Saleh B. blijft leveren granaat ontkennen

De terreurverdachte Saleh B. heeft niets te maken met de handgranaat die vorig jaar in Den Haag naar de politie werd gegooid, zegt hij....

Saleh B., de 28-jarige man in de getuigenbank, draait zich resoluut naar Jason W. De Hofstadverdachte die hem naar eigen zeggen valselijk heeft beschuldigd. ‘Ik wil dat hij het recht in mijn gezicht zegt’, verklaart Saleh B. ‘Waarom lieg je nu’, riposteert Jason W. ‘Heb ik jou vier granaten gegeven?’, vraagt Saleh B. ‘Ja’, antwoordt Jason W. ‘Dan weet ik genoeg’, zegt Saleh B. ‘Dit doet mij heel veel pijn.’

Saleh B. heeft maandag voor de rechtbank herhaald dat hij niets te maken had met het leveren van handgranaten aan welke Hofstadverdachte dan ook. Jason W. heeft gezegd dat hij de granaten – waarvan hij er vorig jaar 10 november een naar de politie gooide – van hem in bewaring had gekregen. Sporenonderzoek naar de granaten heeft niet naar Saleh B. geleid.

Zijn contact met de Hofstadverdachten was strikt zakelijk, aldus Saleh B. Hij sprak met hen over handel. B. had een marktkraam waar hij boeken verkocht. Het broertje van Jason W., Jermaine, wilde weten of hij geïnteresseerd was in een partij goedkope broeken. Maar ‘dat was niks dat spul’. Over het geloof en de jihad hadden ze ‘niet echt gesproken’.

Hij erkent wel dat hij één of twee keer op bezoek is geweest in de woning van Jason W. in de Antheunisstraat. Maar veel wil Saleh B. daar niet over zeggen, omdat hij zelf ook nog terreurverdachte is, onder andere wegens het leveren van de granaten. Tot ongenoegen van de advocaten mag B. zich van de rechters keer op keer op zijn verschoningsrecht beroepen.

Wel wil de getuige kwijt dat hij niet voor de AIVD werkt. ‘Anders zou ik nu niet vastzitten.’ Is het dan gebruikelijk dat AIVD-agenten niet worden opgesloten, probeert raadsman Van der Horst, die Ismail A. verdedigt. ‘Ik ben geen AIVD-informant, dat is toch wat u wilt weten?’

Naast de getuigenis van B. – vandaag beslist de raadkamer over zijn voorlopige hechtenis – is ook de zaak van Ismail A. behandeld. Anders dan zijn vriend Jason W. is hij niet bereid op vragen van de rechters in te gaan. Hij wil slechts een korte verklaring afleggen. Hoewel hij de rechtbank tijdens een regie-zitting in koranisch Arabisch toesprak, leest hij nu in keurig Nederlands voor van een briefje.

‘Ik ontken de mij ten laste gelegde feiten’, zegt A. die samen met Jason W. onder meer wordt verdacht van poging tot moord op de leden van het arrestatieteam. Hij onderschrijft de lezing van Jason W. dat die in paniek de granaat gooide.

Volgens A. is er geen mogelijkheid geweest het gooien van de granaat tegen te houden. Verder is hij de rechters ‘geen verantwoording schuldig over wat ik lees, denk of geloof’.

Dat weerhoudt de rechtbank er niet van hem afgeluisterde gesprekken voor te houden. Na de mislukte inval daagt Ismail A. de politie uit. ‘Ik wil dood, ik wil dood, ik neem jullie mee naar de hel en ik ga naar het paradijs.’ Ook schreeuwt A. meermaals: ‘Schiet, schiet, schiet dan!’

Vrijdag besprak de rechtbank de wens van Jason W. als martelaar te sterven. Die ontkende dat. Nu leest de rechter voor uit een afgetapt telefoontje dat Jason W. tijdens de belegering in het Haagse Laakkwartier vorig jaar november met zijn broertje voerde. ‘Er wacht een vrouw op mij in het paradijs. Het maagdje met de diepe zwarte ogen.’



Geluidsbanden zijn maar moeilijk te verstaan

‘Allah Akbar, Allah Akbar’, krijsen Jason W. en Ismail A. De kreten klinken rauw en agressief in de rechtszaal, waar maandag een geluidsfragment van de politie-inval in de Haagse Antheunisstraat wordt gedraaid. Een enorme knal, bonzen op de deur, veel geruis en tussendoor praktisch onverstaanbare stukjes tekst.

Eerder zijn brokjes van de door de AIVD afgeluisterde gesprekken afgespeeld en steeds blijkt dat de teksten nauwelijks zijn te verstaan. Urenlang houden de rechters de verdachten gesprekken voor die zijn opgevangen van 3 tot en met 10 november 2004.

Ze baseren zich op een tweede versie vertaalde teksten, die minutieus en veelvuldig zijn beluisterd door diverse tolken.De banden zijn slecht van kwaliteit. Er wordt Nederlands, Berbers en Marokkaans-Arabisch door elkaar gesproken. ‘Veel is moeilijk te verstaan, dus moeilijk te vertalen’, aldus Ismail A.’s raadsman Van der Horst.

Ook de nieuwste versie wordt door de advocaat talloze malen betwist. Waar ‘dat klopt’ staat, moet zijn: ‘Wat voor onzin is dat’. Waar ‘hij gaat dood, joh’, is vertaald, zou zijn gezegd: ‘Terwijl ze je graag dood willen.’

De rechtbank acht de geluidsbanden van groot belang. De verdediging wil aantonen dat ze als bewijsmateriaal ondeugdelijk zijn.

Meer over