Belgische tennishype door zich nota bene als qualifier voor de halve eindstrijd op Roland Garros te plaatsen.

'Tegen Alex Corretja en Magnus Norman had ik in een roes gespeeld. Maar langzaam drong het tot me door dat België op zijn kop stond. Ik zag op Roland Garros voor het eerst die 15 duizend mensen in het stadion.

'Ik liet de gedachte toe dat miljoenen Belgen op dat moment voor de televisie zaten om mij tegen Gustavo Kuerten te zien spelen. Die last was niet te dragen. Ik heb nog kansen gehad om de vierde set te winnen. Maar geestelijk was ik op.'

In 1998 bewees Dewulf op Roland Garros dat zijn triomftocht, een jaar eerder, geen incident was geweest. Dit keer struikelde hij in de kwartfinales. 'Ik had mijn parcours bevestigd en dat stemde me gelukkig. Maar het paste ook weer bij mijn karakter om te snel tevreden te zijn. Corretja heeft me toen op mijn waarde geklopt. Maar misschien had er dat jaar meer ingezeten als ik er echt in had geloofd .'

Het was zijn zwakte, erkent Dewulf. 'Ik was een emotionele, labiele speler. De druk, de stress, de rivaliteit; ik heb er altijd onder geleden. Ik had last van faalangst, een wedstrijd afmaken viel me zwaar. Tijdens die twee toernooien op Roland Garros ging het natuurlijk en kwamen de ballen losjes uit mijn arm. Maar vaker blokkeerde ik onder hoogspanning.

'Ik ging in therapie bij diverse sportpsychologen. Ze leerden me bepaalde trucs. Moest ik me op breakpoint ergens anders op focussen. Maar ik wilde op de baan juist niet denken. Ik wilde tennissen op mijn gevoel. Al die sessies bij de psychologen hebben dan ook niet veel geholpen. Ik was zelf meestal mijn grootste tegenstander. Ik heb diep in de put gezeten, omdat ik te veel ging piekeren.

'Ik speelde in de Davis Cup tegen Roemenië. Ik wilde eigenlijk afzeggen, omdat ik niet lekker in mijn vel zat. Ik ging toch en ik verloor met 6-0, 6-0, 6-2. Twee games gewonnen voor mijn vaderland, in het toernooi dat me aan mijn hart lag. Ik schaamde me dood. Maar ik wist niet hoe ik die depressie moest overwinnen. Ik had er de middelen niet voor.

'Het waren verschrikkelijke periodes, waarin ik mijn racket naar de maan wilde schieten. Om geestelijk zo stuk te zitten door mijn sport, dat was het allemaal niet waard. Toen kon ik het tennis nog niet relativeren.'

Zijn metamorfose heeft velen verrast, vertelt Dewulf. 'Ik ben een ander mens geworden, de spanning is uit mijn lijf verdwenen. Het is zelfs van mijn gezicht af te lezen. Ik ben er van geschrokken dat het zo diep zat. Pas later realiseerde ik me wat het tennis met me had gedaan. Sinds ik ben gestopt, heb ik ook een veel beter contact met de spelers.'

Dewulf zou zijn ervaringen graag delen, bijvoorbeeld met het Belgische enfant terrible Malisse. 'Ik vrees dat niemand hem in het gareel kan houden. Zelfs zijn naaste familieleden hebben weinig invloed op hem. Xavier kan een ongeleid projectiel zijn. Doodzonde, want hij heeft zoveel talent. In zijn gedrag op de baan zie ik veel dingen van mezelf terug.

'Malisse is net als ik vroeger een sensibele speler, die zich soms geen raad weet met zijn emoties. Ook hij heeft veel ups en downs gekend in zijn carrière. Ik zou hem enkele tips kunnen geven. Maar dan moet Xavier die wel willen horen, ik ga mezelf niet opdringen.'

Voor zijn zoontje van elf maanden heeft Dewulf slechts een advies. Lachend: 'Ik wil niet dat hij gaat tennissen, die stress hoef ik niet nog eens mee te maken. Laat hij de droom vervullen die ik ooit had. Het liefste was ik voetballer geworden, bij mijn favoriete club Standard Luik. Ik denk dat een teamsport mij minder had misvormd .'

Meer over