Schaatsbond is hard toe aan restyling

Na de bom die de commercie deze week op de schaatsbond wierp, fluisteren KNSB-officials dat een restyling van de sport onvermijdelijk is....

Terwijl het voorheen trotse bastion kernploeg onder invloed van een commercieel offensief in een ruïne is veranderd, durfde gisteren nog geen enkele KNSB-official zich hardop als architect van de toekomst te profileren. Uit vrees van de pluche zetel te worden gestoten, wordt slechts off the record het faillissement van de kernploeg erkend. Een maand geleden werd de hervormings-gezinde sectiebestuurder Augustinus op non-actief gesteld.

Eén kampioen heeft de schaatsbond nog over, Ids Postma, maar de aanhoudende geruchten dat de commercie ook hem zal verleiden, bevestigt eens te meer de noodzaak tot restyling. Naar Augustinus' voorbeeld lijkt de kernploeg nog slechts bestaansrecht te hebben als verzamelbak van commerciële schaatsers tijdens EK's en WK's. Voor dat model geëffectueerd kan worden, dient de KNSB echter eerst permissie te krijgen van de twee sponsors (Aegon en Deloitte & Touche) aan wie de bond zijn ziel en zaligheid heeft verkocht.

Cruciaal is de rol van hoofdsponsor Aegon. Al jaren koketteert de verzekeringsgigant met de kreet dat de oerhollandse schaatssport zo sterk appelleert aan hun bedrijfsfilosofie ('denk vrij'), maar in de praktijk onderwerpt Aegon de kampioenen van het ijs aan een streng regime. Op grond van het contract met de KNSB en de regels van de Internationale Schaatsunie ('deelnemers van een land dienen uniforme bondskleding te dragen') meent de sponsor in zijn recht te staan.

De Nederlandse Mededingings Autoriteit onderzoekt momenteel, op verzoek van de commerciële ploegen, of die claim van Aegon binnen de moderne schaatssport aanvaardbaar is. Mocht de NMA Aegon in het gelijk stellen, dan wenden de commerciëlen zich tot het Europese Hof.

Intern heeft Aegon zich reeds verzoend met een (uiteindelijke) nederlaag. De Haagse verzekeraar overwoog in 1996 zélf als commerciële ploeg verder te gaan, maar zag van die optie af om niet de exclusieve reclamerechten bij de KNSB te verspelen.

Wat Aegon thans doet is zoveel mogelijk tijd rekken. Het bedrijf meent dat het juridisch gevecht om de reclamerechten nog zeker drie jaar in beslag kan nemen. Tot die tijd vertrouwt Aegon erop dat schaatsers in hun outfit kampioen worden.

De KNSB heeft de rebellie van de schaatsers zelf in de hand gewerkt. In de stellige overtuiging dat de sport te klein was om massale commerciële interesse te genereren, meende de bond de kampioenen te kunnen afschepen met bescheiden premies en salarissen. Pas nadat wereldkampioen Ritsma in 1995 duidelijk had gemaakt de betutteling beu te zijn, schrokken KNSB en Aegon wakker. Het vertrouwen van de schaatsers bleek toen reeds onherstelbaar beschadigd.

Bovendien verloor de bond nooit zijn streken, zo bleek vorig jaar. Nadat de ISU toestemming had verleend voor een vijfde sponsorlogo op de outfit, verkocht de KNSB, buiten medeweten van de schaatsers, dat recht voor veel geld ('tonnen') aan Aegon. Enkele jaren eerder kregen de schaatsers voor een ander, kleiner logo compensatie (Ritsma 30 duizend). Voor het vijfde logo ontvingen de schaatsers geen cent.

Intens tevreden was de KNSB met zichzelf in de wetenschap dat ze als representant van een internationaal marginale sport een zo gulle sponsor had. De feiten doen evenwel vermoeden dat de bond Aegon voor een dubbeltje op de eerste rang liet zitten. Na elk opstandje (1995 Ritsma; 1996 Romme/Hersman/Straathof) deed Aegon bijna achteloos een graai in de eigen buidel, in de veronderstelling het gevaar weer te hebben bezworen. Voor een bedrijf dat dit jaar 2,75 miljard gulden winst maakte geen chique strategie.

Bij de commerciële ploegen, gepikeerd over het feit dat Aegon voor een prikkie alle rechten opeiste, groeide aldus de ergernis. En de borrelende emoties kwamen tot een eruptie toen Aegon-woordvoerder Elias onlangs de vermeende concurrentie beschimpte. Matige coaches, matige organisatie en vervelende managers, sneerde hij. Die woorden bleken het effect van een boemerang te hebben, toen sprintcoach Mueller en de schaatsers Bos en Wennemars deze week voor de commercie kozen.

Het vermeende opportunisme van de commerciële ploegen - goede sier maken met kampioenen die door de bond zijn opgeleid - bedreigt volgens de KNSB de toekomst. Indien Aegon als hoofdsponsor afhaakt, is volgens de bond onvoldoende geld beschikbaar voor het opleiden van nieuw talent. Dat is een begrijpelijke frustratie, maar na vier turbulente winters zou de KNSB ook oog moeten tonen voor de (vermoedelijk) positieve effecten van de commercie.

Statistieken wijzen uit dat steeds meer jonge kinderen vertier zoeken op de ijsbaan. De glamour die onder invloed van de commerciële ploegen rond de schaatssport hangt, voedt onder junioren de droom een tweede Ritsma of tweede Timmer te worden. Juist die effecten zouden de KNSB moeten inspireren tot een samenspel met de commerciële ploegen.

Onder de voorwaarde dat Aegon zijn exclusieve rechten opgeeft, hebben de commerciële ploegen zich reeds bereid verklaard financieel bij te dragen aan de bondsopleiding. Naar verluidt zijn de commerciëlen bereid daarvoor 10 procent van hun totaalbudget (ruim tien miljoen) af te dragen. Het huidige opleidingsapparaat van de KNSB kost 1 miljoen per jaar.

Meer over