's Winters lag de tijd twee maanden stil

Honderd jaar na de ontdekking is ten slotte de Tafel van Capua ontcijferd. Dekleitablet onthult een feestkalender van het raadselachtige volk der Etrusken dat 500 jaar voor Christus Italië bevolkte....

'DAT IK de betekenis van een paar Etruskische woorden heb ontdekt, vind ik niet het belangrijkste. Het belangrijkste is dat ik heb ontdekt wat voor soort document dit is. Dat ik heb ontdekt hoe de volken van het oude Italië een kalender opbouwden.'

Prof. Mauro Cristofani heeft reden om trots te zijn. Hij heeft de op één na langste Etruskische tekst, de zogeheten Tabula Capuana ('Tafel van Capua'), bijna een eeuw na haar ontdekking ontcijferd. En daarmee is in één klap onze kennis over het raadselachtige volk van de Etrusken flink uitgebreid.

Cristofani is hoogleraar etruskologie en Italische oudheden aan de universiteit van Napels. Hij is leerling en opvolger van de grondlegger van de moderne etruskologie, Massimo Pallottino die vanwege zijn superieure kennis bekend stond als de 'laatste koning van de Etrusken'. Pallottino overleed op 86-jarige leeftijd op 8 februari van dit jaar. Een paar dagen tevoren had hij nog de drukproeven gelezen van Cristofani's boek over de ontcijfering van de Tabula Capuana.

'Pallottino ging met mijn studie helemaal akkoord', vertelt Cristofani. 'Hij was er erg enthousiast over. Hij heeft me nog een paar wetenschappelijke adviezen gegeven. En de titel, Tabula Capuana, is niet van mij. Die is van Pallottino.'

Telefoon. De zoon van Pallottino. Het gaat over de bibliotheek van zijn vader, vijftienduizend boeken, waarvan vele elders onvindbaar. Cristofani: 'Ons instituut is erin geslaagd die bibliotheek te kopen. Een grote overwinning op het Paul Getty Centre in Californië, dat ook geïnteresseerd was.'

Pallottino's boeken verhuizen dus naar het Instituut voor de Etruskisch-Italische archeologie in Rome, waarvan hijzelf tot 1982 de eerste directeur was. Zijn opvolger Cristofani heeft er, tussen zijn andere activiteiten door, vier of vijf jaar over gedaan om te begrijpen wat er op de Tabula Capuana staat.

Het is een kleitablet van 62 centimeter hoog en 49 centimeter breed, eind vorige eeuw gevonden in Santa Maria Capua Vetere. Dit plaatsje ligt vlak bij het antieke Capua, iets ten westen van Caserta, dertig kilometer ten noorden van Napels.

Cristofani: 'De toenmalige directeur oudheden van Napels zei dat het een vervalsing was. Een Duitse kunstkenner, Pollack, dacht er anders over. Hij kocht de tablet en verkocht het door aan het museum van Berlijn.'

Daar werd de Etruskische tafel zonder veel succes bestudeerd. Totdat hij terecht kwam in het Pergamon-museum in Oost-Berlijn, waar hij praktisch niet meer toegankelijk was. Cristofani heeft hem daar toch nog kunnen zien. Maar hij heeft vooral kunnen profiteren van de uitlening van de tafel aan Italië, kort voor de val van de Berlijnse muur.

De Tabula Capuana is volgens Cristofani gemaakt rond 500 voor Christus, aan het begin van de eeuw waarin het gebied van de Etrusken zijn grootste omvang bereikte. De langste Etruskische tekst, die bewaard wordt in het museum van Zagreb, is veel jonger. Deze dateert uit de tweede eeuw voor Christus. Het is een, in inkt geschreven, tekst op lange repen linnen, die gewikkeld waren om een Egyptische mummie. De repen zijn afkomstig van een linnen boek. De mummie werd gevonden rond 1850 en gekocht door een Kroatische verzamelaar. Na diens dood verhuisde de mummie naar het museum van Zagreb. Pas daar werd vastgesteld dat ze gewikkeld was in een Etruskische tekst, het fameuze Linnen Boek.

Cristofani leidt een team dat bezig is met de uitgave van het aan Campanië gewijde deel van het Corpus Inscriptionum Etruscarum, de Verzamelde Etruskische Inscripties. Van de 150 in Campanië gevonden inscripties is de Tafel van Capua verreweg de belangrijkste. Voor Cristofani was dat een extra stimulans om te proberen dit document te ontcijferen.

