Rutte wacht jaar vol valkuilen

De grootste risico's voor het kabinet-Rutte in 2011 lijken te schuilen in de fracties van Geert Wilders en van Maxime Verhagen.

Den Haag - Voor het kabinet-Rutte wordt 2011 het jaar van de waarheid. Aan wensdenken over een snelle ondergang ontbreekt het niet, aan vergelijkingen met het verleden evenmin. Balkenende I, met de populisten van de Lijst Pim Fortuyn, hield het slechts 67 dagen uit. Wat zijn nu de kansen, waar liggen de bananenschillen?


De liefhebbers van parallellen wijzen naar 2002, toen een onervaren, ongerichte en leiderloze LPF na de dood van Pim Fortuyn met 26 zetels de Kamer en daarna het kabinet betrad. In een ommezien was het een chaos. Van die LPF-geschiedenis heeft Geert Wilders geleerd. Controle is het codewoord. 'Een ledenstructuur is een faalfactor bij het opbouwen van je organisatie', zei tweede man Martin Bosma.


Wilders is als de dood voor verkeerd volk; vandaar de zaterdagse klasjes waar politici in de dop worden getest en getraind. En er is één onaantastbare leider - in dat opzicht is de PVV alles behalve vergelijkbaar met de chaotische LPF.


Toch waren de klasjes niet afdoende. Het grote Wilders-risico voor het komend jaar zit in de Lucassen-achtigen - de vertegenwoordigers waar een smet of luchtje aan zit. Het Kamerdebat over Eric Lucassen was een van de zeer weinige gelegenheden dat Wilders zichtbaar van zijn stuk was; hij zat duidelijk in zijn maag met een partijgenoot die had gedreigd 'door de brievenbus te pissen' en overig niet kreukvrij gedrag had getoond. Berichten over een kopstoot, nachtelijke liederlijkheid, en nog wat veroordelingen completeerden het armoedige beeld.


Fraai is anders, ook omdat premier Mark Rutte via dit kabinet de samenleving 'wil terugveroveren op de hufters'. Geloofwaardigheidsproblemen liggen op de loer. Wilders kan weinig uitrichten tegen zijn fractieleden, vanwege die magere 76 zetels waarop dit gedoogkabinet rust. Er hoeft er maar één genoeg van 'meneer Wilders' te krijgen, en Leiden is in last.


Een tweede gevaar dat nogal eens genoemd wordt in verband met Wilders, lijkt veel minder groot. Wilders zou de regering laten vallen zodra hij zakt in de peilingen. Als blijkt dat de immigratie toch niet met de beloofde 50 procent terugloopt bijvoorbeeld, of als zijn naam iets te veel in verband wordt gebracht met nare besluiten.


Daarvan blijkt die eerste drie maanden eigenlijk niets. Alles wijst erop dat Wilders dit kabinet echt wil. Hij kan het vinden met Rutte en Verhagen. Hij drijft zaken niet op de spits, zo lijkt.


Na de oorwassing van minister Gerd Leers die zich naar de smaak van Wilders in Brussel te weinig doortastend had opgesteld voor een scherper asielbeleid, liet Kamerlid Sietse Fritsma dezelfde Leers in het Kamerdebat over de begroting vrijwel met rust.


Vooral opmerkelijk is dat Wilders heeft goedgevonden dat de btw-verhoging op de kunsten een half jaar werd uitgesteld. Daarvoor is maar één verklaring: hij wilde niet dat het kabinet in gevaar zou komen.


De gevaren voor Mark Rutte schuilen niet in zijn eigen partij. Sinds oudgediende Henk Vonhoff op zijn sterfbed prevelde dat Rutte met zijn formatiepoging over Paarsplus de VVD in gevaar bracht, heeft hij de steven naar rechts gewend en niet meer geaarzeld. Dit is zijn kabinet, Wilders houdt zich keurig aan alle afspraken, en 'de PVV is een gewone partij'. Opposanten in de VVD zijn er niet meer.


Maar Rutte is niet alleen partijleider, ook regeringsleider. Uit dien hoofde is hij de eerst aanspreekbare voor de samenleving.


