interviewpeter noordanus

Scheidend bestrijder drugscriminaliteit: ‘Corona vergroot mogelijkheden tot witwassen’

Zijn termijn als topadviseur over drugscriminaliteit wordt niet verlengd. Bij zijn vertrek ziet Peter Noordanus dat drugscriminelen meer greep krijgen op de door lockdowns getroffen horeca en hekelt hij de Haagse cultuur van ‘pingpongen’ met problemen. ‘Er wordt omheen gepraat, het wordt niet opgelost.’

‘Burgemeesters zien van dichtbij de uitwerking van het zwarte geld van de drugscriminelen, hun blingbling, hun geweld.’ Beeld Jiri Büller
‘Burgemeesters zien van dichtbij de uitwerking van het zwarte geld van de drugscriminelen, hun blingbling, hun geweld.’Beeld Jiri Büller

Peter Noordanus (72) is maandag afgezwaaid als voorzitter van het in 2018 opgerichte Strategisch Beraad Ondermijning. De oud-burgemeester van Tilburg was aangesteld door Ferd Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, om onafhankelijke adviezen te geven in de strijd tegen drugscriminaliteit en witwassen. Hij hield kantoor aan het Lange Voorhout in Den Haag. Na drie jaar wordt zijn termijn niet verlengd. En hij krijgt geen opvolger.

In tijden van corona komen andere maatschappelijke thema’s onder een dikke deken te liggen. Treft ondermijning ook dat lot?

Noordanus: ‘Corona speelt inderdaad alles weg. Wat intussen amper over het voetlicht komt, is dat er vanwege corona aanzienlijk meer mogelijkheden zijn om zwart geld wit te wassen. We horen uit gemeenten en uit de branche zelf: drugscriminelen kopen zich in bij horecaondernemers bij wie het water tot aan de lippen staat.

‘Voordat het coronavirus uitbrak, was de situatie in de horeca al niet jofel. Nu gaan drugscriminelen met hun zakken vol geld gewoon de kroegen langs, belletje trek, praatje maken, zo van: joh, je zult het wel moeilijk hebben, ik help je wel uit de sores. In ruil voor geld krijgt zo’n crimineel dan controle over de kroeg en heeft hij de mogelijkheid zijn zwarte geld voortaan via de bierpomp en een gefingeerde omzet wit te wassen. Dit is echt aan de orde op het ogenblik.’

Gaan productie en handel vrolijk door in tijden van corona?

‘Sterker, er komen nieuwe markten in Nederland. Een paar jaar geleden, toen ik nog burgemeester van Tilburg was, verbaasde ik me erover dat crystal meth als armeluisdrug nog zo weinig in Nederland werd aangetroffen. Sinds anderhalf jaar weten we dat het aantal laboratoria waar crystal meth wordt geproduceerd, met steun van Mexicaanse handlangers, met de week toeneemt. Ze produceren voor Oost-Europa, het is makkelijker en lucratiever dan cocaïne. Het zijn joint ventures, klassiek Nederlands koopmanschap.

‘Eind vorig jaar is in een kleine loods in Breda een forse hoeveelheid grondstoffen voor pharmadrugs aangetroffen, vooral voor het vreselijk verslavende fentanyl. Dat is de volgende stap. Fentanyl is op dit moment het grootste drugsprobleem in Amerika. Het is begonnen als medicijn, daarna wordt het goedkoop gekopieerd en het is niet moeilijk je voor te stellen dat er ook in Europa een grote afzetmarkt voor kan ontstaan. Dus ja, de business gaat door.’

Iedereen weet dat het een groot probleem is. U zegt dat het nog groter wordt. Is het bijbehorende bestuurlijke bewustzijn wel aanwezig?

‘Het hangt af van naar wie je wilt kijken. Het bewustzijn onder lokale bestuurders is echt groter geworden de laatste jaren. Wat Femke Halsema nu aan de orde stelt in Amsterdam – helemaal goed. Wat Marcouch doet in Arnhem – top. Wat Aboutaleb al langer onderneemt in Rotterdam, wat Brabantse burgemeesters doen in hun gebied – goed werk. Logisch ook, die burgemeesters zien van dichtbij de uitwerking van het zwarte geld van de drugscriminelen, hun blingbling, hun geweld.’

