Russische rechtszaak van louter superlatieven

Vandaag begint de rechtszaak tegen de Russische oligarch Chodorkovski, die wordt verdacht van corruptie. Het is mogelijk het startschot van een massale onteigening....

Ook na acht maanden dunne soep en vette pap in een Moskouse cel is Chodorkovski nog altijd met stip de rijkste man van Rusland. Hij wordt verdacht van belastingontduiking en fraude in de jaren negentig en kan tien jaar celstraf krijgen.

Lebedev staat terecht voor vergelijkbare aanklachten. Hij was directeur van Menatep, de maatschappij die 61 procent van de aandelen van Chodorkovski's oliemaatschappij Joekos beheert. Lebedevs arrestatie in juli markeerde het begin van de grootschalige aanval op Joekos.

Vorige week bepaalde de Moskouse rechtbank dat de twee voormalige topmannen samen mogen worden berecht, een kleine overwinning voor de advocaten van beide verdachten. 'Het betekent dat ze niet tegen elkaar hoeven te getuigen', meent Kaha Kiknavelidze van Trojka Dialoog in Moskou.

President Poetin heeft het onderzoek tegen Joekos en Chodorkovski altijd afgeschilderd als een justitiële strijd tegen economische misdaad en corruptie. Maar Russische zakenmannen en buitenlandse investeerders zullen deze rechtszaak met argusogen volgen. De vrees bestaat dat de ontknoping van de Joekos-zaak het startschot wordt voor een massale onteigening, waarbij meer dubieuze privatiseringen uit de jaren negentig worden teruggedraaid.

Net als andere oligarchen vergaarde Chodorkovski zijn rijkdom op de brokstukken van de uiteengevallen Sovjet-Unie, dankzij handige en vaak schimmige zakendeals. In 1996, toen de communisten aan de macht dreigden te komen, financierde een groepje rijke zakenmannen de herverkiezing van president Jeltsin. In ruil daarvoor kregen ze de kroonjuwelen van de staat, de grondstoffenindustrieën, voor een prikkie in handen. Chodorkovski betaalde 309 miljoen dollar voor Joekos, op een veiling georganiseerd door zijn eigen bank Menatep. Vervolgens breidde hij zijn zakenimperium uit door genadeloos af te rekenen met zakenpartners, minderheidsaandeelhouders en schuldeisers.

Onder Jeltsin waren de oligarchen almachtig. Vladimir Poetin liet evenwel al vanaf het allereerste begin van zijn presidentschap weten geen prijs te stellen op de inmenging van de rijke zakenmannen in de politiek. De oligarchen Boris Berezovski en Vladimir Goesinski weigerden een stap terug te doen en gebruikten hun media-imperia voor de tegenaanval. Poetin bleek sterker. In 2000 werden zij aangeklaagd op verdenking van corruptie en verlieten ze het land.

Chodorkovski leek de nieuwe regels wel te accepteren. Hij was een van de eerste oligarchen die concludeerden dat de wilde jaren voorbij waren. Hij besloot Joekos om te vormen in een transparante onderneming naar westers voorbeeld. In enkele jaren groeide Joekos uit tot een transparante, gerespecteerde en internationaal concurrerende oliemaatschappij. Vorig jaar bereikte het bedrijf een akkoord over een fusie met het kleinere Sibneft, waarmee Joekos de op drie na grootste olieproducent ter wereld zou zijn geworden. Toen Joekos onder vuur kwam te liggen, trok Sibneft zich terug.

Inmiddels staat Joekos op de rand van een faillissement. De belastingdienst presenteerde in mei een naheffing van 2,8 miljard dollar. De nieuwe top van de oliemaatschappij zegt niet te kunnen betalen en vecht de belastingaanslag aan.

Het afgelopen jaar hebben waarnemers in binnen- en buitenland druk gespeculeerd waarom justitie nu juist haar pijlen op Joekos en Chodorkovski richtte.

De meest gehoorde verklaring was dat Chodorkovski te machtig en te arrogant geworden was. De oliebaron uitte openlijk kritiek op het Kremlin. Hij sponsorde de oppositie bij de parlementsverkiezingen, niet alleen de liberalen maar ook de communisten. Daarnaast probeerde Chodorkovski het staatsmonopolie op oliepijpleidingen te ondermijnen. Terwijl het Kremlin in gesprek was met Japan, lobbyde de Joekos-topman voor een eigen pijpleiding van Siberië naar China.

Een andere verklaring was dat Poetin een hekel had aan Chodorkovski vanwege diens gebrek aan respect. De Joekos-topman verscheen op bijeenkomsten in het Kremlin als enige zonder stropdas, en beschuldigde publiekelijk hoge ambtenaren van corruptie.

Een laatste verklaring luidde dat Chodorkovski het zichzelf onmogelijk heeft gemaakt door zich agressief te verzetten tegen een speerpunt in het langetermijnbeleid van Poetins regering: het verhogen van de belastingen voor de energie- en grondstoffensectoren. Dit extra geld wil de staat gebruiken om andere bedrijfstakken belastingvoordeel te geven en om de infrastructuur te verbeteren.

Joekos was niet het enige bedrijf dat zich hier tegen verzette. Maar Chodorkovski ging zo ver dat hij parlementariërs omkocht. Dat zelfs de communisten (niet de grootste oligarchenvrienden) vorig jaar juni tegen deze belastinghervormingen stemden, was de druppel die de emmer deed overlopen. Kort daarop werd Lebedev gearresteerd, viel de belastingpolitie kantoren van Joekos binnen en werd in oktober ook Ruslands rijkste man in de boeien geslagen.

Een bewijs voor deze theorie is de bijeenkomst die Poetin hield met de oligarchen, niet lang na de arrestatie van Chodorkovski. Hij maande hen meer te gaan investeren in de sociale en culturele ontwikkeling van Rusland. Het wordt tijd, zo sprak de president, dat jullie iets geven aan het land dat jullie zo rijk heeft gemaakt.

De rechtszaak tegen Chodorkovski en Lebedev begint vandaag met hoofdzakelijk procedurele kwesties. Het is nog niet bekend wanneer de procureur begint met het oproepen van de naar verluidt 140 getuigen.

Meer over