Rust en revolutie; DUITSE HISTORICA HERZIET HAAR BIOGRAFIE VAN ROSA LUXEMBURG

VOOR DE OUDE machthebbers van de in 1990 opgeheven DDR was Rosa Luxemburg een heilige. Ze werd op 15 januari 1919 in Berlijn door soldaten vermoord....

JAN LUIJTEN

In deze DDR werd werd steeds in januari de dood herdacht van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht, eveneens begin 1919 vermoord. In 1988 werd deze herdenking verstoord door dissidenten die politieke hervormingen verlangden en de vrijheid de DDR te verlaten.

In het partij-orgaan Neues Deutschland was daarna te lezen: 'Wat er is gebeurd, is even verwerpelijk als godslastering. Geen kerk zou het accepteren als een processie ter herinnering aan een katholieke kardinaal of een protestantse bisschop zou worden onteerd. Evenmin kan men van ons verlangen te accepteren dat iemand de herdenking van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht opzettelijk stoort en schendt.'

Pijnlijk voor de leiders van de DDR was dat ook de dissidenten zich beriepen op Rosa Luxemburg. De DDR had 'rode Rosa' verheven tot nationale held en van haar een trouwe aanhangster van Lenin gemaakt. Maar de werkelijkheid van haar radicaal-socialistische ideeën was een stuk gecompliceerder. 'Vrijheid is altijd de vrijheid van andersdenkenden', is een zin van Rosa Luxemburg, waarop dissidenten zich vaak beriepen. Ze was wel voor de revolutie, maar niet voor een revolutie zoals die onder leiding van Lenin in 1917 en 1918 in Rusland gestalte kreeg.

De dichter-zanger Wolf Biermann moest in de DDR tien jaar lang zwijgen, waarna hij in 1976 toestemming kreeg enkele weken in West-Duitsland op te treden. Tijdens zijn eerste optreden in Keulen citeerde hij uitvoerig uit Zur russischen Revolution, een manuscript dat Rosa Luxemburg in 1918 schreef en waarin zij kritiek uitte op Lenin en Trotski en hun dictatoriale geweld.

'Zonder algemene verkiezingen, onbeperkte vrijheid van meningsuiting en vergadering, en vrije discussie sterft het leven in elke openbare instelling en ontstaat een schijnleven, waarin alleen de bureaucratie als actief systeem overblijft. Het openbare leven slaapt langzaam in, enkele tientallen partijleiders met onuitputtelijke energie en grenzeloos idealisme dirigeren en regeren; onder hen heeft in werkelijkheid een tiental boven het gemiddelde uitstekende kopstukken de leiding en een elite van arbeiders wordt van tijd tot tijd voor vergaderingen opgetrommeld om te applaudisseren bij redevoeringen van de leiders en om ontworpen resoluties eenstemmig goed te keuren, in wezen dus een kliek - een dictatuur ja, maar niet de dictatuur van het proletariaat, maar de dictatuur van een handvol politici, een dictatuur dus in zuiver burgerlijke zin.'

Biermann zei in Keulen nog veel meer. Het gevolg was dat de leiders in Oost-Berlijn hem niet toestonden naar de DDR terug te keren; hij werd ausgebürgert, wat toen onder meer leidde tot openlijke protesten van Oostduitse schrijvers.

In de biografie van Rosa Luxemburg Im Lebensrausch, trotz alledem - Rosa Luxemburg, geschreven door de Duitse historica Annelies Laschitza, staat de volgende zin: 'Rosa Luxemburg kon niet weten dat haar kritische pleidooi voor een onbeperkte democratie binnen het socialisme gedurende de twintigste eeuw steeds weer nieuwe actualiteitswaarde kreeg en de deformaties zo groot werden dat het met grote verwachtingen uitgeroepen socialistische wereldsysteem in het nieuwe millennium niet meer bestaat.'

Het klinkt een beetje als een bekentenis. Want biografe Annelies Laschitza stamt uit de vroegere DDR, waar ze verbonden was aan het Instituut voor Marxisme-Leninisme bij het Centrale Comité van de SED.

In 1971 publiceerde zij met Günter Radczun al een biografie van Rosa Luxemburg. Dit boek, aldus het Duitse weekblad Die Zeit, 'volgde geheel de lijn van het tot staatsdoctrine verheven marxisme-leninisme en moest aantonen dat met de opbouw van het socialisme in de DDR 'ook Rosa Luxemburgs testament vervuld' werd.'

