Rust en tijd voor leraar belangrijker dan loonzakje

Ook ik heb vorige week de oproep op woensdag 16 december het werk een halve dag neer te leggen in de bus gekregen....

Zolang ik in het onderwijs werkzaam ben (ruim dertig jaar), heb ik ervaren dat een leraar in vergelijking met een baan in het bedrijfsleven minder verdient. Dat wist ik toen ik aan de studie begon. Dat er in het onderwijs weinig tot geen carrièremogelijkheden zijn, is mij bekend. De publieke opinie dat leraren altijd over hun salarisachterstand praten, bestrijd ik hartgrondig.

De meeste leraren nemen hun taak zo serieus dat zij bij gebrek aan tijd al de veranderingen in de maatschappij en in het onderwijs niet goed aankunnen. Zij hollen dan achter de onderwijspraktijk aan en functioneren niet meer zoals zij graag zouden willen.

Een leraar is een idealist, maar als nooit eens idealen gerealiseerd kunnen worden wegens de tijdsdruk, biedt salarisverhoging geen soelaas. Geef de leraar meer tijd, geef de leraar kleinere klassen, geef de leraar meer computers, benader de leraar én de leerling professioneel en positief. Het aanzien van de 'schoolmeester' is zo achteruitgegaan dat de huidige leraar niet nog verder op de maatschappelijke ladder kan zakken, want hij staat al met beide benen op de grond.

In Den Haag, en nu zelfs bij de onderwijsbonden, komt niet over waarom de leraar niets opschiet met loonsverhoging. Hij wil tijd om adem te halen, zodat hij de ruimte krijgt regelmatig over zijn onderwijsideaal na te denken: het begeleiden van jonge mensen.

De leraar wil idealist blijven. En dat kan alleen als hij elke week de rust krijgt die hij verdient na 26 lesuren, vergaderingen, correctie, voorbereiding, mentorgesprekken, ouderavonden, open avonden, voorbereidingen voor tweede fase en leerwegen, opzetten van leesdossiers enzovoort.

Minister, vakbondsbestuurders, laat deze idealist zijn werk zonder stress doen. Deze visie geeft het onderwijs nieuw elan en bereikt dat het dreigende tekort aan leraren een halt kan worden toegeroepen.

CULEMBORG J.F. van Baal

Bonden

Het is verre van gebruikelijk dat actievoerende timmerlieden zich door hun werkgever laten afschepen met nieuw gereedschap. Ik vraag me dan ook af, waarom het onkies wordt gevonden als ook leerkrachten actie voeren voor meer loon.

De bonden zelf hebben wat dat betreft een niet geringe invloed gehad op deze zienswijze. In het verleden gingen zij steeds weer akkoord met het vrijwel afzien van salariseisen ten behoeve van. . . tja, van wat ook alweer? Meer kwaliteit. . .?

Toen ik enige jaren geleden mijn lidmaatschap van wat toen nog de ABOP heette beeindigde, leverde dat mij een netto koopkrachtverhoging van ruim 300 gulden per jaar op. Dat was meer dan de bond in al de jaren daarvoor ooit voor mij voor elkaar had gekregen. Als de onderwijsbonden ditmaal blijvend de directe inkomensbelangen van de werknemers stellen boven de wensen die er met betrekking tot de door hen gehanteerde gereedschappen bestaan, overweeg ik een hernieuwd lidmaatschap.

HOOGVLIET Robin Groeneveld

Geld

Het is verleidelijk om een sarcastische opmerking te maken over de tikfout in de kop ('Het is zeer de vraag of een docent te weining verdient'). Maar sarcasme is een slechte eigenschap van onze beroepsgroep, dus dat doe ik niet. Gelukkig zijn de meeste van mijn collega's zo hoog opgeleid dat ze hun levensgeluk niet meer afmeten aan hun salarisstrook. De anderen werken trouwens elders.

Maar in de rest van de wereld wordt waardering toch het duidelijkst uitgedrukt in geld. De Volkskrant zou ook eens de vraag kunnen stellen wat voor toekomst we voor Nederland aan het kweken zijn als we doorgaan met stelselmatig mínder voor onderwijs uit te geven dan de ons omringende landen. Niet een recept voor een 'Kennismaatschappij'!

WADDINXVEEN S.J. Spoelstra

Akkoord

In de Volkskrant wordt de vraag gesteld of een docent te weinig verdient. In het artikel wordt uitgebreid ingegaan op salarissen in guldens, loonstijging in procenten en de verhouding met salarissen in andere beroepen. Geen letter echter over het zogenaamde HOS-akkoord uit 1984, waarbij beginnende docenten, zoals ondergetekende, blijvend op achterstand zijn gezet. Aan de aanvangssalarissen is inmiddels wat gedaan, maar het perspectief van eerstegraadsdocenten die na 1984 aan het werk zijn gekomen, ligt 33 procent lager dan docenten van voor die willekeurige datum.

In 1984 hebben de onderwijsbonden de solidariteit laten varen. Zij trappen nu in de val van verdeel en heers, want die staking, dat wordt dus niets. Waarom moeten docenten zoals ik staken voor 6 procent loonsverhoging van collega's van voor 1984.

Scholen krijgen steeds meer problemen met het aantrekken van universitair opgeleide docenten. Geen probleem, je verklaart als schoolleiding een onbevoegde bekwaam en gaat vrolijk door met het betalen van te lage salarissen. Over tien jaar gaat de Kamer onderzoek doen naar de kwaliteit van het onderwijs.

Verdomd, die is enorm gedaald, hoe kan dat?

BREDAFrans Maas

Niet wijs

Wie dacht dat minister Hermans van Onderwijs het imago van het leraarsvak na al die jaren eindelijk eens zou oppoetsen, komt wel van een heel koude kermis thuis: het vorige vakantiegeld (mei) viel door een belastingtrucje 300 gulden netto lager uit dan vorig jaar en per 1 januari 2000 levert een leraar gemiddeld 1700 gulden netto in, omdat de ziektekostenregeling wordt versoberd. Deze twee maatregelen werpen het hele onderwijs wat betreft salarisniveau terug op het jaar 1988! Maar d'r kan nog meer bij.

Wederom moet het onderwijspersoneel gemobiliseerd worden om een zoveelste 'nul-komma-nog-wat'-loonsverhoging af te dwingen. Het bedrijfsleven lacht zich hierbij al jaren slap. Welnu, hier komt de gouden tip waarop ministers van Onderwijs al jaren zitten te wachten.

Gun de leraar eens een paar jaar vaste grond onder de voeten, geef hem eens de gelegenheid weer goed te worden in datgene waarvoor hij is opgeleid: lesgeven. Laat hem eens wennen aan de zoveelste nieuwe situatie (studiehuis, tweede fase, leerwegen) en laat hem zich daarin thuis gaan voelen.

VOLENDAM J.Keizer

Meer over