Ruttes kabinet begint in dat opzicht niet onder een goed gesternte. Afgezien van de werkgevers, heeft de georganiseerde samenleving zich en bloc tegen verklaard. De SER, de vakbeweging, de publieke omroep, de adviesorganen, het middenveld, (naar verluidt) de koningin - allemaal tegen.


Stef Blok, Ruttes voorman in de Kamer, vindt dat niet zo'n probleem. Hij bezigt graag een harde toon. Er zijn noodzakelijke maatregelen en er zijn gevestigde belangen, in Bloks optiek. Dat is zo; een aantal van de omstreden maatregelen (Wajong, revisie sociale werkplaatsen) zouden ook onder een andere regering op de rol staan. Maar een harde toon jaagt ook onnodig mensen tegen je in het harnas - en het blijft wel Nederland dus een begin van welwillendheid zou wenselijk zijn.


De christen-democratie, van oudsher hét toonbeeld van degelijkheid, stabiliteit en berekenbaarheid, bergt het komend jaar de grootste risico's in zich.


Op het historische CDA-congres van 2 oktober zette Maxime Verhagen een passend beeld neer. De formatie van het rechtse kabinet, zei Verhagen, had af en toe geleken op 'een dolle rit in een achtbaan'.


Opmerkelijk. CDA'ers háten achtbanen. Dertig jaar lang hield het CDA zich verre van alles wat op avontuur leek. Jan Peter Balkenende won drie verkiezingen op rij, op de thema's saai & betrouwbaar.


En toen grepen Verhagen en de zijnen het initiatief. Zó kon het niet langer, met die consensuspartij van vlees noch vis, afkalvende kiezerssteun en de concurrentie van Wilders, dat geschipper tussen linksige leden van confessionele snit en de rechtsere en ontkerkelijkte kiezers. Zij kozen voor de kiezers: het CDA moest rechtser, conservatiever, wereldlijker, uitgesprokener en vooral groter.


Achteraf was het Verhagen die in september 2009 als eerste omhoogkroop, die achtbaan op. Het CDA was in de peilingen bijna gehalveerd. Vanuit New York liet hij weten dat een nieuwe missie in Uruzgan wat hem betreft helemaal nog niet van de baan was, ondanks coalitieafspraken. Spoeddebat.


Balkenende had de Kamer net omstandig uitgelegd dat geen enkel kabinetslid meer iets zou zeggen over de kwestie, of Verhagen stond op en zei dat wat hem betreft álles open lag, inclusief verdere militaire aanwezigheid.


Het was, achteraf, hét sleutelmoment: Verhagen brak met de op consensus gerichte stijl van Balkenende en het CDA. Vanaf dat moment zocht hij de confrontatie.


De tussenstand, eind 2010, is diffuus. Enerzijds is Verhagen een gevierd man. Hij heeft immers een huzarenstukje afgeleverd door zijn partij dit kabinet in te loodsen en levert daarbij nog evenveel bewindslieden als de VVD ook. Taaiheid kan hem niet worden ontzegd, de kunst van het behendig manoeuvreren evenmin.


Tegelijk is het CDA gespleten, een hele generatie oudgedienden van naam en faam staat briesend aan de zijlijn, van de nieuwe generatie zijn Eurlings, Klink en anderen vertrokken. En de kiezer laat het in de peilingen nog steeds afweten.


Op veel krediet hoeft Verhagen niet te rekenen. De groep rondom hem is een Binnenhofclub, een kleine gideonsbende zonder veel bedding in de partij. Als ze niet leveren, kan het zomaar afgelopen zijn. Vele vijanden staan klaar, bínnen de partij en zélfs binnen de eigen Kamerfractie.


Jos Werner, voorzitter van de CDA-senaatsfractie, gaf onlangs al een schot voor de boeg. Als VVD, PVV en CDA bij de komende Statenverkiezingen geen meerderheid halen, moeten ze maar opstappen, vond Werner.


Het vertrouwen herstellen, tegelijk de verhoudingen met Wilders werkbaar houden én overtuigend het land regeren; het zijn slechts enkele van de bijna onmogelijke opdrachten die Verhagen het komende jaar te wachten staan.


Meer over