Rrrrrrrrrrrt, zegt de slang

Een kleine groep christenen in de Verenigde Staten neemt het Marcus-evangelie letterlijk: ze 'nemen slangen op' om hun vertrouwen in God te demonstreren....

'Zal de weg waarop je nu bent je naar mijn huis brengen?', vraagt het enorme billboard langs de weg. Ondertekend: God. De kans lijkt vrij groot. Het ene na het andere kerkje duikt op langs de weg, voor iedereen in West-Virginia lijkt er wel een te zijn: de Olive Branch Missionary Baptist Church, de Church of God of Prophecy, de New Life Baptist Church. 'Praise the Lord! He's coming again!' staat er op de achterruit van een half weggeroeste pickup-truck, die mogelijk op een leven na de dood hoopt.

God is hier overal tussen de beboste bergen in het zuiden van West-Virginia, maar tegelijk maakt de streek een godverlaten indruk. Mullens, een oud mijnstadje, ziet eruit of er oorlog heeft gewoed. De meeste huizen zijn dichtgetimmerd, andere uitgebrand en in het centrum hangen wat ongewassen figuren rond die onze auto sloom nakijken. De supergoedkope Dollar Store en de begrafenisondernemer zijn de enige zaken die nog tekenen van leven vertonen.

Welch, ongeveer vijftig kilometer verderop, heeft de depressie na het sluiten van de oude kolenmijnen in het gebied beter doorstaan, maar ook hier staat een groot deel van de winkels leeg. In de diner - door de lokale bevolking aangeprezen als het 'beste restaurant' in de verre omtrek - staan vette French toasts en druipende hamburgers op het menu.

Aan de muren hangen foto's uit betere tijden, de jaren veertig, toen de hoofdstraat volstond met dure, glimmende auto's. 'Dat waren andere tijden. Toen was er nog werk en kwam het geld uit de bergen stromen', zegt de serveerster ietwat weemoedig. 'Maar nu is iedereen weg.'

Hoe dieper je doordringt naar het zuiden, hoe smaller en donkerder de valleien tussen de beboste hellingen worden. Op de bodem van de hollows, waar het licht haast nooit lijkt binnen te vallen, huizen grauwe mensen in trailer homes, langgerekte woonwagens die doorgaans worden omringd door een spontaan aandoende vuilnisbelt en een compleet autokerkhof. Eén zuinige trailer-bewoner heeft zijn hek opgetrokken uit autowrakken.

Brand lijkt hier normaal, hoewel het vochtig is tussen de donkere hellingen. Overal staan uitgebrande trailer homes langs de weg. Wie hier wegtrekt, moet zijn huis meenemen. Kopers zijn er niet. Dus steken de vertrekkers hun huis in brand, sommigen in de hoop wat geld van de verzekering te innen, anderen omdat ze hun schamele fortuin niet willen nalaten aan de achterblijvers, die met een bleke bierpens uit hun hemd hangend op de porch zitten te wachten op een beter bestaan.

Als aan het eind van de duistere hollows het dorpje Jolo opduikt, scheurt de hemel: een complete zondvloed daalt neer op de grauwe huizen en de smalle trailers. 'God beware ons', zegt Lynne Honacker, de serveerster in het Hemlock Restaurant, een blokhutje met een handvol formica tafeltjes waarachter het volk zit te roken; een ongebruikelijk gezicht in Amerika. Vorig jaar spoelden in de omgeving honderden huizen weg tijdens een overstroming. Langs de weg kun je de gevolgen nog zien: uiteengescheurde trailer homes. In de bomen hangt nog steeds het vuil zachtjes te waaien in de wind. 'Als het maar niet weer zo erg wordt', verzucht ze.

Als het opdroogt, gaan we verder, op zoek naar de kerk van de 'snake handlers', de mensen die de slangen 'opnemen'. 'Als je hier de berg oprijdt, vind je hen vanzelf wel', zegt Honacker.

Het blijkt waar.

Uit de openstaande deur van het kerkje klinkt een hels geluid, alsof iemand in doodsnood verkeert, maar dan met een ritmisch elektrisch orgeltje erbij. De dienst - het is zaterdagavond kwart voor zeven - is nog niet begonnen, maar Barbara Elkins, de vrouw van de pastoor, is al begonnen het kwaad te bezweren met haar valse stem.

'Welkom in de Kerk van de Here Jezus', zegt dominee Bob Elkins, een stijf mannetje in een zwart pak, met een strak naar achter gekamde grijze kuif. Hij ziet eruit als een gereformeerde ouderling of een aanspreker, maar als hij zijn basgitaar oppakt, beginnen zijn voeten te dansen. 'The Lord is great', zingt hij.

Langzaam begint het kerkje vol te lopen, nou ja halfvol. De meeste kerkgangers komen van net over de grens, uit Kentucky, waar het verboden is giftige slangen 'op te nemen' tijdens de kerkdienst.

Ze nestelen zich op de gifgroene bankjes alsof ze er wonen en groeten de andere kerkgangers als familie. Het is een kleine, hechte gemeenschap die het woord aanhangt dat in Marcus 16:17 en 18 wordt geopenbaard over de ware gelovigen: 'In mijnen Naam zullen zij duivelen uitwerpen; met nieuwe tongen zullen zij spreken. Slangen zullen zij opnemen; en al is het, dat zij iets dodelijks zullen drinken, dat zal hun niet schaden; op kranken zullen zij de handen leggen, en zij zullen gezond worden.'