Dat is lokaal. Hoe is het bewustzijn in Den Haag?

‘Ik ben bij politieke partijen langs geweest rond de verkiezingsprogramma’s. Dan zie je dat het besef dat er echt iets moet gebeuren behoorlijk is geland. We moeten natuurlijk nog wel zien wat daarvan in het regeerakkoord komt. Wat op nationaal niveau het gevoel van urgentie ophoudt, is dat ondermijning een solotrip blijft van de minister van Justitie en Veiligheid, Ferd Grapperhaus.

‘Maar een succesvolle aanpak maakt alleen kans als ook andere departementen en andere ministers zich inzetten. Ik vind dat de premier, onze grote vriend Mark Rutte, met bovendien een partijprogramma dat behartenswaardige dingen zegt over de drugsindustrie, hierin voorop moet gaan. In de regio en de steden hebben we best stappen gemaakt. Maar ik ben er onvoldoende in geslaagd om het vraagstuk in het hele kabinet, het Haagse Byzantium, tot een urgente kwestie te maken.’

Byzantium?

‘Ik doel op hoge torens, gesloten bastions. Zo werkt Den Haag. Ik ben erg hands-on, ik wil resultaat boeken. In Den Haag hoor je voortdurend zeggen: we opereren als één overheid in deze kwestie, alle instanties trekken samen op, dat is onze strategie. Het is een papieren strategie. Een papieren tijger. De verkokerde Haagse bureaucratie zit voortgang in de weg.’

Noordanus geeft een voorbeeld. Na het ING-witwasschandaal en de schikking in 2018 van 775 miljoen euro met het Openbaar Ministerie (OM) werden alle banken nerveus. De wettelijke plicht om ongebruikelijke overboekingen te melden aan de overheid moest serieus genomen worden, zo bleek. Inmiddels controleren zo’n zesduizend bankmedewerkers de klanten. Jaarlijks worden tienduizenden transacties door de ijverige controleurs vals, althans merkwaardig, of ongebruikelijk gevonden. Deze gaan naar de Financial Intelligence Unit (FIU), een onafhankelijke instelling die al die ongebruikelijke transacties tegen het licht houdt. In 2019 werden bijna 40 duizend meldingen uit de financiële wereld door de FIU ‘verdacht’ verklaard. Ze vertegenwoordigden een waarde van 19 miljard euro.

‘Kijk dan eens wat er daarna gebeurt’, zegt Noordanus. ‘Die tienduizenden zaken gaan naar politie en OM. En daar loopt het vast. Daar heeft men de capaciteit niet om die verdachte transacties en de personen die daarbij horen op een systematische wijze te vervolgen. Uiteindelijk wordt per jaar een onbetekenend aantal zaken opgepakt en een schamele 200 miljoen geconfisqueerd.’

Hoe kan dat nou?

‘Ik noem het de problematiek van de flessenhals. Als je beweert één overheid te zijn, organiseer de zaak dan ook zo dat je resultaten kunt boeken en je aan de banken, de notarissen en de makelaars het vertrouwen kunt geven dat hun meldingen leiden tot jouw daden. Voeg de daad bij het woord. Maar er wordt omheen gepraat, het wordt niet opgelost.’

Mogen we van de banken blijven verwachten dat zij jagen op dubieuze betalingen als daar toch niets mee gebeurt?

‘Als de heren Grapperhaus en Hoekstra (minister van Financiën, red.) serieus achter wit te wassen geld aan willen gaan, moeten zij zich ook een serieuze partner betonen. Ik vind het dus vooral een politieke vraag die je moet stellen aan de ministers die dit systeem hebben opgetuigd.’

