Santa Cruz, eerste afvallige van Bolivia

Evo Morales wil Bolivia moderniseren, maar in Santa Cruz hebben ze geen goed woord voor hem over. Ze willen zich losmaken van La Paz, dat voor hen synoniem is voor achterlijkheid, linksheid en isolement....

‘Zal ik jou eens wat vertellen? Evo Morales is helemaal geen indiaan! Wij hebben de papieren die het bewijzen. Welke indiaan heet er nou Evo?’

Nou, die papieren wil de verslaggever natuurlijk zien. Mooie primeur. De president van Bolivia staat te boek als de eerste indiaan die in Zuid-Amerika in die functie is gekozen en nu blijkt hij helemaal geen aymara te zijn. Maar ja, ‘eerlijk gezegd vermoedde ik dat allang: Morales heeft echt het hoofd van iemand uit Finland’.

Roberto Gutiérrez maakt aanstalten om boos te worden, maar dan dringt de ironie van het antwoord tot hem door. ‘Oké, oké’, grijnst hij. ‘We kunnen het niet bewijzen, het is meer een vermoeden.’ En elk vermoeden hier is goed voor een beschuldiging, en wanneer Evo Morales geen indiaan is, is hij een bedrieger die op frauduleuze wijze aan de macht is gekomen. Een ding is zeker: Morales is hier de vijand.

Gutiérrez is vicepresident van het Comité Pro-Santa Cruz, een almachtige organisatie die de motor is achter het streven naar autonomie van het grootste en rijkste departement van Bolivia. Een soort alternatieve regering die de dienst uitmaakt in Santa Cruz en zich koste wat kost wil losmaken van het centrale gezag in La Paz. ‘De morele regering, noemen ze ons.’ Het idee heeft navolging gekregen in andere departementen van het oosten van Bolivia, waardoor het land een serieus risico loopt uiteen te vallen. ‘Te wapen, cruzeños!’, staat er uitdagend op de muren van de hoofdstad Santa Cruz de la Sierra.

Voor de nationale regering is het comité de spreekbuis van de schatrijke blanke elite van landeigenaren die om financiële en racistische redenen zo min mogelijk te maken willen hebben met de rest van Bolivia. De 36-jarige Gutiérrez bestrijdt dit, al geeft hij toe dat hij door zijn politieke activiteiten al twee jaar geen tijd heeft om te werken. Hij heeft een consultancybedrijf voor informatica en is, uiteraard, ook ganadero (veeboer), maar dat wordt allemaal bestierd door zijn vrouw: ‘Ik werk dag en nacht onbezoldigd voor het volk. En in deze kamer zat ooit mijn vader, die president van het Comité was.’

Twee uur lang heeft Gutiérrez zitten uitleggen waarom de arme mensen van Santa Cruz wel gedwongen zijn zich autonoom te verklaren. De regio is altijd verwaarloosd door de centrale overheid, dat was al het geval toen de Spaanse koning nog de baas was. In 1950 woonden hier vijftigduizend zielen. ‘Weet je waarom ze zeiden zielen? Omdat zielen op het kerkhof huizen.’ Santa Cruz was letterlijk het einde van de wereld, zonder verbindingen met buiten. Gutiérrez laat onvermeld dat het om die reden een perfect toevluchtsoord was voor gevluchte nazi-Duitsers en -Kroaten, die hier na de Tweede Wereldoorlog in flinke aantallen neerstreken. Heinz en Horst zijn nog altijd populaire namen in Santa Cruz.

‘Wij hadden geen elektriciteit, geen drinkwater, geen riolering, geen wegen, geen ziekenhuizen. In 1950 is het Comité Pro-Santa Cruz opgericht en onder leiding van dat Comité hebben we al die voorzieningen zelf aangelegd en betaald, zonder een cent van La Paz.

‘Het succesvolste project van dit land heet Santa Cruz. Wij hebben het departement zo ontwikkeld dat we nu rijk zijn. Santa Cruz produceert 70 procent van al het voedsel in Bolivia. De hoofdstad telt bijna anderhalf miljoen inwoners en het hele departement ruim twee miljoen. Wat wij willen is ons model exporteren naar het hele land. Maar dat wil de regering van Evo Morales niet. Die wil een soort bastaard-socialisme. Het is een regering die gefinancierd wordt door ngo’s en de Venezolaanse president Chávez.’

Santa Cruz sprak zich een maand geleden bij referendum uit voor meer autonomie en dus zeggenschap over de eigen inkomsten. De prefect Rubén Costas, ex-president van het Comité Pro-Santa Cruz, noemt zich sindsdien gouverneur en de raad, een soort provinciale staten, noemt zich parlement. Ook de departementen Beni en Pando, in het Amazonedeel van Bolivia, kozen voor autonomie en later deze maand volgt het Tarija, waar grote gasvoorraden in de grond zitten. De vier oostelijke regio’s vormen samen de Halve Maan, die het deel van de Andes en de Hoogvlakte omklemt.

