REPORTAGE

Rutte denkt terug: dat zo’n onnozel vergissinkje hem fataal zou kunnen worden

Rutte (zittend), Kaag en Hoekstra, woensdag tijdens het debat over de uitgelekte verkennersstukken. Beeld Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant
Rutte (zittend), Kaag en Hoekstra, woensdag tijdens het debat over de uitgelekte verkennersstukken.Beeld Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant

Alles was goed geweest, alles ging zoals het moest. Zijn gang naar de Statenkamer was als thuiskomen geweest. Zou het dan toch Pieter Omtzigt zijn die zou verhinderen dat hij de langstzittende premier wordt? Niemand verlaat de politiek zonder butsen en deuken. Ook hij niet, zo leek het nu.

Onderuitgezakt, de blik naar binnen gekeerd. Nurks, schijnbaar niet luisterend – Mark Rutte was al een beetje vertrokken terwijl het debat nog gaande was. Een paar jaar ouder geworden in een dag. Ineens kwam al die vermoeidheid naar boven die zo lang was teruggeduwd. De voortdurende zorgen om de corona-aanpak, die nooit zo leek te gaan als je zou willen en waardoor ook de meeste zondagen hard gewerkt moest worden. Er was Europa dat steeds meer aandacht vroeg. Daar bovenop het spitsroeden lopen tijdens de toeslagenaffaire, waar zijn stijl van leidinggeven in twijfel was getrokken. Dan die verkiezingscampagne er achteraan, die misschien minder zwaar was geweest dan andere keren maar waarbij je toch steeds op je qui-vive moest zijn.

De formatie was daarna een soort uitbuiken geweest. Een terugkeer naar vertrouwd terrein, het was de vierde keer dat hij dit meemaakte. En vooral, daar had hij zelf op toegezien, met vertrouwde mensen. Vertrouwen, loyaliteit, daar draaide alles om aan het Binnenhof. Zo vermorste je geen tijd met aftasten en oppassen voor gevoeligheden. Verkennen, dat was echt zijn proces geworden. Met Annemarie Jorritsma en Kajsa Ollongren als verkenners kon hij lezen en schrijven, zijn gang naar de Statenkamer, waar de fractieleiders ontvangen werden, was als thuiskomen geweest. Ook het statement buiten voor de pers voelde als heerlijke routine: toch even JA21 laten vallen als mogelijkheid, zodat er meteen al wat wisselgeld voor Sigrid Kaag lag.

Laconiek

Alles was goed geweest, alles ging zoals het moest. Misschien was hij daardoor toch te laconiek geworden. Daardoor, en door de behoefte aan snelheid, omdat het land in deze omstandigheden niet te lang zonder regering mocht blijven. In dat soort omstandigheden praat je met goede bekenden misschien net wat vertrouwelijker.

Natuurlijk was het ook over personen gegaan. Nergens staat dat dat bij een verkenning niet zou mogen. Integendeel, alles wat bij de formatie een rol kan spelen, moet behandeld worden. Zo had hij dat de vorige keren met Edith Schippers en Henk Kamp ook gedaan – allebei trouwens ook uiterst capabele mensen, hij kent ze door en door.

Nu zat hij hier. Aan een bankje dat niet berekend was op zijn lijf. Zelfs zijn bril ging hem irriteren. ‘Een is zeventien’, hoorde hij Tamara van Ark – ach Tamara, ook al zo lang een trouwe adjudant – zeggen. Hij schrok op, wist niet meteen wat dat betekende. Een tegen zestien, dat was wat hij voelde. Een nieuw gevoel, nog nooit was het Binnenhof zo’n vijandige omgeving geweest. Geen begin van begrip proefde hij, geen enkel mededogen op grond van wat hij de afgelopen tien jaar had gedaan. Hij had het in het debat zelf moeten opnoemen: economische crisis, vluchtelingencrisis, pandemie – onder zijn leiding had Nederland aan dat alles het hoofd geboden.