De Tabula Capuana had een vreselijke reputatie: ze gold als een onbegrijpelijke tekst die iedere poging tot interpretatie tartte. Cristofani: 'Men heeft steeds geprobeerd de betekenis van de woorden te achterhalen door ze te vergelijken met woorden uit andere talen. Maar die vergelijkingen gingen niet op, want het Etruskisch lijkt bijna nergens op.'

Er is maar één verwante taal gevonden: op het Griekse eiland Lemnos in het noorden van de Egeïsche Zee. Deze prehistorische taal is ons overgeleverd in één lange en tien korte inscripties. In dit 'Lemnisch' zijn het woord voor 'jaar' en de telwoorden hetzelfde als in het Etruskisch. Maar er zijn ook grote verschillen. En het raadsel over de herkomst van de Etrusken en hun niet-Indo-Europese taal wordt er niet door verklaard.

Het Etruskische schrift, dat overigens van plaats tot plaats verschillen vertoonde, is goed leesbaar. Het is een archaïsche versie van het Griekse alfabet, dat aan de eigen behoeften is aangepast. Toch is het een heksentoer geweest om de Tafel van Capua te lezen. Tussen de woorden is geen spatie aangebracht, zodat het moeilijk is erachter te komen waar ze beginnen en waar ze ophouden.

De tekst bleek te zijn geschreven volgens het uit het archaïsch Grieks bekende boustrofèdon-systeem. Letterlijk betekent dat: 'rund-omkeringsgewijs'. Zoals een ploegende os aan de rand van het veld omkeert en dan in tegenovergestelde richting een nieuwe vore trekt, zo ontstaat bij de boustrofèdon-schrijfwijze een tekstlint waarbij je per regel van leesrichting moet veranderen.

DE TAFEL van Capua maakt het nog doller. De tekst begint rechts boven aan. De volgende regel moet niet alleen van links naar rechts, maar ook ondersteboven worden gelezen, dus dan toch weer van rechts naar links. Voor de elitaire priesterklasse waarvoor de Tafel was bestemd, was het volgens Cristofani niet nodig de tablet bij iedere regel om te draaien. In die kringen las men even goed recht als ondersteboven, even goed van rechts naar links als van links naar rechts.

Maar een tekst kunnen lezen is nog niet een tekst begrijpen. Het ons bekende Etruskische vocabulaire omvat niet meer dan zo'n honderdvijftig woorden. Dat we zo weinig weten van de taal komt vooral door het monotone tekstaanbod. De Etrusken zijn ons vooral bekend vanwege hun hoogstaande grafcultuur. In die cultuur ligt de meeste nadruk op architectuur, sculptuur en schilderkunst, terwijl de taal er bekaaid van afkomt. De ons bekende Etruskische teksten zijn voornamelijk grafinscripties en teksten op vazen die aan de goden werden gegeven. Daarin wemelt het van de datumaanduidingen en persoons- en godennamen, maar de woordenschat is zeer beperkt.

Cristofani begon zijn werk met het bestuderen van de archeologische context van de vondst. Pas daarna zette hij zich aan de interpretatie zelf. Zijn geheim: 'Ik heb voor het eerst geprobeerd de tekst van binnenuit te begrijpen. De tafel is onderverdeeld in tien secties. Nu is volgens een oude traditie uit de tijd van Numa Pompilius, de tweede koning van Rome, het jaar verdeeld in tien maanden, van maart tot december. Het was al duidelijk dat er namen van godheden worden vermeld. De conclusie lag voor de hand: de tekst is een kalender van religieuze feesten. Net als trouwens de langste Etruskische tekst uit het Linnen Boek.'

Negen dwarsstrepen markeren de scheiding tussen de maanden, van maart tot en met december. In de winter lag de tijd twee maanden stil, totdat de Romeinen in het midden van de vijfde eeuw voor Christus januari en februari toevoegden. De oude indeling is blijven voortbestaan in de namen september, oktober, november en december, letterlijk de zevende, achtste, negende en tiende maand.

Op de Tafel van Capua zijn april en november de maanden met de meeste feesten. Ook maart en juni nemen veel ruimte in. In mei, juli en oktober daarentegen viel er kennelijk weinig te vieren. De onderste helft van de tafel, vanaf de behandeling van de maand augustus, is zwaar gehavend. Maar het behouden deel van de tekst was vóór Cristofani even hopeloos door te komen.

