's Nachts is Philipsburg van de bendes

VAN ONZE CORRESPONDENT JEAN MENTENS

PHILIPSBURG - Na zonsondergang verandert Philipsburg in een onbehaaglijk lege stad. De cruiseschepen met de toeristen die St. Maarten hebben bezocht, varen de haven uit. De juweliers en kledingzaken in Frontstreet en Backstreet doen de rolluiken dicht. De ambtenaren hebben de kantoren in de binnenstad al lang verlaten.

Alleen de casino's en de McDonald's zijn nog open. Een paar hoertjes hopen opgepikt te worden. Op een paar vaste plekken in Frontstreet tiert de drugshandel welig.

Opgeschoten tieners nemen het centrum over. Ze vormen gangs die zich, naar Amerikaans model, een kleur hebben toegeëigend: zwart voor de Town Boys, die zich ophouden in Frontstreet en Backstreet, rood voor de Bloods uit Dutch Quarter, blauw voor de Crips uit de wijk Belvedere. Tegen de honderd jongeren zijn bij deze jeugdbendes betrokken.

Af en toe rijdt een politieauto langzaam door de straten, met blauw zwaailicht, maar zonder sirene. De jongens storen er zich niet aan en lopen wiegend verder.

Ze plegen autodiefstallen en inbraken in groepsverband. Met het geld dat ze daarmee binnenharken, hangen ze de grote jongen uit, blijkt uit de criminaliteitsanalyse die het Ministerie van Justitie pas heeft gepubliceerd over St. Maarten.

De problemen ontgingen minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties niet toen ze onlangs op werkbezoek op St. Maarten was. 'Als jongeren hun school niet afmaken en niet aan het werk kunnen, dan komen ze misschien in de criminaliteit terecht en dat willen we graag voorkomen', zei ze.

Maar hoe? Het ontbreekt justitie en politie aan middelen om deze jongens adequaat aan te spreken en te straffen. Sinds 10 oktober 2010 wordt er op Sint Maarten alles aan gedaan om die diensten uit te breiden. Maar dat is een moeizaam proces door tekort aan geschikt personeel. Kleine 'instapdelicten' kunnen door onderbezetting nauwelijks worden aangepakt en zo bouwen de gangs ongestoord een criminele carrière op, tot ze een ernstig delict plegen.

Vaak hebben ze geen benul van de ernst van hun daden. Ze zoeken binding met leeftijdgenoten op straat, want school of thuis is niet hun favoriete plek. Na een gewapende overval met geweld horen ze dan - voor hun gevoel als een donderslag bij heldere hemel - ineens vijftien jaar gevangenisstraf tegen zich eisen.

'De impact die deze jeugdcriminaliteit op de samenleving heeft, is niet te overschatten', zegt korpschef Peter de Witte. 'Jonge pubers die geweld gebruiken en bijvoorbeeld met een vuurwapen een overval plegen, creëren gevoelens van onveiligheid.'

Witte heeft het St. Maartense korps op een minimale 'basissterkte' gebracht. Hij hoopt zijn agenten efficiënter in te zetten met een wijkgerichte aanpak. 'Vroeger reden we, met de beperkte capaciteit die we hadden, wat doelloos rondjes. Nu halen we gericht informatie uit de gemeenschap waardoor we hopen de probleemjongeren op het spoor te komen nog voor ze op de verkeerde straathoek terechtkomen.'

Naast de politie schiet ook het justitieapparaat nog tekort, zegt hoofdofficier van justitie Hans Mos. 'Veel uitvoerende diensten zijn kwantitatief en kwalitatief sterk onderbezet.' Hij maakt een optelsom. 'Armoede, gebrek aan scholing, sociale uitsluiting en een zwak functionerende overheid zijn een voedingsbodem voor criminaliteit', zegt Mos.

Zolang de overheid niet in staat is de problemen aan te pakken, moeten particulieren de gemeenschapszin aanwakkeren, zegt Mos. Jongeren moeten zo de kans krijgen te laten zien dat ze ook nuttig bezig kunnen zijn. 'Laat ze een wijk opknappen, waarbij dan de bedrijven die hier het geld verdienen, de hotels en de casino's, kennis en materiaal leveren', zegt Mos. 'Dit land heeft cohesie nodig.'

De vraag is waar dat moet beginnen. Als de cruiseschepen in de vroege ochtend zijn afgemeerd, gaan duizenden toeristen in de winkels van Frontstreet op zoek naar taxfree koopjes. De passagiers die op het haventerrein nog niet in een taxi zijn gestapt, worden aangesproken door vrije rijders. Of ze niet voor een paar dollars liever in een koele taxi met airconditioning rijden dan door de hete zon banjeren.

De taxi-jongens regelen de ritjes onder elkaar. Ze lijken erg op het soort boys dat ook 's nachts de binnenstad bevolkt. Ze wisselen een handdruk uit. Een zakje wiet wisselt van eigenaar.

undefined

Meer over