Scheef & Schaats

Bezakt en beladen kwam ik dan eindelijk thuis, met twee boodschappentassen in mijn handen, en een hoofd dat zich probeerde te herinneren waar ik de sleutels had gestopt....

STEPHAN SANDERS

Bij nadere beschouwing bleken het vier ogen te zijn die me vanonder ondeugende, zwarte petjes gadesloegen. Twee mannen fietsten voorbij, in een zondags tempo. Voor alle duidelijkheid: het was woensdag. Ze maakten niet de indruk ergens naartoe te moeten; ze waren uit rijden, zoals kerngezinnen dat tot ver in de jaren zestig deden met hun eerste auto.

Zij reden op mountainbikes: ik weet dat die dingen in bepaalde kringen doorgaan voor een uitermate sexy vervoermiddel, maar ik blijf toch altijd fietsers zien op van gemeentewege aangelegde paden, die volhouden dat ze een paard berijden en een berg moeten bestormen. De mannen zaten alvast wijdbeens, in iets straks en zwarts, en daarom dacht ik meteen: oh, twee cruisende vriendjes die voor het avondeten nog wat willen oppikken.

Het is geen principekwestie, maar nogmaals, de prei dreigde uit mijn tas te vallen, ik moest deze beurt voorbij laten gaan. Keek ze na en las gedachtenloos het opschrift op de rug van hun glimmende, zwarte jackjes. Daarop prijkte niet 'Black Eagle' of 'Rubber & Leather', maar het goed Nederlandse woord 'Politie'.

Ik had het gezag ontmoet, in zijnmeest ontwapenende gedaante.

Maar het kan nog informeler, lees ik net in de Volkskrant. Bij de Amsterdamse politie gaan ze 'als eerste korps ter wereld' patrouilleren op rolschaatsen. Ik durf nu al te voorspellen dat ook deze Nederlandse primeur ons door geen buitenland zal worden betwist.

De schaatsen kunnen worden ingezet ter afwisseling van de bikes, de crossmotoren en de kleine, venijnige scootertjes, die de agenten nu al tot hun beschikking hebben. Er hoort ook een kledinglijn bij; die pet past niemand meer, het uniform wordt outfit, we zullen skatehelmen zien, kniebeschermers, zeemleren kruisen en wie weet, lederen caps. Men wil aanspreekbaar zijn voor de mensen op straat, en gaat ervan uit dat dat het beste lukt door zoveel mogelijk gelijkenis te vertonen met die andere steunpilaren van de Nederlandse samenleving: de citykoeriers en de pizzabezorgers. Zoiets heet in andere landen undercover, maar in Nederland zijn ze dan juist goed zichtbaar in functie.

Niet alleen uiterlijk, maar ook innerlijk proberen de agenten zich hun nieuwe rol eigen te maken. Ik werd laatst bijna van de sokken gereden door twee politiescootertjes, die om het hardst optrokken en lachten. Als hier al een achtervolging werd ingezet, dan toch in de ontspannen wetenschap dat je geen boeven nodig hebt om eens lekker rond te raggen.

Veel waarschijnlijker leek mij dat de wetshandhavers probeerden het gedrag van hun pizza-collegaatjes zo nauwgezet mogelijk te kopiëren. Je zet mensen niet straffeloos op zo'n gifgroen ding, met een lichtgewicht Wehrmacht-helmpje op hun hoofd, zonder dat het verlangen in ze opkomt om voetgangers aan te rijden.

Form follows function, en als vanzelf sluipt er iets van de penose in de patrouille.

Hoeveel ongedwongenheid kan het gezag verdragen zonder dat het een lachertje wordt? Kunnen wetshandhavers meedoen aan de laatste rage, en zich tegelijkertijd beroepen op regels en voorschriften die vreemd genoeg niet ieder voorjaar veranderen?

Eerst dit: er is in Nederland iets groots verricht in de omgang tussen wettelijk gezag en burgers. Dat grootse zit 'm paradoxaal genoeg in de onnadrukkelijke en informele vorm die beide partijen hebben gevonden om zich met elkaar te onderhouden.

Als de politie van zich doet spreken, gebeurt dat zonder de intimidatie-en terreurtechnieken die in andere delen van de wereld synoniem zijn met ordehandhaving. De blaffende, schuimbekkende toon is in ons land een zeldzaamheid, net zo goed als de serviele oogopslag waarmee die beantwoord moet worden. Je kan in dit land een bekeuring krijgen op die neutraal-zakelijke manier waarop winkelverkopers je gewoonlijk de kassabon overhandigen. Daar komt geen angst bij kijken of geestelijke SM, dat is een transactie waarbij niemand hoeft te dreigen of te kruipen.

In het buitenland merk ik pas hoe weinig ik getraind ben in onderwerpingsgedrag. Agenten, daar zie ik vraagbakens in en wegwijzers, en niet per se bijtgrage beesten.

Twee jaar geleden: ik loop met een zwarte Amerikaanse vriend door een buitenwijk van Oakland, waar hij de weg kwijt is die ik nooit heb gekend. Maar gelukkig, daar zie ik uitkomst in de gedaante van een uniform. Het is zo'n strak aangesnoerd hemd, waarin zich met moeite een nog strakker torso heeft gewurmd, en daarboven zweeft een donkere zonnebril.

Ik geloof dat het ontzag moet opwekken, maar ik denk meteen aan de liedjes van de Village People en die advertentie van Mr. Tough, 'voor al uw perverse wensen'.

Spreek de man aan, vraag naar het adres, en merk dat zowel de agent als de vriend even zichtbaar in verwarring raken.

Het uniform herstelt zich, en neemt zich heilig voor zich niet nog eens te laten bedonderen.

Wat had ik nou? Huh?

'Zou U ons misschien kunnen vertellen, waar. . . '

Vriend heeft zijn gezicht inmiddels afgewend, maar de agent geeft ten slotte antwoord, op de norse, licht beledigde toon van een chirurg die zich moet verlagen tot het werk van een verpleger.

Al die tijd begreep ik instinctief dat er iets mankeerde aan mijn optreden, en dat de politieman wachtte op een herkenningscode. Inmiddels weet ik dat het iets te maken heeft met terneergeslagen ogen, schuifelende voeten, eerbied in je stem en zinnen die beginnen en eindigen met 'Sir'. Eerst laat je dus een staart groeien, die klem je tussen je benen, en dan je spreek je het wettelijk gezag aan.

'You crazy', vraagt vriend woedend in de auto, 'you outa ya mind'.

Nee, denk ik koppig, ik kom uit Nederland, en daar hebben we de staarten afgeschaft.

Maar skates?

Je merkt in Amerika dat gezagsdragers berekend noch gekleed zijn op de dagelijkse routinetaken die toch het leeuwendeel uitmaken van hun werk. Zo'n topzwaar monster dat het verkeer regelt, een bestolen winkelier kalmeert, de waterschade opneemt: het harnas zit ze in de weg, de bevelsverhouding dwingt ze om oude, verdwaasde vrouwtjes uitsluitend brullend van dienst te zijn.

Maar onze agenten, die zich flierefluitend door de stad bewegen, op crossmotor en moutainbike? Is het nog verantwoord daar een beroep op te doen in geval van roof of moord? Of weten die alleen de weg naar de goedkoopste coffeeshop?

Er zit een man in mijn huis en hij houdt mijn minnaar onder schot. Even later komt de politie aangeskated, en zorgt, zonder ook maar een moment te aarzelen voor de vrolijke noot bij het ongeluk.

Meer over