Analyse

Rutte roept op tot actie in Glasgow, maar weigert zelf daad bij woord te voegen

‘Actie, actie actie’, zei demissionair premier Mark Rutte tijdens zijn speech op de klimaattop in Glasgow. Maar vervolgens schitterde de Nederlandse handtekening door afwezigheid onder de COP26-verklaring: een resolutie om te stoppen met het financieren van fossiele energieprojecten in het buitenland. Waarom weigert het kabinet te tekenen?

Yvonne Hofs
Demissionair premier Mark Rutte tijdens de opening van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Schotland. Beeld ANP
Demissionair premier Mark Rutte tijdens de opening van de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Schotland.Beeld ANP

De milieubeweging en linkse fracties in de Tweede Kamer zijn boos omdat Nederland zijn handtekening niet heeft gezet onder de COP26-verklaring waarin ruim 20 landen beloven te stoppen met het direct financieren van fossiele energieprojecten. Temeer omdat de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada dat wel hebben gedaan.

Mark Rutte presenteerde zich maandag op de klimaattop in Glasgow als Action Man. In zijn toespraak zei hij dat het vanaf nu ‘allemaal moet draaien om actie, actie, actie’. De demissionaire Nederlandse premier vindt blijkbaar dat de internationale gemeenschap meer daadkracht moet tonen in de strijd tegen klimaatopwarming. Rutte sloot zijn korte rede af met een belofte. ‘Dames en heren, u kunt rekenen op het Koninkrijk der Nederlanden.’

Mooi niet dus, mopperen de Nederlandse milieubeweging en de ‘groene’ fracties in de Tweede Kamer. Als de wereld op ons kan rekenen, waarom stopt Nederland dan niet met het financieren van fossiele energieprojecten in het buitenland? Onder andere de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Canada doen dat namelijk wel. 21 landen hebben tijdens de COP26-conferentie in Schotland een verklaring ondertekend waarin zij beloven zulke investeringen vóór eind 2022 te beëindigen. De handtekening van Nederland ontbreekt.

Staatssteun

GroenLinks eiste donderdagavond per motie dat Nederland zich alsnog aansluit bij het initiatief van het Verenigd Koninkrijk. Over die motie wordt dinsdag gestemd. Kamerlid Tom van der Lee vroeg demissionair staatssecretaris Dilan Yesilgöz (VVD, Klimaat en Energie) tijdens een Kamerdebat om opheldering. Yesilgöz reageerde afhoudend: volgens haar kan een demissionair kabinet zich niet aan zulke beloften committeren. De ‘groene’ fracties in de Kamer vinden dat ongeloofwaardig. Het demissionaire kabinet trok in september immers wél 6,8 miljard euro uit voor de subsidiëring van duurzame projecten.

De vermoedelijke reden voor het ontbreken van de Nederlandse handtekening is dat het Nederlandse bedrijfsleven relatief grote belangen heeft in de internationale olie- en gassector. Demissionair staatssecretaris Hans Vijlbrief (D66, Fiscale Zaken) schreef dat in juli in een scenarioverkenning voor de Tweede Kamer. De Nederlandse staatssteun aan internationale fossiele energieprojecten bestaat uit overheidsgaranties op exportkredietverzekeringen. De overheid staat garant voor ongeveer 4,8 miljard euro aan fossiele energieprojecten, waaronder de aanleg van gas- en oliepijpleidingen door bedrijven als Shell, Van Oord, Boskalis en Heerema. Zonder overheidsgaranties zijn die projecten niet verzekerbaar. Nederland is in internationaal opzicht een vrij grote speler op deze markt. Veel groter dan bijvoorbeeld Zweden, een van de landen die de verklaring wél ondertekend heeft.

In de scenarioverkenning wijst Vijlbrief op de gevolgen voor de werkgelegenheid als Nederland op korte termijn zou stoppen met de overheidsgaranties. Alle bekende economische argumenten komen voorbij. Zo noemt hij het ‘gelijke speelveld’ dat op het spel zou staan als Nederland zich aansluit bij een kopgroep van landen die zich committeren aan een financieringsstop. Opdrachten en banen zouden dan over de grens verdwijnen. Het klimaat zou daar niks mee opschieten, omdat er dan ‘koolstoflekkage’ optreedt naar andere landen die minder voorop lopen met hun klimaatbeleid.

Hypocriete trekjes

Het Nederlandse kabinet zet daarom vooral in op internationale akkoorden, maar dat leidt er wel toe dat ‘iedereen wacht op iedereen’ en er uiteindelijk (te) weinig gebeurt. In dat licht bekeken heeft Ruttes oproep tot ‘meer actie’ hypocriete trekjes. Dat geldt ook voor de regeringsleiders van Frankrijk en Duitsland. Ook zij prediken volop het groene gospel op klimaatconferenties, maar hebben de financieringsstop niet ondertekend. Van de Verenigde Staten, die dat wel hebben gedaan, moet echter nog blijken hoe zij hun toezegging in de praktijk zullen nakomen. De tekst van de COP26-verklaring bevat namelijk nogal wat mazen die ruimte laten voor het maken van uitzonderingen.

De kans dat de motie van GroenLinks dinsdag de stemming overleeft lijkt – ondanks steun van D66 – klein. Rechtse partijen die economische belangen minstens zo belangrijk, of zelfs belangrijker, vinden als klimaatdoelen, hebben in de Tweede Kamer een meerderheid van zeker 80 zetels.