Scandinavische ontmoeting

Zes jonge Scandinavische kunstenaars zeiden vaderland en verzorgingsstaat vaarwel en trokken naar Nederland. Hier kwamen zij elkaar tegen en na uitgebreid overleg besloten ze samen te exposeren....

Die naam is ironisch bedoeld, zegt Lise Haller Baggesen (Denemarken, 1969), want de Nederlandse staat is waarschijnlijk aardiger voor kunstenaars dan welke Scandinavische dan ook. Haller Baggessen heeft vier schilderijen ingebracht, felle werken, met harde kleuren en harde onderwerpen: een vrouw die haar tweelingzuster de keel dichtknijpt totdat zij blauw aanloopt; een werk getiteld Enough is Enough, no more tears waarop een trieste dame bleek naar boven blikt. Een deel van haar hoofd is weggevallen, als bij een knullig genomen foto. Haller Baggesen schilderde een tijdje van polaroids.

Schuin hiertegenover hangen Les Fleurs du Mal van de Zweedse Martina Müntzing, twee werken met minutieus geschilderde bloemen; aan de voet van de ene vaas ligt een klein skelet, de tulpen op het andere schilderij zijn verlept en eromheen bevinden zich akelige insecten.

In een langwerpig huis, opgetrokken uit zachtroze geverfd board, heeft Doctor Broadcast, de enige hier die werkt onder pseudoniem, zijn eigen heiligdom gecreëerd.

Erboven, aan het plafond is een tv-scherm bevestigd, waarop vier onderarmen zijn te zien, de handen ineengestrengeld als voerden hun eigenaren een trapeze-act uit. Dan laten de bovenste handen - of zijn het de onderste? - los en het gevolg laat zich raden. Falling Hands, van Sari Torvinen, met 34 jaar de oudste van het zestal.

'Wij zien zelf geen grote gemene deler', zegt Haller Baggesen over de tentoonstelling. 'Op enig moment leerden we elkaar kennen en waarderen, en op basis daarvan hebben we besloten iets samen te doen. Ik ben eigenlijk wel benieuwd of het publiek dit nu bijvoorbeeld typisch Scandinavisch vindt'.

De bezoeker die wil gaan duiden zal zich enigszins moeten verdiepen in de volksvertellingen, waarop meerdere malen wordt teruggegrepen. Een werk dat de meest directe verwijzing naar Scandinavië inhoudt, is dat van Lars Arrhenius, die een witzwart berkenwoud neerzette, dat hij vergezeld laat gaan van de volgende tekst:

Kleine Lars loopt en huilt

Zijn vissersboot is weg

Huil niet kleine Lars

De boot ligt kalm in het riet

Vol met snoek en brasem

Arrhenius (Stockholm 1966) was Theo Tegelaer van W139 het best bekend; van het werk van de Deense Eva Knutz was hij het minst op de hoogte. De meesten - iedereen woont en werkt in Amsterdam - hebben deel gehad aan een groepstentoonstelling. Deze laatste wordt, benevens de gemeenschappelijke achtergrond , vooral gekenmerkt door een hoop inzet. De kunstenaars rennen af en aan voor de laatste details, onderwijl opgewonden ratelend in de voertaal: Engels.

Wat na aanschouwing van dit alles vooral beklijft is een gevoel, terug te voeren op Falling Hands: een kleine maagschokkende ervaring.

KV

Farewell Welfare, W139, Warmoesstraat 139, Amsterdam, tot en met 22 juni.

Meer over