Na 1990 begon in wat nu de nieuwe Duitse deelstaten heet, het grote Umdenken. Oude communistische denkbeelden moesten worden opgegeven of minstens drastisch worden herzien.

In Im Lebensrausch, trotz alledem - Rosa Luxemburg corrigeert Annelies Laschitza haar biografie van 1971. In het voorwoord schrijft ze: 'Sommigen die, zoals Günter Radczun en ik, Rosa Luxemburg naar aanleiding van haar honderdste geboortedag in bescherming namen tegen Stalins veroordeling van het 'luxemburgisme', verstrikten zich in tegenspraak, omdat het denken en handelen van Rosa Luxemburg overwegend aan Lenin werd gemeten en niet voldoende verzet werd geboden tegen de formele heldencultus.'

Rosa Luxemburg, 125 jaar geleden geboren in het toen door Rusland bestuurde Polen, trok na haar studie in Zürich in 1898 naar Berlijn, waar ze ging werken voor de sociaal-democratische SPD. Ze leerde Lenin kennen in 1901 in München. Enkele jaren later stonden ze tegenover elkaar, toen het ging om de organisatiestructuur van de Russische sociaal-democratische partij. Lenin wilde een centraal georganiseerde kaderpartij, geleid door beroepsrevolutionairen. Rosa Luxemburg pleitte voor een democratisch gestructureerde massapartij. Laschitza schrijft nu: 'Haar prognose over de onbruikbaarheid van Lenins partijtype voor het opbouwen van het socialisme is (. . .) waarheid geworden.'

DE CONTROVERSE tussen Lenin en Luxemburg beslaat maar een klein deel van de uitvoerige biografie. Laschitza, die eerder de vele brieven van Rosa Luxemburg uitgaf, schetst een veelzijdig beeld van deze hoogst opmerkelijke vrouw. De lezer leert een revolutionaire socialiste kennen, die moedig en vol energie en overgave heeft gestreden voor haar politieke ideeën en idealen. Maar er is in de biografie ook ruimte voor de andere Rosa Luxemburg; voor de vrouw die verliefd is en toch alleen, die lijdt aan depressies, maar die in tijden van nood anderen opbeurt en troost, die houdt van de natuur, van bloemen en planten, en die prachtige brieven schrijft, onder meer aan haar vriendinnen Luise Kautsky, Clara Zetkin en Henriëtte Roland Holst.

De laatste krijgt een lange brief op 27 oktober 1904, waarin Rosa Luxemburg onder meer reageert op het feit dat haar Nederlandse vriendin van de fiets is gevallen. Vrouwen horen niet op de fiets, vindt Rosa Luxemburg, 'omdat dat er zelden esthetisch uitziet. U ziet, ik ben verschrikkelijk ouderwets en zelfs burgerlijk.'

Laschitza schildert een in wezen verscheurde vrouw, die heen en weer wordt geslingerd tussen haar revolutionair engagement en haar verlangen naar harmonie, huiselijkheid en schoonheid. Rosa Luxemburg was op het politieke toneel radicaal en onbuigzaam. Umdenken was niet haar thema. Ze geloofde dat de ineenstorting van het kapitalistische systeem onvermijdelijk was en dat deze catastrofale crisis het moment zou zijn waarop de revolutie zou uitbreken en de arbeidersklasse de macht zou overnemen. Het socialisme zou zegevieren, maar deze overwinning zou het werk zijn van het volk, van de massa van de arbeidersklasse en niet van een kleine revolutionaire elite.

Zij geloofde ook stellig in de internationale solidariteit van de arbeiders en in de heilige plicht van de Socialistische Internationale om met grensoverschrijdende acties op te treden tegen het oorlogsgevaar, dat na 1910 steeds dreigender werd.

Het is niet verwonderlijk dat haar politieke carrière eind vorige eeuw begon met een polemiek tegen de revisionisten rond Eduard Bernstein. Deze revisonisten meenden dat de ontwikkeling sinds Marx had aangetoond dat het kapitalisme in staat is zichzelf aan te passen aan gewijzigde maatschappelijke verhoudingen. Het ging hen niet meer om revolutie, maar om evolutie langs parlementaire weg. Het doel was niet meer de gewelddadige omwenteling, maar sociale vooruitgang voor de arbeidersklasse.

Rosa Luxemburg keerde zich tegen deze theorie als zijnde niet-marxistisch en burgerlijk. De tegenstelling tussen kapitaal en arbeid was volgens haar onoverbrugbaar.