Cristofani zette andere wapens in dan zijn gestrande voorgangers. 'Veel Etruskische woorden zijn niet duidelijk, maar de syntactische structuur van het Etruskisch is dat wel. Je krijgt eerst het onderwerp, dan het lijdend voorwerp en dan het werkwoord. De telwoorden kennen we. Bovendien zijn er de universele kenmerken van iedere taal. En het genre van de religieuze kalender met zijn typische structuur is bekend. Zo'n kalender kennen we al uit het Myceens. Veel dingen kun je dus afleiden.'

Cristofani: 'Op de kalender van Capua wordt eerst de dag genoemd, dan de godheid wier feest het is, daarna volgen een korte beschrijving van de dierenoffers waarmee het feest moet worden gevierd, de plaats waar dat moet gebeuren en een vermelding van de families of priesters die die offers moeten brengen.'

Cristofani heeft de betekenis achterhaald van Etruskische woorden als ilucu (feest), nunthe (offeren), acas (offeren, doden), escat (dragen) en het werkwoord perpri, dat de noodzaak aanduidt dat iets wordt uitgevoerd. Hij heeft ook het 'colofon' kunnen vertalen rechts onderaan de tekst: zihunce Kanulis: Kanulis heeft dit laten schrijven.

HET BLEEK niet mogelijk alle woorden te vertalen, maar hun globale betekenis - een plaats, een dag, een naam, een dier, een object - is wèl duidelijk. Ergens in de tekst staat bijvoorbeeld dat op een feest vier bepaalde beesten moeten worden gedood en geofferd. We weten niet welke dieren worden bedoeld, maar dat is voor het begrijpen van de tekst geen ramp.

Of neem deze 'vertaling' van Cristofani, waarbij een vraagteken een onduidelijkheid aangeeft: 'In de maand juni op de dag ? van Lethams moet de viering plaatsvinden met een vat op de plaats ? en diverse objecten ?? op een andere plaats ?, door de gemeenschap van Capua en de familie ?, als geschenken aan de goden.' Het Etruskische woord voor juni kennen we uit een Latijnse vertaling van de Etruskische maanden. Lethams was waarschijnlijk de god van de voortplanting. Dat we niet weten om welke dag in juni het gaat, komt omdat deze datum is aangegeven met een ons onbekend naamwoord. Later werden daarvoor telwoorden gebruikt, zoals in het Linnen Boek.

Cristofani heeft haast medelijden met zijn 'arme leerlingen' aan wie hij de duivels ingewikkelde Tafel van Capua heeft voorgezet. Minder ingewikkeld zijn de eerste conclusies die uit de nu ontcijferde tekst kunnen worden getrokken. Cristofani: 'Uit de plaatsaanduidingen blijkt dat de Etrusken in Zuid-Italië veel verder zijn gekomen dan werd gedacht. Ze zijn doorgedrongen tot kustgebieden waarvan men aannam dat daar de Grieken woonden. De Etrusken zaten zeker als in de achtste eeuw voor Christus in Campanië. In de vijfde eeuw voor Christus strekte de Etruskische heerschappij zich uit van Mantua in de Povlakte tot Eboli ten zuiden van Napels.'

De Tabula Capuana maakt ook melding van niet-Etruskische goden. Dat zijn goden van de Italische volken die de Etrusken onder hun heerschappij hadden gebracht. Ze namen deze goden op in hun pantheon, een later ook door de Romeinen veel gebruikte methode om vreemde volken aan zich te binden.

'We kunnen niet meer van de Etrusken spreken alsof ze één blok vormden', concludeert Mauro Cristofori. 'Het was een zeer gedifferentieerde maatschappij, die van plaats tot plaats verschilde. De geschiedenis van Italië van de negende eeuw tot de verovering door de Romeinen, die werd afgerond in de derde eeuw voor Christus, is veel ingewikkelder dan men denkt. Het is een geschiedenis van volken die heel verschillend waren en zich voortdurend verplaatsten. Wie weet bijvoorbeeld dat in de zesde eeuw voor Christus in Italië minstens tien verschillende talen werden gesproken?'

Een van die talen was het Etruskisch, dat dank zij het werk van Cristofori iets van zijn raadsels heeft moeten prijsgeven.

Jan van der Putten

Meer over