‘Het Oosten brandt’, horen we nu, Bolivia dreigt in tweeën te breken. Het verschil tussen beide helften is fenomenaal. Santa Cruz is grotendeels vlak land en meestal is het er bloedheet, terwijl het op de altiplano, de hoogvlakte op meer dan 4.000 meter boven zeeniveau, letterlijk stervenskoud is. Het oosten is overwegend blank en in het westen behoort de overgrote meerderheid tot de indiaanse volken der aymara’s en quechua’s.

De oosterlingen beschouwen zichzelf als de vertegenwoordigers van de moderne tijd, het vrije ondernemerschap, de link met de wereld. Ze zijn vriendelijk, gastvrij, ondernemend en goed katholiek, zeggen ze zelf. Het Westen daarentegen is voor hen synoniem met achterlijkheid, indianen, linksheid en isolement. Daarom is het tijd om ‘de westerlingen te veroostelijken’, vindt prefect Costas.

Santa Cruz is de grootste stad van Bolivia, en is in omvang La Paz allang voorbij gestreefd, maar het blijft een beetje een uit zijn krachten gegroeid oord uit een cowboy-film. De huizen in het centrum hebben veel pilaren, ook als ze maar een verdieping hoog zijn. Dat houdt je uit de zon. Terwijl La Paz het domein is van de indígenas, veelal met een pruim cocabladeren achter de wang, is het dominante beeld in Santa Cruz de terreinwagen met daarin blanke mannen met honkbalpetjes en spiegelende zonnebrillen.

De muren van de stad zijn vol gekalkt met leuzen die de centrale regering naar de hel wensen. Opvallende opschriften als ‘Evo, dit is je graf’, ‘Evo moordenaar’ en het curieuze ‘Evo hondenmoordenaar’. Ook het ‘Evo gay’ ontbreekt niet, terwijl ook vicepresident Álvaro Linero in alle straten voor ‘nicht’ wordt uitgemaakt en een kort leven wordt beloofd. De aanhangers van Evo Morales slaan terug met verwijzingen naar de geheime loges van het Comité Pro-Santa Cruz die de nutsbedrijven in de stad domineren. Dat is het niveau van de verbale oorlog: ‘flikkers’ (regering) tegen ‘vrijmetselaars’ (autonomisten).

Wegblokkades opwerpen en met elkaar op de vuist gaan, dat zijn de voornaamste politieke strijdmiddelen in Bolivia. Het land is al sinds jaar en dag een ‘heterogeen front’ van stakingen, blokkades, protestbijeenkomsten, marsen, knokpartijen en confrontaties met de oproerpolitie. De situatie is de laatste maanden weer verergerd en zelfs in Santa Cruz worden nu als protest tegen de regering straten geblokkeerd, hoewel ze die methode daar altijd vonden getuigen van achterlijkheid en economisch onbenul.

De protesten hier hebben een ontegenzeggelijke racistische ondertoon, sinds het in het paleis in La Paz ‘ruikt naar indiaan’, in de woorden van een aymara-leider en voormalige bondgenoot van de president. Maar daar vraagt Morales om, vindt Andrés Soliz Rada.

De uiterst linkse Rada heeft helemaal niets met Santa Cruz. Hij was een jaar lang minister van Grondstoffen onder Morales, maar stapte op vanwege het ‘fundamentalistisch en geïmporteerd indigenisme, dat de geschiedenis wil bevriezen, met als doel realiteiten van vijfhonderd jaar geleden te heroveren. Om die reden Bolivia verdelen in 36 naties, met drie vlaggen, twee soorten rechtspraak en etnische territoria, speelt de Nieuwe Wereldorde in de kaart die Evo zegt te bestrijden: de macht van de multinationals waaraan landen ondergeschikt zijn.’

Onzin, zegt Pablo Stefanoni, een Argentijnse socioloog en journalist die al jaren in La Paz woont: ‘Er is geen sprake van een etnische revanche, waar de elite steeds over klaagt. En ook niet van een socialiserende aanslag op het privébezit. Het project van Evo Morales omvat modernisering van het land, een herpositionering van de rol van de staat in de economie, de sociale en culturele integratie van de inheemse meerderheid, en een democratischer verdeling van de inkomsten uit bodemschatten, met name het gas. Dit proberen de elites in het oosten te blokkeren.’

Evo Morales waarschuwde bij de erkenning van Kosovo door de westerse landen dat de balkanisering van Bolivia verre van denkbeeldig is. ‘De kans op geweld is groot’, aldus de Argentijnse bemiddelaar van de Organisatie van Amerikaanse Staten, Dante Caputo. ‘Een burgeroorlog hangt in de lucht.’

Meer over