Schatten in de bakken van V & D

V & D verkoopt als enige (voor zes euro) het label Giants of Jazz. Er blijken grote verrassingen tussen te zitten van de avant-garde uit de jaren zestig....

Het aanbod van jazz-cd's in warenhuizen en grote muziekwinkelketens is de laatste jaren ernstig verschraald. De jazzbakken staan vaak wat stoffig in een vergeten hoekje en veel meer dan wat obligate verzamel-cd's zijn er meestal niet in te vinden. Ook bij Vroom & Dreesmann laat het aanbod te wensen over. De inkoop wordt centraal geregeld en voornamelijk betrokken bij de grote platenmaatschappij Universal. Het bestellen van cd's is niet mogelijk. Toch is de cd-afdeling van V & D een schatkamer voor jazzliefhebbers. Want hét doorsnee-warenhuis heeft als enige de cd's van het Italiaanse label Giants of Jazz in de bakken liggen.

Tot voor kort bediende Giants of Jazz vooral liefhebbers van mainstream tot 1950 met veelal uitstekende cd's van Billie Holiday, Benny Goodman, The Mills Brothers en Coleman Hawkins. Maar nu verschijnen er ook cd's van jazz avant-gardisten uit de jaren zestig: geen doorsnee burgermansmuziek maar revolutionaire zwarte kunst. Voor slechts zes euro.

Een lage prijs is vaak een reden om te twijfelen aan de kwaliteit van een cd, maar bij de recente Giants of Jazz-uitgaven hoef je nergens bang voor te zijn. De opnamen zijn prima, de rechten zijn keurig afgekocht, er staat informatie op de hoes en die klopt nog ook. Alleen bij een titelloze cd van de saxofonist Wayne Shorter moeten we het doen met de informatie dat de opnamen early 1962 hebben plaatsgevonden.

Shorters plaat heet eigenlijk Wayning Moments en zelfs professionele discografen weten niet in welke maand hij precies is opgenomen. Als de originele cd op het label Vee-Jay nog te vinden is, dan voegt hij met zijn overvloedige extra takes weinig toe aan de Giants of Jazz versie. Met drummer Marshall Thompson, bassist Jymie Merritt, pianist Eddie Higgins en de 24-jarige trompettist Freddie Hubbard zet Shorter acht korte bebop nummers neer. Het was twee jaar voor zijn creatieve topperiode bij Blue Note zou beginnen. Vergeleken met platen als Juju, Speak No Evil en Addam's Apple klinkt de saxofonist wat zwakjes, maar het is niettemin een uitstekende opname. Hubbard kleurt met aanstekelijk enthousiasme buiten de lijntjes en Shorter pakt je stiekem al helemaal in met zijn geheimzinnige charisma. Een beetje saai is het spel van Higgins, in The Penguin Guide to Jazz treffend beschreven: 'Hij kondigt zijn benadering van de akkoorden aan met lampen, vlaggen en telegrammen.'

Opnamen van een relatief onbekende sessie uit 1963 van de rietblazer en fluitist Eric Dolphy hebben al onder allerlei namen op platen gestaan – onder andere als Music Matador, Conversations en The Eric Dolphy Memorial Album (niet te verwarren met Memorial Album). Bij V & D liggen ze verdeeld over de cd's Iron Man en Jitterbug Waltz in de winkel. Ze behoren tot het beste werk van Dolphy met spetterend spel van trompettist Woody Shaw, vibrafonist Bobby Hutcherson, die al net zo aangenaam dwingend aanwezig is als op Out to Lunch, en geniale momenten van onder meer altsaxofonist Sonny Simmons en de drummers J. C. Moses en Charles Moffett. Prince Lasha is bijna Dolphy's evenknie op fluit. Dolphy's Love Me en de contrabas-basklarinet duetten Ode to C. P. en het bijna een kwartier durende Alone Together met Richard Davis zijn klassiekers.

Het echt extreme werk komt van de trompettist Don Cherry en de drummer Ed Blackwell. Hun duoplaten Mu First Part en Mu Second Part uit 1969 hebben een legendarische status onder improvisatiefans en -musici en worden wel beschouwd als de aanzet tot het genre wereldmuziek. Op trompet, diverse uitheemse fluiten, piano en met zijn stem rijgt Cherry volledig intuïtief elementen uit onder meer Indiase, Afrikaanse en Noord-Amerikaanse volksmuziek aaneen, bijgestaan door de sensibele percussie van Blackwell. Beide Mu's vereisen een geduldig inlevingsvermogen van de luisteraar, maar als je eenmaal overstag bent laten ze je niet meer los.

Van de in één week in 1969 opgenomen platen Yasmina, A Black Woman, Poem For Malcolm en Blasé van Archie Shepp is de laatste het meest indringend. Shepp was in die tijd intensief begonnen met het exploreren van zijn Afrikaanse wortels. Op Blasé doet hij dat onder meer met twee bluesharmonicaspelers, met de drummer Philly Joe Jones, de trompettist Lester Bowie en met de zangeres Jeanne Lee. De muziek is superrauw, repetetief en klinkt soms een beetje gedateerd, maar Shepp, Bowie en Lee spelen zo intens dat je daar wel doorheen luistert.

De Shepp-cd's zijn net als die van Don Cherry afkomstig uit de catalogus van het ter ziele gegane Franse label Byg, dat een vijftigtal platen heeft uitgebracht van diverse tijdelijk in Parijs neergestreken Amerikaanse avant-garde musici. Hopelijk gaat Giants Of Jazz nog meer Bygtitels uitbrengen. Er moet nog prima werk van onder meer het Art Ensemble of Chicago, Sun Ra, Anthony Braxton en Sunny Murray op de plank liggen.

Meer over