'Schijnwerpers maken eenzaam'

Hopelijk is het met Anil Ramdas minder erg gesteld dan met de zelfgenoegzame, humorloze en verloederde Harry Badal.

ARJAN PETERS

Alles moet opzichtig, in het leven van de journalist Harry Badal, een Surinaamse Hindoestaan die lang geleden naar Nederland kwam. Waarom hij denkt dat zijn artikelen 'belangrijke essays' zijn, en dat het bestaan als journalist voor de tv en voor een Amsterdams weekblaadje hem een heldenstatus schenkt, blijft geheimzinnig. Zelf is hij in ieder geval zwaar onder de indruk van het fenomeen Harry Badal. Wanneer hij, verloederd door drankzucht en vereenzaamd door het verwaarlozen van zijn gezin, zich in een studio in Zandvoort ('een paradijs voor verdoemden') heeft teruggetrokken, zijn we dan ook nog niet van hem af.

Dan begint het terugblikken pas. En dat is Badal, een roman waarvan het verloop doet denken aan de verwording van de auteur Anil Ramdas (1958), die inderdaad een paar jaar op tv te zien was, en die daarnaast pronte essays schreef over de multiculturele samenleving, maar bijvoorbeeld ook over de brave zanger Guus Meeuwis. Die werd tot diens verwondering tot voorganger van een nieuwe generatie verklaard. Waarom bleef volstrekt onduidelijk. Ramdas is ook nog directeur geweest van debatcentrum De Balie, wat op een mislukking uitliep. Het is alweer een tijdje stil rond hem.

Niet te hopen dat het zo erg met Ramdas gesteld is als met Harry Badal. We vrezen het ergste, want in zijn humorloze roman geeft Ramdas de journalist vierhonderd pagina's lang alle credits. Badal zou daar in zijn Zandvoortse studio in eenzaamheid een katharsis moeten ondergaan.

Maar hij ís helemaal niet alleen! Het hele boek door is zijn vriendin Sita bereid naar zijn levensverhaal te luisteren, waaruit één ding duidelijk is: niet Badal is de schuld van zijn ondergang, het is de domme wereld buiten die deze uitgesproken intellectueel nooit op waarde heeft geschat. Ook al heeft hij nog slechts één toehoorster, hij blijft het nare docerende toontje houden dat zijn populariteit niet heeft bevorderd. Gaan de twee zitten in strandpaviljoen Take Five, dan zegt hij: 'Ik hoop dat het refereert aan het nummer van Dave Brubeck. Dat heet Take Five omdat het een vijfkwartsmaat heeft.'

Hoort hij If You Don't Know Me By Now van Simply Red, dan houdt hij een verbeten pleidooi voor de originele uitvoering van Teddy Pendergrass. De Tachtigjarige Oorlog? Eindigde in 1648. 'En dat weet jij uit het hoofd?', roept de doos tegenover hem bewonderend uit.

Nog idioter is het grossieren in generalisaties ('blanken onderscheiden twee soorten liefde'; 'hij had altijd neergekeken op Hindoestaanse vrouwen'), leeghoofdige kreten ('Geert Wilders, de nieuwe Anton Mussert'), uitingen van eigenwaan (als Badal wordt opgepakt wegens openbare dronkenschap dreigt hij met 'Ik ben journalist, dit komt in de krant' tegen de hulpofficier) en aanstellerige dooddoeners (die tv-roem is maar oppervlakkig, 'schijnwerpers maken eenzaam'). Om indruk te maken op Sita doet hij alsof hij de literatuurcriticus Edward Said 'persoonlijk heeft gekend', wanneer hij bedoelt dat Said zich ooit een keertje door Badal heeft laten interviewen.

Wat een pijnlijke egotrip. En wat duurt het lang voordat Ramdas deze kwast de gedachte ingeeft dat hij misschien eerst zijn eigen leven op orde moet krijgen, alvorens met het verbeteren van de wereld te beginnen. Het helpt niet dat Ramdas net zo dodelijk serieus is, en al even beroerd schrijft: 'Grieken, vloekte hij weer.' Is dat een vloek?

Anil Ramdas: Badal.

De Bezige Bij; 412 pagina's; € 19,90.

ISBN 978 90 234 5904 0.

undefined

Meer over