'Iedereen noemt ons ''snake handlers'', maar wij worden liever de ''volgers van de tekenen'' genoemd', zegt Bob Elkins. 'Sommige mensen denken dat wij de slang - de duivel - vereren, maar dat is niet zo. Wij willen slechts laten zien hoe machtig God is.'

Onder zijn preekstoel staat een houten kistje waarin wat slangen kronkelen. 'Rrrrrrrrrrrt', klinkt het uit de doos, die met een geperforeerd plastic deksel is afgesloten. Er kruipen drie ratelslangen in rond.

'This is death, this is sure death', zegt ouderling Cliff Hampton, de solo-gitarist tijdens de dienst, terwijl hij op het kistje wijst. 'Ofwel God beschermt je, ofwel. . .'

Voordat de dienst begint, verricht dominee Elkins een diep Amerikaans ritueel. 'Als u slangen opneemt, doet u dat op eigen risico. De kerk kan daar geen verantwoordelijkheid voor aanvaarden. Halleluja!', zegt hij. Kortom, procederen is er niet bij, ook niet tegen God.

De kerkgangers knielen op de banken, ieder op zijn eigen plaats en beginnen in tongen te spreken. Als het onverstaanbare gekrakeel zachter begint te worden, trekt Elkins aan de snaren van zijn gitaar en zingt hij: 'You may be right, you may be wrong. . .' De gelovigen beginnen wild te dansen.

Er komt een slungelige man binnen die een beetje stijf om zijn as begint te draaien en sloom naar de hemel kijkt, alsof hij op God wacht. Terwijl hij langzaam in trance raakt, opent een bejaarde man het kistje en haalt hij een van de ratelslangen tevoorschijn. Hij laat het beest door zijn handen glijden en over zijn arm omhoog kronkelen.

Dewey Chafin is veruit de beroemdste 'snake handler' van de streek. In de ruim veertig jaar dat hij met de giftige slangen tijdens de kerkdiensten danst, is hij naar eigen zeggen al 148 keer gebeten. 'Maar God beschermt mij', zegt hij bescheiden. Zijn doorzichtig blauwe ogen kijken in een onbekende verte.

De slome slungel neemt ook een slang uit het kistje en danst voorzichtig rond met het serpent. Het kijkt een beetje versufd uit zijn ogen, misschien verdwaasd door de keiharde rockabilly die Elkins en Hampton uit hun gitaren persen. 'Je gelooft misschien niet dat ie giftig is?', vraagt de slungelige danser, Jeff Hagerman. Hij vraagt mijn pen en steekt hem tussen de kaken van de slang. De giftanden klemmen zich om de Volkskrant-pen. Of ik 'm terug wil? 'Nee, laat maar', zeg ik, onder luid gejoel van de gemeente.

'Soms moet je oog in oog met de Duivel staan', roept Hagerman opeens. 'Met de slang des kwaads.' Iedereen mag hier getuigen van God en nu heeft Hagerman het woord. Hij springt rond, danst en schreeuwt. 'If you are talking about snake handlers, you better talk about God!', roept hij. 'Wij hoeven er geen dokter bij te roepen als we worden gebeten, dan komt God ons wel helpen.'

Maar dat gebeurt niet altijd. Af en toe overlijdt iemand door een slangenbeet die hij tijdens een kerkdienst heeft opgelopen. Voor de staten Georgia, Kentucky en Virginia was dat aanleiding de praktijk te verbieden, maar in West-Virginia is snake handling, dat sinds het begin van de vorige eeuw in de Appalachen wordt bedreven, nog steeds toegestaan. 'Ik zou willen dat ze het verbieden', zegt Steve Hagerman, die zijn broer Jeff bijna heeft zien sterven aan een slangenbeet. 'Wij wilden hem naar een ziekenhuis brengen, maar hij weigerde. Het is Russische roulette onder een religieus sausje.'

Uit wanhoop heeft Steve Hagerman met een paar andere broers de kerk enkele keren overvallen om de slangen los te laten, maar uiteindelijk gaf hij het op nadat hij een paar keer was gearresteerd. 'Jeff zal het toch altijd blijven doen. Voor hem is het een manier te bewijzen dat hij een ware gelovige is. Het is een kwestie van sociale druk. Als je in die gemeente geen slang durft op te nemen, wek je de indruk dat je misschien niet goed bent met God', zegt hij.

Hij hoopt maar dat zijn broer voldoende weerstand heeft opgebouwd; hij is al een paar keer licht gebeten. 'Zij denken dat het geloof is, maar in feite is het een kwestie van immuniteit.'

De volgende dag verzamelen de snake handlers zich in een ander kerkje in Jolo, waar dominee Tommy Addair de dienst leidt. De kerkgangers zijn allemaal bekende gezichten. Bij elkaar zijn er volgens deskundigen maar een paar honderd 'volgers van de tekenen' in de Verenigde Staten.

Jeff Hagerman, die sinds kort zijn eigen kerk heeft, danst weer sloom om zijn as en drinkt in trance een paar slokken uit een fles met strychnine. Hij spoelt het na met een fikse slok olijfolie, want het gif, zegt hij, 'brandt als de hel'.

Meer over