Het revisionisme werd rond 1900 de jure door de SPD verworpen, maar was de facto niet te stuiten. De relatie van Rosa Luxemburg tot de top van de SPD was er dan ook een van langzame verwijdering. SPD-voorzitter August Bebel maakte dat ze werd benoemd tot politiek commentator van het partijblad Vorwärts en enkele jaren later tot docent aan de centrale partijschool van de SPD in Berlijn. Toch kon dit niet verhinderen dat de kloof tussen haar en de rechtervleugel van de partij groter werd.

Naarmate de SPD groeide - in 1912 werd ze met 110 afgevaardigden de grootste fractie in de rijksdag - werd zij steeds minder revolutionair en steeds meer een partij die langs parlementaire weg streefde naar hervormingen. Het antimilitarisme werd langzaam losgelaten en de partijleiding zag af van radicale acties tegen de regering. Rosa Luxemburg maakte er geen geheim van dat deze ontwikkeling haar niet zinde. Dit wekte weer de woede van mensen als Viktor Adler, de leider van de Oostenrijkse socialisten.

In de biografie wordt een brief van Adler aan Bebel aangehaald. 'Dit giftige loeder zal nog zeer veel schade aanrichten, die des te groter is, omdat ze deksels slim is, terwijl ze elk gevoel voor verantwoordelijkheid volstrekt mist en haar eigenlijke motief een welhaast perverse betweterij is.'

Bebel antwoordde: 'De Rosarei is niet zo erg als je denkt. Ondanks al het gifmengen zou ik dit vrouwspersoon in de partij toch niet graag missen.' Hij wist dat Rosa Luxemburg geliefd was bij haar studenten en en sympathie genoot aan de partijbasis.

August Bebel stierf op 13 augustus 1913. En jaar later brak de Eerste Wereldoorlog uit en stemde de SPD-fractie in de rijksdag in met kredieten ten behoeve van de oorlog. De SPD, aldus Rosa Luxemburgs boze reactie, is 'de schildknaap van het imperialisme in de huidige oorlog' geworden.

Haar verzet tegen de oorlog leidde in 1916 tot haar arrestatie en wat in die tijd Sicherheitshaft werd genoemd. Tot aan het einde van de oorlog werd ze zonder enig proces gevangen gehouden, onder meer in de vesting Wronke bij het huidige Poznan. Ze had er een tuintje en schreef aan Luise Kautsky hoe koolmeesjes en merels haar gezelschap hielden.

R OSA Luxemburg heeft de politieke strijd hard gevoerd, omdat ze bekommerd was om het lot van de arbeiders, maar zij vond geen ware voldoening in deze strijd. Annelies Laschitza citeert veelvuldig uit haar brieven, waaruit steeds weer die andere Rosa te voorschijn komt. 'Waarom moet mijn leven door louter stekende en snijdende indrukken gaan, terwijl toch eeuwig in mij het verlangen naar rustige harmonie weent? Waarom stort ik me steeds weer in de gevaren en de schrik van nieuwe toestanden, waar het ik verloren gaat, omdat het zich niet staande kan houden tegen de aanstormende buitenwereld?'

Uit de biografie blijkt dat Rosa Luxemburg weliswaar voortdurend het begrip massa hanteerde, maar eigenlijk niet wist wat deze massa wilde en bezielde. Dat werd vooral duidelijk in 1914 bij het begin van de Eerste Wereldoorlog en eind 1918, begin 1919 tijdens de korte revolutie in het verslagen Duitsland. De sociaal-democraten riepen begin november 1918 in Berlijn de republiek uit, waarna SPD-leider Friedrich Ebert zo snel mogelijk de orde wilde herstellen en verkiezingen houden. De Spartakusbund daarentegen wilde de revolutie voortzetten, maar vond weinig gehoor.

Laschitza: 'De tragiek van Rosa Luxemburg en de Spartakusbund bestond erin dat zij zich vergisten in de wil en de bereidheid van de massa. Na vier jaar oorlog wilden de meesten vrede, rustig werken en wonen, en voldoende eten en kleding. Zij vreesden dat een te ver doorgevoerde revolutie opnieuw tot bloedvergieten, chaos en onzekerheid zou leiden.'

Tijdens de laatste dagen van 1918 werd de scheuring in het socialistische kamp definitief. De KPD werd opgericht. Veertien dagen later werd Rosa Luxemburg in Berlijn vermoord; haar lijk werd in het Landwehrkanal gegooid.

Jan Luijten

Annelies Laschitza: Im Lebensrausch, trotz alledem - Rosa Luxemburg.

Aufbau-Verlag; ¿ 78,20.

ISBN 3 351 02444 4.

Meer over