Reportage

Schaamte en verdriet tussen groene rozijnen en rode dadels in De Bazaar in Beverwijk

Uit heel Nederland en zelfs daarbuiten komen Afghaanse immigranten naar De Bazaar in Beverwijk om gedroogde vruchten, noten en langkorrelige rijst te kopen uit hun vaderland. De meeste klanten en handelaren zijn verdrietig, een enkeling kampt met overlevingsschaamte. ‘Ik denk niet dat wij ons zoontje ooit nog Afghanistan kunnen laten zien.’

Notenverkoper Golagha in Hal 31 in Beverwijk: ‘Niemand heeft deze week geslapen’. Beeld Arie Kievit
Notenverkoper Golagha in Hal 31 in Beverwijk: ‘Niemand heeft deze week geslapen’.Beeld Arie Kievit

De witte vlag van de Taliban ontbreekt in Hal 31 van De Bazaar in Beverwijk. De drukbezochte oosterse markt lijkt al jaren een beetje op de grote bazaar in Kabul. Tussen de bergen aubergines, geurige saffraan en bakken amandelen wapperen vele Afghaanse vlaggen met gouden franjes. Café Sultan serveert Afghaans ijs met kardemom en rozenwater, bij Baba Wali haal je lamskebab op plat brood. ‘Die witte vlag is niet de vlag van het volk’, zegt een notenverkoper met een baard. ‘Er is maar één vlag!’, roept de ijsmaker die afgemeten wijst op zijn zwart, rood, groene achterwand.

Een week na de herinname van hun moederland door de Taliban, is de stemming onder de Afghaanse verkopers en bezoekers in Beverwijk geschokt en verdrietig. De oosterse markt is een vast uitje voor veel van de circa 50 duizend Afghaanse immigranten en hun nakomelingen in Nederland. Dit weekeinde praten zij tussen de kramen over het lot van familieleden die deze zomer op familiebezoek waren in Afghanistan – wat vrij normaal is binnen de diaspora – en nu vast zijn komen te zitten. De een vertelt over een kennis die vijf keer vergeefs heen en weer reed tussen Herat en Kabul (duizend kilometer), de ander over zijn gezin dat toch over de weg via Pakistan wist weg te komen (‘zij mochten erdoor dankzij hun Nederlands paspoort’).

Verdrietig

‘Niemand heeft deze week geslapen’, zegt notenverkoper Golagha, die vindt dat Nederland veel te laat in actie kwam. Dagenlang probeerde hij tevergeefs zijn zus en zwager op de evacuatielijst te krijgen. Een collega verderop: ‘Mijn klanten zijn allemaal verdrietig; dit gaat wel over hun huis; over het land waar ze zijn opgegroeid.’ Geen van de bezoekers in Beverwijk neemt de beloften van de Taliban over amnestie en respect voor vrouwenrechten serieus.

In de populaire Ariana Supermarkt halen Afghanen hun groene rozijnen uit Kandahar, pistachenootjes uit Badghis en rode dadels uit Farah. Eigenaar Sattar: ‘Wat er ook gebeurt, de salontafel van een Afghaan staat altijd vol.’ Hij merkt nu al dat de prijzen van sommige goederen stijgen. ‘De witte moerbei verdwijnt naar China. De pijnboompitten uit Jalalabad zijn niet meer te krijgen sinds IS daar is gesignaleerd.’ Sattar merkt ook veel onrust onder zijn personeel. ‘Die adviseren hun familie bijvoorbeeld alle Facebookpagina’s te wissen.’

Naast een pallet vol rijstzakken staat de 25-jarige Zohal, een gouden hanger in de vorm van Afghanistan blinkt op haar zwarte T-shirt. Ze is met haar familie uit Duitsland komen rijden om de auto helemaal vol te proppen met Afghaanse waar. ‘Ik voel me schuldig als ik nu in de spiegel kijk’, zegt de jonge vrouw zonder hoofddoek. Zoals wel meer tweedegeneratiemigranten uit Afghanistan, stelt zij, heeft Zohal last van overlevingsschaamte. ‘Ik heb gestudeerd, ik ben veilig, maar waar heb ik dat aan verdiend? Mijn leeftijdgenoot in Afghanistan is waarschijnlijk uitgehuwelijkt aan een oude man en heeft al vier kinderen. Mijn leven in Europa is bitterzoet.’

Vakantiegangers

Een vraag die onbesproken blijft op De Bazaar: waarom zaten er nog zoveel vakantiegangers op de evacuatievluchten naar Nederland? Ondanks een dringende oproep van Buitenlandse Zaken, begin augustus, om te vertrekken? Veel Afghaanse hulpverleners en mensenrechtenactivisten konden daardoor niet mee en bleven achter, tot verrassing en ergernis van het kabinet en van internationale hulporganisaties.

‘Oordeel niet te hard’, zegt een leidende figuur van de Afghaanse gemeenschap in Nederland, die niet met zijn naam in de krant wil. ‘De familiebanden zijn sterk in onze gemeenschap. Jarenlang bezochten Nederlandse Afghanen in de schoolvakanties zonder problemen hun ouders, of ze vierden een bruiloft mee. De snelheid van de Taliban heeft vorige week iedereen verrast.’

Bij restaurant Baba Wali eet de 36-jarige Ahmed een Afghaans ijsje met vrouw en kind. Hij arriveerde twintig jaar geleden in Nederland en keerde in 2012 terug als marechaussee om in Kunduz agenten les te geven. ‘Toen dacht ik nog: we doen daar best nuttig werk – maar nu denk ik toch: het was voor niks.’ Hij wijst op de 7-jarige Adil die tegenover hem een roomijsje eet – nadrukkelijk zonder kardemom: ‘Ik denk niet dat wij ons zoontje ooit nog Afghanistan kunnen laten zien.’

Meer over