Rusland is opgestaan, wen er maar aan

Het Westen lijkt in het Russische energiebeleid gevaarlijke autocratische trekken te ontwaren. Arnout Brouwers vindt dat Rusland toch niet moet worden gezien als nieuwe vijand op het wereldtoneel, maar als nieuwe concurrent....

Is er sprake van een nieuwe Koude Oorlog tussen het Westen en Rusland? Hoe aanlokkelijk het ook is in het Kremlin tekenen te herkennen uit de Sovjettijd, de ruige kapitalistische dynamiek van Rusland heeft niets van doen met de ideologisch verstarde Sovjet-Unie. De wereld is niet langer verdeeld in twee machtsblokken en de oude vijanden zijn partners, soms zelfs vrienden.

Wel terug in de relaties tussen Rusland en het Westen zijn blokdenken, wederzijds wantrouwen en onbegrip. De verklaring ligt in een combinatie van gefnuikte kalverliefde in het Westen en verongelijktheid in Rusland. Juist nu Rusland zelfbewust zijn plaats aan tafel opeist, en het bijbehorende respect, wordt het tot de grond toe afgebroken in een door Moskou als vijandig ervaren westerse pers.

De reden is duidelijk, zeggen de westerse critici: Rusland glijdt af naar een autocratisch systeem, de vrije pers wordt gemuilkorfd, en Moskou chanteert met zijn energiemacht buurlanden. Maar in Moskou wordt de gelijktijdigheid van de Russische opmars en de nieuwe vijandigheid van het Westen anders uitgelegd: als teken van afgunst en haat. Ruslands antwoord is een bijna paranoïde wantrouwen tegen het Westen. Nadat vorige week een terreuralarm in Rusland niet werd gevolgd door een aanslag, stonden de kranten bol van de verhalen dat de Amerikanen met hun terreurwaarschuwing Rusland politiek en economisch wilden verlammen. De westerse zorgen over ontwikkelingen in Rusland zijn terecht, maar de schrille toon waarmee Moskou als vijand is ontdekt, heeft valse bijklanken en vraagt om nuance.

Nemen we onze eigen retoriek soms te serieus? De opeenhoping van macht waarover de VS na de overwinning in de Koude Oorlog beschikten, werd Amerika’s ‘unilaterale moment’ genoemd. Een unieke kans om de wereld te democratiseren en te liberaliseren en een westers stempel te drukken op de wereldpolitiek. Inmiddels heeft de bedenker van die term (de Amerikaan Charles Krauthammer) verklaard dat dit unilaterale moment voorbij is. Maar dat blijkt niet uit de hevige verontwaardiging waarmee wordt gezegd dat Rusland munt slaat uit zijn energievoorraden, wapens verkoopt aan ‘foute landen’, of Iran te vriend probeert te houden.

We weten wel dat de wereld snel verandert, met opkomende landen als India en China en de verrassend snelle terugkeer van Rusland. Maar willen we het ook weten? Terwijl het Westen druk, druk, druk is met Irak, Iran en Afghanistan zijn deze landen lekker bezig met geld verdienen, contracten sluiten, en pijpleidingen aanleggen. Het zijn landen in transitie, met bevolkingen die zich geen mondiaal idealisme kunnen veroorloven, maar hun eigen leven willen verbeteren.

Is het dan zo vreemd dat Rusland zijn buurlanden tot hogere energieprijzen dwingt of dat Poetin de wereld afreist om lucratieve contracten af te sluiten, ongeacht de aard van het regime? Verschilt de Russische wereldvisie zo van de Franse? Beide staan voor een ‘multipolaire, democratische wereldorde’ waarin ze voor zichzelf een serieuze rol opeisen. ‘Niet als supermacht met speciale rechten’, zei Poetin tegen een Indiase krant, ‘maar als een gelijke onder gelijken’. Chirac had het niet mooier kunnen formuleren.

Na een onderhoud dinsdag met premier Prodi, verwierp Poetin ‘de illusie van een unilaterale wereld’. ‘Ruslands economische en militaire potentieel groeit en een concurrent die ooit was afgeschreven, is opgestaan in de wereld. Concurrerende producten stromen de wereldmarkt op en wie wil vrijwillig plaats maken voor zo’n concurrent?’ Als belangrijkste oorzaken voor de felle kritiek op Moskou ziet Poetin ‘de weigering om Ruslands legitieme belangen serieus te nemen en de wil om het een plaats toe te wijzen die iemand anders bepaald heeft.’

Geen wonder dat vooral Amerikaanse politici en commentatoren fel reageren op het nieuwe zelfvertrouwen van de Russen. Maar is hun karakterisering van Rusland als ‘nieuwe vijand’ wel juist? Of is het beter te spreken van een nieuwe concurrent? Het Westen mag in ideologische conflicten verzeild zijn, het Russische kompas heeft meer van een non-ideologisch mercantilisme. Rusland heeft niet het rozige pad gekozen waarop het Westen hoopte. Het is tijd Rusland de volwassen benadering te geven die het wil. Als het Westen aan mensenrechten hecht of aan democratie, zeg het dan duidelijk. Harde taal is de enige taal die in Moskou wordt verstaan.

Maar richt je pijlen goed als je erop schiet. Het is een land in transitie waarvan de toekomst ongewis is. Het sterke Rusland dat Poetin in het buitenland verkoopt, is ook een sociaal, juridisch en economisch kaartenhuis. Er ontstaat een nieuwe middenklasse die het land al dan niet in een andere richting kan sturen. Intussen wil Rusland samenwerking met het Westen, zolang iedereen begrijpt dat dat in het internationale verkeer altijd samengaat met harde concurrentie.

Dat wordt te vaak gezien als anti-westers. Zo centraal staat het Westen ook weer niet. Als Rusland de onafhankelijkheid van Kosovo blokkeert – of Iran meer tijd wil geven in de VN – dan is dat niet altijd om het Westen dwars te zitten (al is dat natuurlijk meegenomen), maar omdat Russen nu eenmaal de Serviërs steunen. Of omdat ze Iran als strategische bondgenoot in het Midden-Oosten wel zien zitten.

Poetin doet met zijn uitspraken in feite niets anders dan Krauthammer: vaststellen dat Amerika’s unilaterale moment voorbij is. Het enige verschil is: hij schept daar genoegen in, Krauthammer niet.

Afgelopen weekeinde wees Poetin een bezoekende Angela Merkel op het curieuze feit dat de storm van protest vorig jaar over Moskous gebruik van het ‘energiewapen’ niet herhaald werd toen Rusland de in het Westen gehate Loekasjenko aanpakte. Hij had wel een punt. Vorig jaar was het verhaal dat Oekraïne werd aangepakt om de aankomende verkiezingen te beïnvloeden en de pro-westerse Joesjenko in een slecht daglicht te plaatsen. Maar die vlieger ging bij Loekasjenko niet op. De enige constante die overblijft, is Ruslands vaak herhaalde wens om – conform de adviezen van liberale westerse denktanks – hun energie voor marktprijzen te verkopen.

En dinsdag wreef Poetin de door Russen als hypocriet ervaren kritiek op hun energiebeleid nog eens in bij Prodi. ‘Er is een wijdverbreide opinie dat monopolies altijd slecht zijn. Maar in één geval is een monopolie wel goed – als het je eigen monopolie is.’ Om zulke wijsheden lacht men in Rusland vast harder dan in het Westen.

Welkom dus in een multipolaire wereld van harde concurrentie en maximaal gebruik van nationale bronnen van invloed en macht. Wen er maar aan.

Meer over