Rouwsluier voor het Westen

MET TWEE verhalenbundels en drie romans - waarvan het door Ang Lee verfilmde The Ice Storm de bekendste is - heeft Rick Moody zich een degelijke plaats verworven aan het Amerikaanse literaire firmament....

Al enige tijd geleden kondigde hij aan dat hij na het voltooien van zijn roman Purple America (1999) een autobiografisch boek zou gaan schrijven. Inmiddels is dat verschenen. Het heet The Black Veil, met als ondertitel A Memoir With Digressions. Lezers die bij het zien van die titel moeten denken aan het klassieke verhaal van Nathaniel Hawthorne, 'The Minister's Black Veil' (1836), brengen precies de juiste associatie aan. Want om die link is het Moody zijn gehele memoir lang te doen.

Hawthornes verhaal gaat over een dominee die het grootste gedeelte van zijn gezicht voor de buitenwereld verbergt achter een zwarte sluier. Niemand begrijpt waarom en het mysterie brengt iedereen in grote verwarring: de parochianen, de vrienden van de dominee en ook zijn verloofde. Zelfs op zijn sterfbed onthult de dominee, inmiddels geheel vervreemd van zijn omgeving, niet wat hem ertoe heeft bewogen de sluier te dragen. Het mysterie wordt nimmer opgelost.

In een voetnoot bij het verhaal meldt Hawthorne dat tachtig jaar eerder een andere geestelijke, Joseph Moody uit York, Maine, dezelfde excentrieke gewoonte had als de door hem beschreven dominee. 'Maar in dit geval had het symbool een andere betekenis. In zijn jeugd had [Moody] per ongeluk een geliefde vriend vermoord, en van dat moment tot aan zijn dood verborg hij zijn gezicht voor anderen.' Vanaf het moment dat hij als jongen Hawthornes verhaal voor het eerst las, was Rick Moody ervan overtuigd dat Joseph 'Handkerchief' Moody een voorouder van hem was. Pas later zou hij gaan uitzoeken of dat klopte en proberen meer te weten te komen over deze curieuze naamgenoot.

In The Black Veil keert Moody terug naar zijn weinig gelukkige jeugd en studententijd. In die periode gaat hij gebukt onder depressies, experimenteert hij met drugs en begint hij steeds meer te drinken. Intussen zet hij zijn eerste onzekere stappen op het literaire pad. Hij krijgt een relatie met een vrouw die net als hij te veel drinkt, zakt steeds verder weg in depressies, angsten en dreigende waanzin, en belandt ten slotte in een psychiatrisch ziekenhuis in Queens. Juist deze laatste episode levert indrukwekkende passages op, vooral door de empathische portretten van zijn medepatiënten.

De ervaringen in de inrichting, plus zijn besluit te stoppen met drinken, vormen een keerpunt in Moody's leven en literaire loopbaan. Hij staat inmiddels vijftien jaar droog en kan in zijn romandebuut The Garden State (1992) precies aangeven waar hij als 'nuchtere auteur' verder schreef. De psychiatrische behandeling en het afzweren van alcohol en drugs hebben hem weliswaar een evenwichtiger bestaan bezorgd, zijn hang naar melancholie en zwaarmoedigheid zijn niet verdwenen. Omdat hij vermoedt dat er wellicht een erfelijke oorzaak is, besluit hij op onderzoek uit te gaan naar 'Handkerchief' Moody, die met zijn eeuwige rouwsluier immers veilig mag worden beschouwd als de vleesgeworden melancholie. Met zijn vader reist hij door Maine, op zoek naar sporen van de achttiende-eeuwse dominee.

Het verhaal van deze speurtocht wordt voortdurend onderbroken door de uitweidingen die Moody in de ondertitel van zijn boek belooft: over de aard van de melancholie, de mergelgroeven van Maine, vergelijkingen tussen 'Handkerchief' Moody, William S. Burroughs (die zijn vrouw doodschoot bij een spelletje 'Wilhelm Tell') en de middelbareschoolmoordenaars Dylan Klebolt, Kip Kinkel en Eric Harris (de Amerikaanse equivalenten van Robert Steinhauser uit Erfurt). Dit vrij associëren gaat gepaard met het veelvuldig citeren uit al dan niet herkenbare literaire bronnen.

Wanneer blijkt dat van een werkelijke familieband tussen Rick en Joseph Moody waarschijnlijk geen sprake is, neemt eerstgenoemde deze bevinding als uitgangspunt voor een beschouwing over familiemythen die in het leven worden geroepen om zichzelf te definiëren. 'Misschien is versluiering eenvoudigweg een voorwaarde voor identiteit.' Deze wat krampachtige wending kan de onmiskenbare anticlimax echter niet verhullen, en zet het hele uitgangspunt van het boek op losse schroeven.

Op de laatste bladzijden slaat Moody zelfs een ware domineestoon aan. De zwarte rouwsluier van schuld en schaamte wordt over de hele Amerikaanse geschiedenis gelegd, in het bijzonder over de blanke kolonisatie van de Nieuwe Wereld en de afslachting van de oorspronkelijke indiaanse bevolking. Ook Hiroshima en Nagasaki worden van stal gehaald. 'Amerikaan zijn, een burger van het Westen zijn, betekent een moordenaar zijn. Houd jezelf niet voor de gek. Bedek je gezicht.'

Hoewel een dergelijk geluid in een tijd van blind westers patriottisme van moed getuigt, blijft het een wereldbeschouwing uit de categorie van dik hout. Moody sluit zijn boek af met Hawthornes (rechtenvrije) 'The Black Minister's Veil'. Het is even flauw als waar te moeten vaststellen dat hij onmiskenbaar het beste voor het laatst heeft bewaard.

Meer over