analyse

Rutte heeft zijn gedroomde resultaat, maar hij is nog lang niet herrezen

Mark Rutte, omringd door journalisten, donderdag op weg naar het beraad over een nieuw kabinet met de oude partijen.
 Beeld  Guus Dubbelman / de Volkskrant
Mark Rutte, omringd door journalisten, donderdag op weg naar het beraad over een nieuw kabinet met de oude partijen.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Demissionair premier Mark Rutte lag maanden onder vuur. Nu krijgt hij mogelijk toch weer de coalitie die hij wil. Herrezen is de VVD-leider daarmee nog niet en twee hoofdpijndossiers blijven dooretteren.

Na zeven maanden van politieke storm lijkt de lucht eindelijk geklaard voor demissionair premier Mark Rutte. Het uitzicht zal hem bevallen: als de onderhandelingen de komende tijd goed verlopen, komt er een meerderheidskabinet met de vertrouwde coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie. En blijft hij premier.

Een gedroomde uitkomst, zeker omdat Ruttes dagen na het ‘functie elders’-debacle in april geteld leken. Het liep anders. De VVD schaarde zich achter hem, zijn kiezers bleven hem trouw en zelf gaf hij geen krimp. Nu is Rutte weer op weg om de langstzittende premier aller tijden te worden. Over een dik jaar is het zo ver.

Teren op politieke ervaring

Rutte teert ook tijdens deze formatie op zijn politieke ervaring. De premier kocht eerst vakkundig tijd om zijn wonden te likken, onder andere door een zomer lang met D66 te spreken over ‘een opzet tot een aanzet tot een regeerakkoord’– een stuk dat vervolgens weinig waarde bleek te hebben. Daarna blokkeerde hij samen met het CDA een progressieve coalitie met PvdA en GroenLinks, maar vooral CDA-leider Wopke Hoekstra werd daar op aangekeken. Uiteindelijk was het VVD-veteraan Johan Remkes die D66 voor het blok zette en alsnog onderhandelingen met de oude coalitie afdwong.

Toch is demissionaire premier nog lang niet herrezen. Lang zittende leiders winnen vaak aan ontzag. Ze krijgen bijnamen als Mutti (Angela Merkel), Vadertje (Willem Drees), of zelfs dieu (François Mitterrand), maar Rutte zal de komende tijd vooral scepsis moeten overwinnen, ook bij zijn regeringspartners. Na een lange ruzie vol scheidingsdreigementen gaan de echtelieden uit het verstandhuwelijk Rutte III het nog een keer proberen, maar zeker voor D66 en ChristenUnie geldt: bij gebrek aan alternatief.

Alles anders

Alles wordt anders, beloven alle betrokkenen nu. Er komt een dunner regeerakkoord, bewindspersonen mogen hun eigen beleid vormgeven en het debat in de Tweede Kamer krijgt vrij spel. ‘We gaan echt een nieuw begin maken’, aldus de premier. De realiteit zal waarschijnlijk minder romantisch zijn. Twee hoofdpijndossiers van Rutte III etteren door. De compensatie- en hersteloperatie in het aardbevingsgebied van Groningen is blijven steken in ‘kafkaëske bureaucratie’. Afgelopen week nog nam de secretaris van het Groninger gasberaad gedesillusioneerd afscheid. Ze wilde niet meer verantwoordelijk worden gehouden voor ‘de chaotische brij’.

Ook de afhandeling van het toeslagenschandaal moddert voort. Bijna gelijktijdig met Ruttes belofte van ‘een echt nieuw begin’ verscheen er donderdag een kritisch rapport over de nog altijd trage en moeizame compensatie van de slachtoffers. Over beide kwesties staan parlementaire enquêtes op het programma. Alleen daarom zal het beoogde kabinet Rutte IV voortdurend moet opereren onder de dreiging van een nakende politieke crisis, de premier voorop.

Verantwoording dossiers

Rutte zal zich ook bij andere dossiers moeten blijven verantwoorden. Zo zal het nog jaren duren voordat de schaarste op woningmarkt is weggewerkt. Het klimaatbeleid zal pas de komende tijd bij de burgers voelbaar worden en het stikstofdossier is door het huidige kabinet meerdere keren op de lange baan geschoven. Nu moet dezelfde coalitie het alsnog oplossen. Anders dreigt de bouw weer vast te lopen.

Bij VVD en CDA valt te horen dat een uitweg al langer in de maak is. Met een pot van 20 tot 30 miljard euro moet er een zachte sanering van de veestapel komen. In het uiterste geval kan er onteigend worden. Het probleem is alleen dat de provincies alles moeten uitvoeren. Met de provinciale statenverkiezingen van 2023 in aantocht, kan dat tot nieuwe spanningen leiden. ‘We zijn eigenlijk al weer te laat’, aldus een betrokkene.

Vaak heeft een nieuw kabinet nog de luxe om moeilijke problemen op het conto te schrijven van het nalatige beleid van een voorgaand kabinet. Met dezelfde coalitie en dezelfde premier gaat dat moeilijk lukken, hoezeer er ook gefilosofeerd wordt over een nieuwe start. Bij sommige partijen in de Tweede Kamer valt nu al te horen dat Rutte IV een overgangskabinet wordt dat gedoemd is om te struikelen.

Totale onbestuurbaarheid

Zeker bij de VVD zullen ze minder pessimistisch zijn. De partijen in ‘het brede politieke midden’ hebben één ding gemeen: tussentijdse verkiezingen ogen zelden aantrekkelijk. De aanhoudende trend: het midden slinkt, de flankpartijen rukken op. ‘We zijn één of twee verkiezingen verwijderd van totale onbestuurbaarheid’, verzuchtte een D66'er vorige week nog met een blik op gefragmenteerde Tweede Kamer.

De voorgaande twee kabinetten van Rutte dreigden ook meerdere keren te bezwijken, maar uiteindelijk werd telkens de voorkeur gegeven aan een compromis boven het alternatief van vervroegde verkiezingen. Ook bij de formatie deed die politieke natuurkracht zijn werk. Kaag kon kiezen tussen nieuwe verkiezingen of inbinden. Ze koos het laatste.

Rutte heeft daarmee weer zicht op een nieuw kabinet. Hij mag dan geen ‘vadertje’ worden genoemd - laat staan dieu - voor de talloze schoolkinderen die hem de afgelopen maanden tijdens de formatie toeschreeuwden, is hij de enige premier die ze ooit hebben gekend. Na afgelopen week zal daar voorlopig waarschijnlijk geen verandering in komen.

Meer over