'Rouwen is noodzakelijk voor migrant'

SALMAN AKHTAR (52), hoogleraar in de psychiatrie in Philadelphia, verhuisde als jonge arts uit India naar de VS. Hij vergelijkt het psychologisch proces van migratie met de ontwikkelingsgang van kind tot volwassene....

S ALMAN AKHTAR woonde negen jaar in de Verenigde Staten toen hij zich realiseerde dat hij in zijn nieuwe land nooit een bruiloft had meegemaakt, noch een begrafenis. Een vreemd verdriet bekroop hem: het gevoel dat hij buiten de tijd stond. 'Mijn Amerikaanse vrienden waren allemaal al getrouwd voordat ik hen leerde kennen en er was nog niemand doodgegaan, want ik kende alleen maar mensen van mijn eigen leeftijd. Huwelijken en begrafenissen zijn punten in je leven die de tijd markeren. Je gaat mee in de stroom van je familie en op zulke momenten weet je weer waar je zelf staat.'

Bij een migrant is de natuurlijke bedding van zijn levensstroom er niet meer. Dat leidt, als er niet goed mee wordt omgegaan, tot ziekmakend verdriet. Rouwen over wat je verloren hebt, is voor iedere migrant noodzakelijk, zegt Akhtar. Ook voor degenen die het, zoals hij, in hun nieuwe land ver brengen.

'Afgesneden worden van je vertrouwde wereld geeft een wond. Het beste wat met een wond kan gebeuren, is dat het een litteken wordt. Met een litteken valt goed te leven, het kan zelfs bijdragen tot het karakteristieke van een persoon. Een wond die niet goed geneest, blijft pijn doen en kan zelfs ontsteken.'

Als 26-jarige arts kwam Akhtar uit India naar de VS om psychiatrie te studeren. Vanaf dat moment bestond zijn naaste omgeving alleen nog maar uit studiegenoten. Negen jaar later pas voelde hij pijnlijk het gemis van ouderen en jongeren. 'Ik had geen Amerikaanse ooms en neefjes gekregen. Alleen broers: mijn studiegenoten.'

Toch voelt hij zich nu, op zijn 52ste, honderd procent Amerikaan. En tegelijkertijd ook honderd procent Indiër. Dat kan, zegt hij, mits je goed door de verwarring en de pijn van het omschakelen heen komt.

Hij vergelijkt het proces dat migranten doormaken met de ontwikkelingsgang van een kind. De peuter maakt zich los van zijn moeder. Al kruipend kijkt hij achterom of ze er nog is en, gerustgesteld, durft hij weer een eindje verder. Iets dergelijks herhaalt zich als de puber zich los gaat maken van zijn ouders, om definitief op eigen benen te gaan staan.

Bij migranten die nog ergens op kunnen terugvallen, al is het maar door telefoneren met hun oude getrouwen, verloopt het 'opgroeien' in de nieuwe wereld anders dan bij vluchtelingen.

Akhtar vergelijkt vluchtelingen met ex-echtgenoten die op een slechte, uiterst pijnlijke manier gescheiden zijn. 'De goede dingen die ze samen hebben meegemaakt, zijn onzichtbaar geworden door de zeer slechte die eroverheen kwamen. Daarom hebben vluchtelingen geen heimwee. Ze denken de eerste tijd in zwartwit: alles in het land dat ze achterlieten is slecht, alles in het land dat hen opneemt is goed.' Zo moeten ze wel denken, want ze kunnen uitsluitend vooruit en op geen enkele manier terug. Goede herinneringen aan wat ze verloren hebben, kunnen vluchtelingen zich pas veroorloven als ze zich geborgen voelen in een nieuw land.

Akhtar: 'Nostalgie komt bij vluchtelingen laat. Het kan hen uit hun evenwicht brengen op een moment in hun leven wanneer het lijkt of ze alles voor elkaar hebben.' Migranten die uit vrije wil hun land verlaten, houden juist de eerste tijd hun mooie herinneringen als een beschermende cocon om zich heen. De nieuwe wereld is opwindend en beangstigend tegelijk. Het ouderlijk huis is te ver om regelmatig in terug te kruipen, maar de mogelijkheid bestaat nog en het beeld wordt geïdealiseerd.

Akhtar: 'Een kind dat het huis verlaat om in een andere stad te gaan studeren, begint opgetogen en vol verwachting aan het nieuwe leven. Opeens kan hij doen en laten wat ie wil. Laat naar bed, veel drinken, seks. Niemand houdt hem meer tegen. Maar na een tijdje wordt die vrijheid gewoon en komt de pijn van het verlies: mamma is er niet meer om voor je te zorgen.'

Voor de migrant die nog enigszins kan terugvallen, is dit besef dragelijk, voor de vluchteling niet. Daarom zoeken veel vluchtelingen landgenoten op om samen de vreemde omgeving op afstand te houden.

Akhtar woont inmiddels even lang in de VS als hij in India gewoond heeft. Hoe kan het dat hij zich honderd procent Amerikaan voelt en tegelijkertijd honderd procent Indiër? 'Het is als een spel kaarten. Ik heb 52 kaarten, de ene helft in de linker-, de andere in de rechterhand. De vraag is waar de harten zitten. Die zitten verspreid door de hele stok kaarten. Een deel aan de Indiase kant, een deel aan de Amerikaanse.'

Meer over