Rouwen om Boudisque

Gijsbert Kamer

Helemaal onverwacht was het niet, maar het bericht dat Boudisque, een van 's lands beroemdste platenzaken, dicht gaat kwam hard aan gisteren. Niet alleen omdat ik er in de jaren negentig een jaar of zeven parttime heb gewerkt, maar ook omdat de winkel in de Haringpakkerssteeg ook in de rest van mijn leven als popliefhebber een cruciale rol heeft vervuld. Het sluiten van de winkel op 29 maart aanstaande is voor mij zoiets als een ouderlijk huis dat verkocht wordt, of de lagere school waar je altijd nog met plezier langsfietste, die tegen de vlakte gaat.

Ik kwam er eind jaren zeventig voor het eerst, in oktober 1979, het was herftsvakantie, kocht ik er Joe Jackson's tweede elpee I'm The Man, die ze daar net een paar dagen eerder leken te hebben dan in de rest van het land. Boudisque had ook de naam alles eerder te hebben dan elders, en ik moet zeggen dat ze die status heel slim gecultiveerd hebben. Daar kwam ik pas achter toen ik in het voorjaar van 1980 als zestienjarig hulpje voor de donderdagavond en zaterdag werd aangenomen in een Hilversumse platenzaak.

Eens in de twee weken verscheen op donderdag de Muziekkrant OOR. Die werd meteen gespeld vanwege de recensies, die toen nog een plaat konden maken of breken. Belangrijker waren de advertenties van de twee grote Amsterdamse platenzaken: RAF en Boudisque. Die troefden elkaar af met plaattitels van nog niet uitgebrachte platen, met de prijzen erbij. The River van Bruce Springsteen stond al vanaf half 1979 aangekondigd. De dubbel-lp verscheen eind 1980.

Maar het was een tijd waarin Boudisque nog zelf importeerde uit de VS en UK, en daar kwamen toen platen nog wel eens eerder uit, dus klanten geloofden die advertenties graag. Wij, het personeel van een winkel in dat achtergebleven Gooi werden door de klanten die met OOR in handen langskwamen dan ook meewarig aangekeken. 'Hoe kun je nu zeggen dat de nieuwe Peter Hammill nog niet uit is, in Amsterdam ligt ie al.'

Iedere twee weken was het raak. Op een gegeven moment toen er weer zo'n bijdehandje stond te drammen pakte mijn chef, Eddy de Heus (heeft de deur van zijn laatste platenzaak White Noise ook een paar jaar geleden gesloten) een briefje van 25 gulden uit de kassa en zei: 'hier heb je geld, ga hem maar halen daar, ik betaal maar waag het niet zonder The Black Box van Peter Hammill terug te komen.'
De Heus stond niet bepaald bekend als een zeer vrijgevig man, dus de klant droop af. Nooit meer teruggezien ook.

The Black Box wel. Die zijn we gaan halen bij de groothandel van Boudisque, want in hun goeie jaren distribueerde het bedrijf platen naar het hele land. Nooit zal ik de opwinding vergeten toen we in de trein stapten om een zending op te halen met de nieuwe elpee van Joy Division, Closer. Zeker eens per week bezocht ik de winkel waar je niet zelden geschoffeerd werd door het personeel. 'Nieuwe single van The Jam? Nee, o die, maar die is al twee weken uit.' Hoorde er allemaal bij want je vond altijd wel iets bijzonders. En de winkel straalde echt een soort autoriteit uit. Daar vertoeven gaf je het gevoel iets dichter bij je muzikale helden te zijn.

Behalve platenwinkel en distributeur werd Boudisque eind jaren tachtig ook platenmaatschappij. Ze scoorden met King Bee een wereldhit, en zetten in de prille housejaren een toonaangevend label op Go Bang. Het imperium leek er in de jaren negentig met de opening vaneen Dance-filiaal op de Nieuwendijk
een van onbegrensde mogelijkheden. Maar door een reeks van oorzaken naderde er ineens een faillissement. Weg groothandel, weg danswinkel, weg platenlabel.

In 1994, ik was er toen een jaartje part-timer, vielen de meeste ontslagen, maar de winkel maakte nog mooie tijden mee. Er kwam een nieuwe eigenaar, die een frisse wind door de winkel liet waaien. Reggae, metal dance en electronica (fameus in het hele land is al jaren de zogeheten Tip van Bob) waren de speerpunten, terwijl ook de video-afdeling (Honk Kong import) floreerde.

Grootste probleem werd steeds meer de locatie. De omgeving verslechterde zienderogen. Belwinkels, en andere witwasserijen namen Rokin en Damrak in hun bezit. Het begin van het einde volgde eind jaren negentig al toen de pracht-boekhandel Allert de Lange zijn deuren moest sluiten. Op papier en het huurcontract bevond Boudisque zich op een a-locatie. Het was echter een c-locatie geworden.

En natuurlijk kreeg Boudisque ook te kampen met vergrijzing van het klantenbestand en concurrentie van internet. Ik denk dat de winkel te redden was geweest als er eerder naar een ander pand in de stad was uitgeweken. Hun specialisaties als metal en reggae trekken niet alleen van buiten Amsterdam voldoende klanten, maar zijn ook in de stad zelf uniek. Concurrenten als Concerto en Fame doen er nauwelijks iets mee en lange tijd stond Boudisque ook in de verkoop van cultfilms op eenzame hoogte.

Helaas, die andere locatie is er nooit gekomen. De winkel gaat dicht, het loopje langs de Haringpakkerssteeg naar het station zal nooit meer hetzelfde zijn. Zoals 4th & Broadway in New York en het punt op Sunset Boulevard in LA tegenover Book Soup van alle glans zijn ontdaan sinds het verdwijnen van Tower Records.

Wat dat betreft bevindt Boudisque zich in een goed gezelschap. Het is al de tiende platen winkel in Nederland in korte tijd, maar hun sluiten raakt me. Ik zal de deskundigheid en het enthousiasme van het personeel missen. Want ja, dat waren ze daar vooral. Sinds mijn vertrek :) is er niemand meer onbeschoft geweest naar een klant, want dat konden ze zich al lang niet meer permitteren.

Meer over