Schaatsers spotten met traditie

Terwijl de schaatssport kwalitatief naar een almaar hoger peil groeit, blijken de Nederlandse elitetroepen een steeds dominantere positie op het ijs in te nemen....

De competitie had daar geenszins onder te lijden. Sterker nog, die was zelfs heviger dan ooit en dat is een opmerkelijke tendens. Sinds de introductie van de WK afstanden in 1996 blijkt de prestatiedichtheid - vrij vertaald: het aantal potentiële winnaars - per jaar per afstand groter te zijn geworden. De verschillen tussen winst en verlies worden eveneens marginaler en de jacht op records lijkt nog altijd in een stroomversnelling te verkeren.

Zeker in een post-olympische winter is dat een opmerkelijk gegeven. De geschiedenis wijst uit dat ná een collectieve olympische piek vrijwel altijd een prestatieve terugval volgt.

Een treffend voorbeeld was de vorige post-olympische winter, 1994/1995, toen het peloton in alle opzichten uitgeblust (of gedemoraliseerd door de erfenis van Koss) over het ijs gleed. Twee wereldrecords (2xBlair) vormden die winter een schamele oogst.

Wereldrecords zijn zeldzaam in na-olympische seizoenen, maar juist dit jaar wordt op alle mogelijke wijzen met die traditie gespot. Reeds veertien wereldrecords zijn dit seizoen gerealiseerd en dan te bedenken dat komend weekeinde in Calgary nog de afsluitende recordraces op het programma staan. Alleen de post-olympische jaargang 1980/1981 kan daarmee wedijveren - dertien wereldrecords - maar toen denderde dan ook een vrouwentandem uit de DDR over het ijs.

De onmiskenbare kwalitatieve groei is een prachtig uitgangspunt op de drempel van de 21ste eeuw, maar tegelijkertijd kent de periode van hoogconjunctuur een schaduwkant. Want de rol die Nederland speelt wordt steeds dominanter. Leuk voor de chauvinisten op Thialf, maar een mogelijk gevaar voor het mondiale aanzien van de schaatssport. Competitie wint aan status wanneer titels over meerdere landen verdeeld worden en vanuit dat oogpunt stemde het eindrapport van de WK afstanden tot nadenken. De buitenlandse rijders weten weliswaar aan te haken bij de Nederlandse progressie, maar inhalen blijkt statistisch gezien steeds moeilijker te worden.

Wie de cijfers van de WK afstanden 1996 en 1997, de Olympische Spelen 1998, en de WK afstanden van afgelopen weekeinde op een rij legt, ziet de Nederlandse dictatuur toenemen. In 1996 oogstte Nederland zeven medailles (waaronder 5xgoud); in 1997 dertien medailles (4xgoud); in 1998 elf olympische medailles (5xgoud); en het voorbije weekeinde vijftien medailles (en 5xgoud). Hoelang zullen buitenlandse schaatsers nog in de waan blijven, dat ze een kans hebben?

Die suprematie is in belangrijke mate terug te voeren op de ruime financiële middelen die de Nederlandse topschaatsers ter beschikking staan. En met de toenemende financiële injecties van de commercie zal de Nederlandse overheersing steeds sterker worden. Tenzij de Internationale Schaatsunie (ISU) de mogelijkheden creëert om ook het contracteren van buitenlandse schaatsers door Nederlandse commerciële ploegen aantrekkelijk te maken.

Momenteel hebben de commerciële ploegen geen interesse in buitenlanders. Deels omdat in de vaderlandse vijver voldoende vette vissen zitten, maar toch ook omdat de mogelijkheid via buitenlandse schaatsers exposure te scoren uiterst gering is. Bij internationale wedstrijden zijn ze volgens de reglementen van ISU verplicht in hun nationale outfit te verschijnen.

Indien de ISU die regels wijzigt, zouden commerciële ploegen het vizier op buitenlanders kunnen richten. Unit4 flirt reeds met de Russische ploeg, maar aarzelt nog over een definitieve adoptie. De eventuele effecten laten zich raden. Na jaren van figureren is bijvoorbeeld de 29-jarige Sajoetin dankzij financiële steun uit Nederland (Sense) deze winter uitgegroeid tot een potentieel kampioen. Er zijn jongere beloftes dan Sajoetin vindbaar.

Binnen de Internationale Schaatsunie is de discussie reeds voorzichtig aangezwengeld. Sajoetin heeft zijn landgenoot Panov, lid van de technische commissie van de ISU, een wijziging van de reglementen van harte aanbevolen. Volgens de schaatser reageerde de official zeer enthousiast, al zei Panov erbij dat ISU-regels uitsluitend veranderd kunnen worden nadat daartoe een voorstel is ingediend bij het congres. Misschien dat de KNSB dat amendement kan opstellen?

Meer over