Dienstbaarheid

Nooit had hij daar triomfantelijk over gedaan. In de campagne, terwijl de VVD in alle peilingen op winst stond, had hij telkens weer dat ingestudeerde zinnetje gebruikt: hier naast mijn stoel staat een emmertje. Voorlopig is dat leeg. De stemmen moeten verdiend worden, telkens weer. Dienstbaarheid wil hij uitdragen, tenminste voor zover dat na tien jaar nog kan.

Trek in Den Haag een gordijn opzij en er staat een VVD’er achter. Hij lachte altijd mee als die grap gemaakt werd, maar had er zijn eigen gedachten bij. Wat wilden ze dan: dat je je met tegenstanders zou omringen? Tien jaar premier en geen vijanden gemaakt, hoe bijzonder is dat? In plaats daarvan overal vrienden, met Diederik Samsom ging hij nog steeds wandelen.

Hij had het in het debat nog met volle overtuiging gezegd: ik kan hier iedereen in de ogen kijken. Niemand, echt niemand in de zaal die kon zeggen door hem bedrogen te zijn. Wie in zijn kamp zat, beschermde hij zo lang het kon en soms nog langer. Daar konden al die VVD’ers – Teeven, Opstelten, Verheijen, Zijlstra, Huffnagel, Keizer, Van der Steur – die de afgelopen jaren in opspraak waren gekomen, van getuigen. Vandaar dat hij de Kamer niet wilde vertellen wie de ‘via via’ was die hem ’s morgens vroeg al vertelde dat de naam Pieter Omtzigt in het gesprek met de verkenners stond, terwijl hij had gezegd niet over hem gesproken te hebben.

Rutte-doctrine

Dat zo’n onnozel vergissinkje hem fataal zou kunnen worden, hij kon er niet bij. Het was een stofje dat je wegblaast. In plaats daarvan werd een moment van onachtzaamheid door de Kamer aan dat valse frame van de Rutte-doctrine gekoppeld. Hoezo Rutte-doctrine? Alsof het Binnenhof in de dagen van Lubbers een open boek was.

Zou het dan toch Pieter Omtzigt zijn die zou verhinderen dat hij de langstzittende premier wordt? Zou dit dan het einde zijn? Hij had er veel over gelezen. De nadagen van Julius Caesar, King Lear, Helmut Kohl en het schandaal rond de partijfinanciering, Gerhard Schröder, François Mitterrand, Jacques Chirac en zijn fictieve baantjes, Winston Churchill, vader en zoon Bush – it all ends in tears. Lubbers, Kok, Balkenende – niemand verlaat de politiek zonder deuken en butsen. Ook hij niet, zo leek het nu. Al waren ze hem tot dusver bespaard gebleven.

De oude reflexen waren er nog. De kleine grapjes met Wilders of Arib, op betere momenten zelfs even de vorsende blik. Dat lachje ook, dat niets met opgewektheid van doen had, maar dat nu eenmaal bij het Haagse leven hoorde: een manier van laten zien dat het energiepeil nog op orde is. Die reflexen betekenden niets meer. Ze zeiden vooral dat het lichaam nog moest beseffen wat de geest al aan het verwerken was.

Vrolijke, trouwe Kees

Zelfs Kees van der Staaij had de motie van wantrouwen gesteund. Vrolijke, trouwe Kees, die hem nog nooit in de steek had gelaten. Hij had gedaan alsof hij het niet hoorde. Maar het deed pijn. Alles was lelijk nu. Hij wilde door, zo had hij de pers verteld. Maar hoe, dat zag hij niet voor zich.

Toen hij door de Mauritspoort naar het Torentje liep, was de avondklok al weer bijna voorbij. Een eenzame man in het donker. Dat het zo zou lopen, had hij niet kunnen denken.

PODCAST KOORTS

Is er een kabinet zonder Rutte mogelijk? En durft iemand binnen de VVD hem te vertellen dat hij beter kan opstappen? En Sigrid Kaag was pislink, is het geloofwaardig als ze opnieuw naast Rutte gaat zitten? Luister de politieke podcast van de Volkskrant met columnist Sheila Sitalsing, verslaggever Ariejan Korteweg, hoofdredacteur Pieter Klok en presentator Gijs Groenteman.

Meer over