Nieuws

Roze fanclub Feyenoord moet ook af en toe ‘pleurishetero’ naar de scheids kunnen roepen

In navolging van ADO Den Haag heeft ook Feyenoord vanaf komende donderdag een eigen roze fanclub. ‘Het gebeurt te vaak dat trans personen, lesbiennes of homo’s zich niet veilig voelen in in het stadion’, schrijven de oprichters in een persbericht. Is een afzonderlijke supportersgroep de manier om dat op te lossen?

Supporters van Feyenoord in De Kuip in Rotterdam. Beeld ANP
Supporters van Feyenoord in De Kuip in Rotterdam.Beeld ANP

Met de roze fanclub willen de initiatiefnemers lhbti-discriminatie onder voetbalsupporters bestrijden. ‘Bij het mannenvoetbal moeten we helaas concluderen dat homo vaak als scheldwoord wordt gebruikt door individuen en soms groepen’, erkent ook de KNVB, op basis van ‘onderzoeken, gesprekken en natuurlijk onze eigen indrukken’.

Net voor de coronacrisis ging ANP-journalist Thijs Smeenk, zelf homo, naar Utrecht-PSV. Het was Coming Out Day 2019, voor de gelegenheid wemelde het een speelronde lang van de regenbogen in de eredivisiestadions. De Utrecht-supporters ondersteunden de actie, zo leek het. Maar een luttel spreekkoor tijdens de wedstrijd overschaduwde alle inspanningen. ‘Alle boeren zijn hooo-moo’s, alle boeren zijn hoo-moo’s’, klonk het meermaals vanuit de Bunnikside.

Hoewel Nederlandse voetbalsupporters op het EK in regenboogkleuren naar Boedapest trokken om een statement tegen de Hongaren te maken, blijkt in eigen voetbalstadions nog genoeg winst te boeken.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Onbegrip

Enkele lhbti-supporters van Feyenoord hopen met een roze fanclub een grote stap te zetten naar minder homofobe uitlatingen in voetbalstadions, in het bijzonder De Kuip. Sebas Maasland, een van de initiatiefnemers, constateert dat er veel ‘wederzijds onbegrip’ is tussen de doorsnee voetbalsupporter en de doorsnee lhbti’er. ‘Het zijn twee werelden die een beetje langs elkaar heen leven. Hopelijk kunnen we ze zo een beetje dichterbij elkaar brengen.’

Feyenoord is de tweede Nederlandse voetbalvereniging die een roze fanclub krijgt, na ADO Den Haag acht jaar geleden. In Duitsland en Engeland bestaan zulke initiatieven massaler en vormen ze een brede beweging van voetballiefhebbers. De fanclubs zijn vaak geen onderdeel van andere supportersverenigingen. De Roze Kameraden konden wel een afdeling van het grote FSV De Feijenoorder worden, zegt Maasland, maar hebben het gevoel afzonderlijk ‘beter hun ei kwijt te kunnen’. Wel streven beide partijen naar samenwerking.

Tijdens de carrière van journalist Smeenk, daarnaast actief voor homo-acceptatie in het voetbal als bestuurslid van de John Blankenstein Foundation, is de toon op tribunes milder geworden, constateert hij. Op het EK 2008, zijn eerste eindtoernooi, droogde Nederland Italië met 3-0 af en vierde het in Bern aanwezige Oranjelegioen de zege door massaal ‘Luca Toni is hoo-moo’ van de tribunes te schallen. Beide zijn dertien jaar later moeilijk voorstelbaar. De voetbalwereld verandert mee met de samenleving.

Maar toch, nog steeds hoort Smeenk bij bijna elke wedstrijd die hij bezoekt homofobe uitlatingen. Hij kijkt met ‘een dubbel gevoel’ naar de oprichting van de roze fanclub. Hij snapt het initiatief. Maar aan de andere kant proberen we juist een wereld te creëren waarin iedereen gelijk is. Op deze manier blijft het iets aparts houden, een homoseksueel in een voetbalstadion.’

Veel Feyenoord-supporters reageerden ietwat geïrriteerd op de sociale media: jullie zijn toch al welkom bij ons? Het is volgens Maasland ook niet de bedoeling dat de leden van de vereniging zichzelf in een hoekje gaan verstoppen: ‘Iedereen zit verspreid door het stadion’. Wel zijn de oprichters ervan overtuigd dat het initiatief inclusiviteit in de Kuip bevordert. Daarbij kijken ze met schuin oog naar provinciegenoot ADO Den Haag, waar de laatste jaren een bescheiden wonder plaatsvond.

Moeizaam

De eerste vier jaren van de in 2013 opgerichte Roze Règâhs verliepen moeizaam. Vooral de supporters met de meeste invloed wuifden het verzoek om minder vaak met seksuele geaardheden te schelden weg, of deden er als tegenreactie een schep bovenop.

Zo hingen in die tijd wel honderd ADO-sjaals in het supportershome, van ADO, voorganger FC Den Haag, zusterverenigingen als Club Brugge, Swansea City en Legia Warschau. De roze fanclub wilde graag een regenboogvlag toevoegen. Maar elke keer nadat leden een poging daartoe deden, trokken andere supporters het banier er weer af. ‘Sodemieter op met die teringvlag’, was het commentaar.

Maar in 2017 trad Maron Pots aan als voorzitter van de fanclub, een man die zich al veertig jaar tussen de fanatiekelingen op Midden Noord begeeft. Als eerste daad stapte hij met de regenboogvlag het supportershome binnen, hing die aan het plafond en wachtte een hele avond hoogstpersoonlijk tot iemand langskwam. Want wie problemen ermee had, mocht zich melden bij de hooligan van het eerste uur. Ineens was het stil.

Vier jaar later zijn nauwelijks nog spreekkoren met homo-uitlatingen te horen in Den Haag, constateert Pots. Dat is het resultaat van relativeren als het kan: niet alle homofobe uitlatingen die de voetbalsupporter uitkraamt, zijn bedoeld als homofoob. Vaak kun je iemand op een biertje trakteren, rustig met hem bespreken waarom zijn opmerking kwetsend is, en toont hij nadien beterschap. ‘Ik zeg vaak: we hoeven niet met elkaar te zoenen, maar we moeten wel samen bier kunnen drinken.’

Maar het is ook het resultaat van keihard op je strepen staan als het moet, zegt Pots. Niet bang zijn om een klap terug uit te delen, bij voorkeur verbaal. ‘Bepaalde acties moet je beantwoorden met tegenacties. Zo gaan wij binnenkort ook eens roepen: hé pleurishetero, fluit eens een keer voor ons.’

Wat journalist Smeenk fijn vindt aan de roze fanclubs: ze staan voor lhbti’ers die voor zichzelf opkomen in een machowereld. ‘Lhbti-supporters hebben lang iets gehad van: ik ga naar het stadion en ik hou mijn mond wel dicht. Deze geluiden worden gelukkig luider nu. Maar laten we hopen dat ze over dertig jaar niet meer nodig zijn.’

Meer over