Rotterdam lacht en huilt om Peper

Rotterdam lacht, en Rotterdam huilt ook om het vertrek van burgemeester A. Peper. Een beetje althans. De laatste tijd werd Peper, met zijn publiciteitsgevoelige vrouw N....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Toen hij onlangs, dwars tegen de stroom in, besloot om de bekerfinale in de Kuip enkele uren te vervroegen met het oog op dreigend supportersgeweld, gingen er veel duimen omhoog. 'Ik hoop daarom vooral dat hij in Den Haag zijn eigenwijsheid niet verliest', zegt A. Verdoold, de 'moeder van Spangen' die in de geplaagde volksbuurt het verzet tegen de drugsoverlast aanvoert.

De laatste drie jaar ontmoette zij Peper regelmatig om de strijd tegen de verpaupering van de oude wijken te bespreken.

'Wat een arrogante zak!, dacht ik eerst. Maar ik heb hem leren kennen als een goed mens. Hij durft zijn nek uit te steken. Ik zal hem missen.'

Niet dat Peper streefde naar massale publieke waardering. 'Als ik in de stad te geliefd word, moet iemand mij waarschuwen, want dan doe ik mijn werk als burgemeester niet goed', was een van zijn uitspraken. Na zestien jaar waren de Rotterdammers zo vertrouwd geraakt met de tegenstrijdigheden in het karakter van hun burgemeester, dat er in de stad nog maar weinig uitgesproken Peper-haters zijn.

Ook dominee H. Visser, de schutspatroon van de Rotterdamse drugsverslaafden, worstelt met zijn ambivalentie. 'Peper is erudiet en heeft een groot inzicht in het functioneren van de grote steden. Aan de andere kant: een socialist die opstijgt tot het regentendom, daar word je ook niet echt vrolijk van.'

Visser en Peper kruisten geregeld de degens met elkaar over Perron Nul, de drugsenclave bij het Centraal Station die volgens de burgemeester diende te verdwijnen. Volgens Visser legde deze controverse de zwakheden in Pepers persoonlijkheid bloot. 'Hij ging hier in de stad slordig om met mensen, schoof ze gewoon aan de kant. Als je toch ziet hoe hij recent nog met korpschef Brinkman is omgesprongen. Als hij dat in Den Haag ook zo doet, gaat hij snel op zijn bek.'

F. Ravestein, jarenlang D66-fractievoorzitter in de gemeenteraad en nu Tweede-Kamerlid voor die partij, gelooft dat Peper op tijd Rotterdam de rug toekeert. 'Het is mooi geweest. Ik kreeg de indruk dat hij het in Rotterdam inmiddels wel gezien had. Voor stad en bevolking is het niet slecht dat er iemand anders komt.'

Peper kende weinig bestuurlijke taboes. Zelfs vrijelijk filosoferen over de kwaliteiten van zijn beoogd opvolger ging hij niet uit de weg. Zijn vrouw acht hij zéér geschikt. Of anders wel een 'prominente Rotterdamse entrepreneur', zoals zijn vriend J. van Caldenborgh, directeur-eigenaar van het chemisch concern Caldic, puissant rijk kunstverzamelaar én achterbuurman van Peper en Kroes in Wassenaar.

Meer over