Een tweede voorbeeld uit de praktijklessen van Noordanus. In de afgelopen kabinetsperiode kon hij eenmalig 100 miljoen euro verdelen over ondermijningsprojecten in het land. Maritieme smokkel vond hij een van de interessantere projecten. Het gaat om pakketten cocaïne voorzien van een elektronisch signaal die door plezierjachten worden opgepikt. In de branche en bij de politie zegt iedereen al heel lang: het zou handig zijn als plezierjachten een kentekenbewijs hebben. Dan zijn ze beter te checken en krijgt de overheid meer toezicht op witwaspraktijken in de handel in jachten.

Noordanus: ‘In Byzantium zie je dan de cultuur opbloeien van wat ik noem ‘meestribbelen’. Dat is strijk en zet het geval als Den Haag een probleem moet oplossen waarbij meerdere departementen zijn betrokken. Goed idee, meneer Noordanus, weet u wat, we gaan een werkgroep oprichten die om te beginnen gaat onderzoeken of er echt een probleem is. Dat kenteken is er niet gekomen. Zo verzandt veel onder druk van de wetten van Byzantium. Ik heb dat echt onderschat, hoor.’

Zijn derde illustratie gaat over de winkeltjes waar je geld kunt laten overmaken. Officieel zijn ze bedoeld voor toeristen en voor buitenlandse werknemers die hun salaris willen overboeken naar het thuisland. ‘Ik was burgemeester in Tilburg, schattige stad, daar niet van, maar ik dacht: hoe kan dit, het internationale toerisme moet hier nog zijn doorbraak beleven en toch zie ik overal van die geldwinkeltjes. Wat moeten die hier?

‘Nou ja, ook als je geen afgestudeerde criminoloog bent, zie je dat het ideale plekken zijn voor witwassen. Dus ik dacht: die rommel moet ik opruimen. Ik ben het als voorzitter van dit Beraad breder gaan onderzoeken. Conclusie: het moet veel lastiger worden gemaakt om die dingen hier in Nederland te vestigen. Dan gebeurt het volgende: het ministerie van Justitie wijst naar het ministerie van Financiën, Financiën wijst naar De Nederlandsche Bank, De Nederlandsche Bank wijst weer naar Justitie. Het is pingpongen in een wedstrijd die geen uitslag kent.’

De Haagse bureaucratie wil vaak niet, is zijn bevinding. Bij gebrek aan urgentie vanuit het voltallige kabinet heeft Noordanus gepleit voor een Nationaal Coördinator, een onafhankelijke figuur die door de departementen heen met maatregelen kan komen tegen het businessmodel van de drugsindustrie. Die komt er niet. Noordanus: ‘Grapperhaus heeft een nieuwe directeur-generaal op zijn departement uit de hoed getoverd. Daarmee is de strijd tegen ondermijning weer opgeborgen op dat ene departement. Het is een oplossing die laat zien dat het kabinet niet naar verbreding streeft, maar het inperkt tot een probleem voor die ene minister die met zijn directeur-generaal maar moet zien hoe hij zich redt. Zo eindigt mijn tour of duty.’

In vertaling voor de lezer: het was een loden last?

‘Nee, ik vind tour of duty juist een goede term. Ik vertrouw op de talenkennis van de Volkskrant-lezer. Er zit iets strijdvaardigs in dat begrip, en het drukt ook uit dat het toch wel een eenzaam avontuur is. Het was geen makkelijk ritje.’

Had u langer willen blijven, bijvoorbeeld tot en met de kabinetsformatie?

‘Ja, het moment van weggaan is onhandig. Het Strategisch Beraad laat een werkplan achter, het Pact voor de Rechtsstaat geheten. In hun verkiezingsprogramma’s hebben de meeste politieke partijen behartenswaardige opmerkingen gemaakt over die enorme drugsgerelateerde criminaliteit en de strijd daartegen. Een en ander moet nu verzilverd worden in het nieuwe regeerakkoord. Het was, laat ik zeggen, handiger geweest als ik met mijn opgedane ervaringen straks bij de formerende partijen had kunnen langsgaan. Zodat dit onderwerp niet zou ondersneeuwen. Dus ik vind dit gewoon een onverstandige keuze.’

Meer over