Samuel IJsseling: filosoof en eeuwig twijfelaar

Hij was een eeuwige twijfelaar die wars was van conformisme. Hij zou nooit iets zeggen wat hij zelf niet begreep.

null Beeld null

Toen hij filosofie doceerde aan studenten geneeskunde, daagde hij ze uit. 'Waarom willen jullie mensen genezen?', vroeg hij. 'Is dat nu het hoogste goed? Het mislukt altijd, want uiteindelijk gaat iedereen dood.' Samuel IJsseling vond genezen een goede zaak, maar over essentiële vragen moest worden nagedacht, vond hij. Kritiek kreeg hij ook. Van hogerhand werd gezegd dat hij studenten te onzeker maakte.

Eigenlijk was hij liever romancier geworden, vertelde hij ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag in een interview met De Morgen. 'Ik vind dat Emma Bovary van Flaubert meer zegt over wat de mens is dan de hele wijsgerige antropologie.' Maar Samuel IJsseling werd monnik, priester, afvallige, kenner van Heidegger, heidens polytheïst en vooral filosoof en schrijver.

Geleerd gedoe

Geleerd gedoe vond hij een zwakte. 'Ik heb nooit iets gezegd wat ik zelf niet begreep.' Daarom was hij mogelijk zo geliefd als hoogleraar hedendaagse wijsbegeerte aan de universiteit van Leuven en een schrijver voor een groot publiek.

Hij overleed op 14 mei op 82-jarige leeftijd. Zijn belangrijkste nalatenschap is de introductie van het postmodernisme - de filosofische stroming die vond dat er tegelijkertijd verschillende waarheden bestaan - in Nederland en Vlaanderen.'Je kunt tegelijk wel en niet geloven. Je kunt ook tegelijk van Lady Gaga houden en van Bach', legde hij uit.

Hans 'Samuel' IJsseling werd geboren als een van drie zonen in een katholiek onderwijzersgezin in Delft. In 1953 besloot hij het benauwende milieu te ontsnappen door onder de naam Samuel in te treden bij de orde van de Augustijnen - meer om intellectuele dan religieuze redenen. Het gaf hem de mogelijkheid filosofie te gaan studeren in Eindhoven en theologie in Rome. In 1959 werd hij in Rome tot priester gewijd, maar hij had toen al geen zin meer in het klerikale. In 1964 was hij de eerste Nederlander die een studie wijdde aan de Duitse filosoof Martin Heidegger, wiens denken, zo concludeerde IJsseling, werd gekenmerkt door 'een voortdurend onderweg zijn op verschillende wegen tegelijk'. Hij stuurde zijn proefschrift naar Heidegger, waarna hij een uitnodiging kreeg om hem te ontmoeten. In mei 1968 was hij in Parijs toen daar de opstand uitbrak. Hij ontmoette Sartre en de studentenleider Cohn-Bendit en hij volgde lessen bij de filosoof Jacques Derrida.

Geen computer, geen telefoon

Een jaar later werd hij hoogleraar in Leuven, wat hij tot 1997 zou blijven. Tegelijkertijd was hij hoofdredacteur van het wetenschappelijke Tijdschrift voor Filosofie. Halverwege de jaren zeventig legde hij het priesterschap neer en zei niet meer in God te geloven. Hij bleef echter de gemeenschap van de kerk 'met de kleine k' trouw vanwege de verheffende verhalen en rituelen. Hij zei daarbij dezelfde verheffing in de Griekse mythologie te vinden. 'Ik ben een heiden, maar wel religieus.'

IJsseling bleef een eeuwige twijfelaar: zou hij niet moeten trouwen en een gezin stichten? Hij wist niet of dat hij dat kon combineren met zijn werk, waarvoor hij zich nu eenmaal veel uren per dag moest afzonderen. Hij bleef de ultieme rationalist, leefde zeer gedisciplineerd en wilde zich niet maatschappelijk conformeren.

Hij bezat geen computer of mobiele telefoon en kocht in de feestmaand december niets omdat hij niet aan die massahysterie wilde meedoen. Altijd stelde hij zich de sleutelvraag of het leven een vloek of een zegen was. 'Als de gedachte om er een einde aan te maken, nooit bij je is opgekomen, ben je uiteindelijk oppervlakkig.'

Meer over