Sanering onder kunstgebittenmakers

Met een kunstgebit is het net als met schoenen. Hoe langer je het draagt hoe lekkerder het gaat zitten. Maar het wordt ook steeds ongezonder....

Van onze verslaggeefster

AMSTERDAM

Sinds minister Borst van Volksgezondheid de vergoeding van het kunstgebit vorig jaar deels uit het Ziekenfonds heeft gehaald, zijn er 30 tot 40 procent minder gebitsprotheses verkocht. Dat is niet alleen vervelend voor mensen die zich geen nieuwe tanden meer kunnen veroorloven, ook de makers van de kunstgebitten komen in de problemen. Er dreigt een ontslaggolf onder tandtechnici.

Volgens G. Eikmans secretaris van het Nederlands Tandtechnisch Genootschap, de branche-organisatie waarbij ongeveer driekwart van alle 3200 tandtechnici zijn aangesloten, zullen zo'n tweehonderd in de beroepsgroep hun baan verliezen. De eerste ontslagen zijn al gevallen, stelt hij. Daarbij zullen de meesten niet zo snel een nieuwe baan vinden omdat hun werk zo gespecialiseerd is.

De ziekenfondsraad is al begonnen aan een onderzoek naar de effecten van de stelselwijziging die begin vorig jaar is ingegaan.

Een op de vijf Nederlanders draagt een tandprothese die gemiddeld zeven jaar meegaat. Maar sommige mensen doen er wel dertig jaar mee. Dat is ongezond omdat de kaken smaller worden naarmate men langer zonder de eigen tanden leeft. Daarom moet regelmatig een nieuw gebit worden aangemeten.

Uit onderzoek van het genootschap is gebleken dat veel oudere mensen om financiële redenen afzien van een nieuwe gebitsprothese. Een kunstgebit kost gemiddeld 1400 gulden, waarvan de meeste ziekenfondsen niet meer dan 400 gulden betalen. Zij die zich voor ongeveer 15 gulden per maand hebben bijverzekerd, krijgen een vergoeding van 750 of duizend gulden.

Sommige van de ouderen hebben nauwelijks spaargeld waarvan ze een kunstgebit kunnen betalen. Bovendien zijn het vooral de oudere mensen die zich generen om een beroep te doen op de bijzondere bijstand, die ze bij de sociale dienst kunnen krijgen om een nieuwe tandprothese te bekostigen. Het genootschap onderzoekt nu of daar samen met het ministerie wat meer fondsen kunnen worden vrijgemaakt voor tandprotheses, aldus Eikmans.

Ook de zelfstandige prothetici, anders dan de technici maken die niet alleen de protheses maar ze meten ze ook aan, merken dat er minder kunstgebitten worden verkocht. Onder de 150 à 200 prothetici staan daarom ook banen op de tocht. M. Adams, tandprotheticus in Roermond, noemt het een 'dramatische ontwikkeling'. Hij verwacht dat de regeling in april weer geheel of gedeeltelijk wordt teruggedraaid. 'Men ontdekt nu toch dat het een heilloze regel is. Hij treft een groep mensen waarvan een groot deel tot de minima behoort. De sociale status van gebitsdragers is niet hoog.'

De Maatschappij ter Bevordering van de Tandheelkunde wijst erop dat de verkoop van protheses vorig jaar zo is gedaald omdat er in 1994, net voor de stelselwijziging, zoveel extra kunstgebitten zijn verkocht. Mensen die zagen aankomen dat ze een nieuw gebit moesten kopen, hebben toen hals over kop een gebit laten maken. 'Dit is een naijleffect van de hausse in 1994', aldus een woordvoerster van de belangenorganisatie van tandartsen. Maar volgens Eikmans gaat het om een structurele daling.

In Nederland worden jaarlijks 300 tot 400 duizend kunstgebitten gemaakt. Er zijn ruim 400 laboratoria; daarnaast is er een onbekend aantal zelfstandigen.

Meer over