Ruil

We hebben te veel spullen, zo las ik afgelopen zaterdag in deze krant. Betekenisloze rommel die voornamelijk ligt te niksen in de opslag. Volgens Lauren Anderson, 29-jarig profeet van wat 'samenwerkende consumptie' heet, moeten we van al dat overbodige bezit af. Kleren ruilen, fietsen delen, boeken weggeven is het nieuwe hip. Hebben is uit, delen is in.

Wegens smetvrees is de oervorm van delen en ruilen, de bibliotheek, bij mij nooit aangeslagen - het zal te maken hebben met belangwekkende onderzoeken waaruit blijkt dat 82,8 procent van de mensen weleens op de wc leest - maar gelijk heeft Lauren Anderson natuurlijk wel: wat heeft een mens aan een Carmen krulset die hij alleen met Kerstmis gebruikt?

Alleen betwijfel ik of iedereen al toe is aan die gedachte dat het vergaren van bezit het leven nodeloos compliceert, en reuzeslecht voor het milieu is bovendien. De drang tot dingen kopen, gewoon voor de heb, zit diep in de mens verankerd.

Mijn bezorgdheid werd aangewakkerd toen ik hoorde dat Coen van Veenendaal, profeet van de kankersponsortocht Alpe d'Huzes, zichzelf in een jaar tijd 160 duizend euro heeft laten uitbetalen aan management fees uit het geld dat door blije vrijwilligers bij elkaar is gestoempt. Hun was verzekerd dat de opbrengst van hun gefiets in zijn geheel naar kankeronderzoek zou gaan. Maar belangeloosheid heeft haar grenzen, moet Van Veenendaal hebben gedacht, bovendien worden ook de besten onder ons weleens door begeerte aangeraakt en heeft zelfs een weldoener die zich op zijn antistrijkstokbeleid laat voorstaan zo zijn materiële behoeften. Het bestuur van Alpe d'Huzes heeft dan ook, na 'veel discussie binnen de organisatie', de mateloze inhaligheid een tijdlang goed gevonden.

Nee, delen en ruilen op materieel gebied is niet aan iedereen besteed. Op immaterieel gebied evenmin. Sinds het onverdund ruilen van opvattingen het nieuwe hip is in de politiek, wordt er vooral veel gehuild in Den Haag. De jongste jammerklacht is afkomstig van Désirée Bonis, een voormalig diplomaat die vorig jaar voor de PvdA de Tweede Kamer in ging als buitenlandexpert. Ze hield het een jaar vol. Afgelopen zaterdag schreef ze in NRC Handelsblad waarom: ze zat er voor de kat zijn staart.

Bij de formatie kreeg de VVD het buitenland - in ruil voor iets ongetwijfeld enorm sociaal-democratisch - hetgeen erop neerkwam dat Bonis geen schijn van kans maakte met haar voornemen om met 'typisch sociaal-democratisch elan' te werken aan 'een ambitieuze, gedreven internationale politiek'. De Palestijnen zijn verraden, de strijd tegen de jihadisten in Mali moest het zonder Nederland doen, voor Syrische vluchtelingen is hier geen plek en de JSF komt er gewoon, zo zal dit najaar volgens Bonis blijken. Ze stond er machteloos naast. Ze leurde met amendementen, pleitte in de fractie, maar die timmerde haar terug haar hok in onder verwijzing naar het belang van het steunen van de 'eigen' minister en het tevreden houden van de VVD.

Sommigen vinden het naïef van Bonis dat ze blijkbaar niet wist van zaken als fractiediscipline, monisme en de waterboarding-achtige behandeling die balsturige backbenchers wacht. Maar ze raakt een wezenlijk punt: in een democratie die gebouwd is op een wankele uitruil bestaat de individuele volksvertegenwoordiger met eigen opvattingen niet.

Nee, al dat delen en ruilen: het is hip, maar het veroorzaakt ook een hoop misère.

undefined

Meer over