Ruppert, een beroepsinbreker van 21 jaar

Als 14-jarige stond Ruppert voor het eerst voor de rechter. Nu, op zijn 21ste, moet hij weer voorkomen. De slungelige jongen van destijds heeft inmiddels een strafblad van een beroepscrimineel....

Verrek, het is Ruppert. Een paar jaar terug zagen we hem al eens bij de kinderrechter zitten. Lange, slungelige jongen, die vooral opviel door zijn houterige motoriek en zijn lijzige wijze van spreken. Ruppert had destijds zijn moeder meegenomen naar de rechtbank. Een lief gebaar.

En nu is hij terug. Hij heeft zich volgens de officier van justitie, in nog geen vier maanden tijd schuldig gemaakt aan verduistering van een mobiele telefoon, twee inbraken, waaronder bij zijn ouders, twee pogingen tot diefstal, en het in bezit hebben en het verhandelen van een enkelloops geweer. Merk: Norinco M14 Sporter, kaliber: .308. Anders gezegd, een flink ding, zeker voor een 21-jarige.

Dat geweer lag in een kluis, thuis bij een lid van een schietvereniging. De politie ontdekte al snel dat ene Fredje interesse toonde in het gestolen wapen. Fredjes telefoon werd afgeluisterd. En wat bleek.

De rechter: ‘Die meneer Fred had het over ene Ruppertje.’ Die zou hem spullen leveren.

Ruppert: ‘Ik ken meneer Fred niet en hij heeft bij de politie mijn foto ook niet kunnen aanwijzen.’

De rechter: ‘Die meneer Fred belde geregeld met een 06-nummer.’ De rechter noemt het nummer.

Ruppert: ‘Dat is niet mijn nummer.’

De rechter: ‘Nee, het is het nummer van de mobiele telefoon van uw moeder. Een stemdeskundige heeft de gesprekken op dit nummer bestudeerd. Hij herkent u erin. Dezelfde intonatie, dezelfde woordkeus, dezelfde stem.’

Ruppert: ‘Dat kan niet.’

Star ontkennende verdachten krijgen gedurende hun proces vaak iets meelijwekkends. Maar bij Ruppert gaat het nog een stap verder. Ruppert blijkt iets weg te hebben van Petrus. Met een verontrustend gemak verloochent hij zijn dierbaarste. Luister maar:

De rechter: ‘Ook uw moeder heeft gezegd dat zij u herkent.’

Ruppert: ‘Misschien heeft zij het mis.’

De rechter: ‘Uw eigen moeder? Eigenlijk heeft zij meer reden om te zeggen: ‘’Nee, dat is Ruppert niet.’’ Maar dat doet ze niet.’

Ruppert: ‘Ik heb dat gesprek niet gevoerd.’

Ook dit keer is de moeder van Ruppert meegekomen. Het blijft toch haar jongen.

Ruppert zat als 14-jarige voor de eerste keer bij de (kinder)rechter, voor diefstal. Iets meer dan een jaar later, hij was net 16, zat hij er weer. Hij kreeg toen 12 maanden jeugddetentie voor een reeks inbraken. Die straf had hij nog niet uitgezeten of hij werd weer opgepakt. Hij zwierf toen rond met een groep jongens die aan de drugs zaten.

De psycholoog die Ruppert onderzocht, schreef destijds aan de rechter: ‘Ruppert is een zeer beïnvloedbare jongeman op wie zijn opvoeders volledig de greep hebben verloren.’ Zijn gedrag werd verklaard door een ‘negatief zelfbeeld’, en de onbeheersbare drang telkens weer ‘grenzeloos verwend te willen worden’.

Grenzen moesten worden gesteld, luidde het advies. Dus legde de kinderrechter de zwaarste maatregel op die mogelijk is bij minderjarigen, plaatsing in een inrichting. Ruppert verdween twee jaar naar de Glen Mills School, het op Amerikaanse leest geschoeide opvoedkamp. Hij ontving uiteindelijk zijn Bulls-jack, de trofee voor discipline en hard werken.

Eenmaal weg bij Glen Mills hield Ruppert het normale leven een paar maanden vol. En nu, op z’n 21ste, heeft hij het strafblad van een beroepscrimineel. Hij is al veroordeeld voor zo’n 75 inbraken en pogingen tot inbraken. Zijn ouders hebben voor het eerst aangifte tegen hem gedaan.

De officier : ‘Je ouders zeggen: hij liegt met droge ogen en hij steelt je arm.’

Ruppert: ‘Dat heeft mijn moeder nooit gezegd.’

(Het vonnis, twee weken later: Een gevangenisstraf van 15 maanden.)

Meer over