Rouwverwerkende industrie

De grote blonde dood was eenavond lang op televisie.

Jean-Pierre Geelen

‘Bijzonder dat je hier bent’, zei Winston Gerschtanowitz tegen zijn kompaan Albert Verlinde. Dat kon je wel zeggen. Namens de familie had Albert Verlinde de media gevraagd ‘zich zo terughoudend mogelijk op te stellen’. Enkele uren later presenteerde Albert Verlinde dus RTL Boulevard, dat een vol uur lang stil stond bij de dood van zijn zwager, Antonie Kamerling.
Had de vrome Verlinde een aflaatje gevonden: hij wilde hier heel graag ‘respect betuigen’, en ‘op een waardige manier afscheid nemen’, zei hij. ‘Isa vindt het fantastisch.’
Gelukkig maar. Want bijna overal op de traanbuis gingen de sluizen open.
Aan alle wetten van de publieke rouw was voldaan; eventuele verdiensten van de betreurde zijn daarin slechts bijzaak. Gekend en geliefd zijn (vooral door bewoners van de mediawereld) is voorwaarde nummer één. Maar ook het tijdstip van het nieuws (er was ruim de tijd om de programma’s en de schema’s om te gooien), leeftijd (44) en tragiek bepalen het gezicht van de publieke dood. Bij de depressieve Antonie Kamerling viel alles samen.
In extra (en lange) edities van SBS Shownieuws zaten Patty Brard en Sjimmy Bruijninckx in het zwart, de gezichten donker. Patty sprak met grafstem. Een verslaggeefster stond in Zevenhoven, woonplaats van de zelfgekozen blonde dood. Niemand wilde iets zeggen voor de camera – ‘De mensen hier zijn helemaal kapot’. Patty: ‘Ik moet je zeggen: als ik dit allemaal hoor, dan breekt mijn hart.’
Koffietijd werd acuut stopgezet vanwege het nieuws. GTST begon met een In Memoriam. RTL vertoonde de Kamerling-film Ik ook van jou, de NCRV herhaalde een oud interview, digitale zender Cultura 24 ging de hele avond over Kamerling.
In EenVandaag, Shownieuws, Boulevard, DWDD, bij De Leeuw en in de journaals passeerde een leger prominenten. Marco Borsato (‘Geschokt en verbijsterd’), Guus Meeuwis (‘Geschokt en in de war’), Joop van den Ende, Beau, Reinout, Danny de Munk – uitstoot van de rouwverwerkende industrie.
Waarover men niet spreken kan, wordt op tv allang niet meer gezwegen. De publieke dood verdraagt geen stilte meer, en schreeuwt om superlatieven en bijvoeglijk naamwoorden.
Jette van der Meij had er ‘eigenlijk geen woorden voor’: ‘Ik voel het gewoon helemaal overal. Ik vind het zo erg.’ René Mioch, live in Cannes, gooide de handdoek in de ring. ‘Ik vind het ongelooflijk. Maar ja, dat zegt iedereen.’
De sprakeloosheid werd volop getwitterd door tout Bekend Nederland, gretig als perscommuniqués geciteerd in de rubrieken – tot aan tien minuten achtuurjournaal toe, waar Vargas Llosa het met een krap minuutje moest doen voor zijn Nobelprijs voor de literatuur.
Tot de vaste stijlmiddelen horen vertraagde beelden, bij voorkeur zwart-wit gemaakt, bij een melodramatische pianodeun, een stukje Coldplay of, in het geval van Kamerling, zijn eigen lied ‘Toen ik je zag’ – prompt belandde het oude nummer weer bovenaan in de downloadlijsten. Nog één vertraagde buiging voor een volle zaal, en dan het beeld op zwart – het cliché van rouw-tv.
Zoals Verlinde zei: ‘Doodzonde dat dit gebeurd is.’

Meer over