Scheve tanden komen consument duur te staan

Een mooi voorbeeld van marktwerking die te ver doorschiet: vrije tarieven voor orthodontisten. De beroepsgroep zelf is voorstander, maar Vera Bröcheler, Flóra Felsö en Hugo Keuzenkamp verwachten van de plannen vooral averechtse effecten....

HET gebeurt niet vaak dat beschermde beroepsgroepen pleiten voor meer marktwerking. Kort geleden deed de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde wel dit opmerkelijk verzoek. Ze verzocht minister Borst te experimenteren met vrije tarieven voor de orthodontie. Die vallen momenteel nog onder het regime van de Wet Tarieven Gezondheidszorg (WTG). De minister is nu, samen met haar collega van Economische Zaken, aan het studeren op de vraag of zo'n experiment een goed idee is. Is de orthodontie klaar voor marktwerking?

Orthodontie is een tak van de tandheelkunde die gericht is op tandregulering. De orthodontist zorgt ervoor dat tanden anatomisch correct staan. Soms helpt dat om beter te kunnen kauwen, meestal vinden we het gewoon mooier. Grotendeels gaat het om de 'beugelbusiness' en niet om medisch strikt noodzakelijke ingrepen. De schoonheidsspecialiste valt ook niet onder de WTG, dus waarom zou je de orthodontisten wel reguleren?

Voorzover het om esthetische behandelingen gaat, gelden niet de gebruikelijke argumenten die de tarifering van gezondheidszorg rechtvaardigen. Géén behandeling heeft geen, of zeer zelden dramatische consequenties. Er is geen sprake van behoefte aan spoedhulp. Scheve tanden zijn ook niet besmettelijk. Wat dit betreft, lijkt de introductie van het marktmechanisme dus op zijn plaats.

Voorstanders van vrijstelling van de tarieven menen dat met de introductie van marktwerking een impuls wordt gegeven aan de ontwikkeling van de orthodontie. Specialistische kennis kan beter ontwikkeld worden. Investeringen in kostbare apparatuur worden mogelijk gemaakt wanneer de aanschafprijs kan worden doorberekend.

Naast de vaktechnische ontwikkelingen zou de klantvriendelijkheid verbeteren. De variatie van spreekuren zou beter aansluiten bij de vraag en wachtlijsten zouden teruggedrongen worden. Verder zou er ruimte ontstaan om te voldoen aan bijzondere wensen van patiënten en dit zou ook tot uitdrukking komen in de prijs: meer diversiteit in behandelingen en meer variëteit in de prijzen.

De Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde heeft veel weg van de vos die de boer aanbeveelt zijn kippen vrij rond te laten lopen, opdat ze zich beter kunnen voeden. Deregulering van de orthodontie zou namelijk wel eens een extreem tarief opdrijvend effect kunnen hebben, hetgeen de toegankelijkheid voor patiënten in gevaar zou brengen.

In Nederland werken op dit moment ongeveer 250 orthodontisten. Gemiddeld genomen is er dus slechts één orthodontist werkzaam op 60 duizend inwoners. In een stad van een gemiddelde grootte en haar directe omgeving komt dit neer op twee à drie orthodontisten.

Mede doordat mensen er doorgaans een in de buurt van hun woonplaats zoeken, is er bijna geen concurrentie tussen orthodontisten. Ze werken daardoor allemaal in hun eigen lokale oligopolie, de marktvorm waarbij er nauwelijks concurrerende aanbieders zijn. Het feit dat patiënten momenteel voor een groot gedeelte door mondhygiënistes en assistenten worden behandeld, geeft aan dat er een tekort aan orthodontisten bestaat.

Voorstanders van vrije tarieven in de orthodontie beweren dat de prijzen niet zullen stijgen omdat (de dreiging van) toetredende tandartsen de prijzen laag zullen houden. Zij stellen dat als de prijzen extreem zouden stijgen, algemene practici ook orthodontische ingrepen zouden gaan verrichten.

Naast de vraag in hoeverre gewone tandartsen ook daadwerkelijk orthodontische ingrepen kunnen uitvoeren, komt de vraag op of het gewenst is dat de krapte onder tandartsen nog verergert als ze massaal naar de lucratieve orthodontie met haar vrije tarieven zouden toestromen.

En hier komen we bij de kern van het probleem. De bestaande oligopolies staan op zich invoering van vrije prijzen in de orthodontie niet in de weg. Er is echter een fundamenteel probleem als er weinig (potentiële) toetreding bestaat. En waar zouden de nieuwe toetreders vandaan moeten komen (behalve de onwenselijke toetreding van tandheelkundigen uit andere segmenten)? De specialisatie van orthodontie vereist een postdoctorale studie van vier jaar. Het aantal afgestudeerde tandartsen is al beperkt door de numerus fixus. De aanwas van post-doc orthodontisten is tevens door een numerus fixus beperkt tot vier à vijf per jaar.

Kortom: wat heeft marktwerking voor zin als de toegang tot de markt beperkt blijft? De gunstige gevolgen van deregulering kunnen alleen tot stand komen indien deregulering tot meer concurrentie leidt. Vrijstelling van de prijzen zonder het opheffen van de numerus fixus creëert willens en wetens een niet-concurrerende markt, waar de prijzen de pan uit rijzen terwijl de impuls tot meer innovatie en klantgerichtheid niet zal bestaan.

De deregulering van zowel de prijs als de toegang zou echter op termijn wel tot de voorgespiegelde wenselijke ontwikkelingen kunnen leiden. Het experiment moet dan beginnen met vrije toegang tot de specialisatie orthodontie. Een amalgaam van vrije prijzen en lokale oligopolies zonder de mogelijkheid van toetreding vult geen gat in de markt, maar slechts de portemonnee van orthodontisten.

Meer over