Rotterdam kan ook van Amsterdam leren

Ook al bejubelt het kabinet de Rotterdamse aanpak, toch doet Amsterdam het vaak beter, concludeert Omar Ramadan...

Het kabinet bejubelt Rotterdam en verkettert Amsterdam. Datis niet terecht. In veel opzichten kunnen ze aan de Maas nog watleren van de hoofdstad. Het kabinet waardeert de Rotterdamseaanpak. Minister Donner rolt er een wietplantage op en prijst hetverhalen van de kosten op de illegale kwekers. Zijn collegaVerdonk looft het idee van de Rotterdam-code, en wil ook dat opstraat Nederlands wordt gesproken. En de wens van hetstadsbestuur aan de Coolsingel om kansarmen te weren uitachterstandswijken, wordt beloond met een heuse wet die de naamRotterdam draagt. Over Amsterdam zijn de ministers minder tespreken. Dekker vindt het te gek voor woorden dat ze in dehoofdstad ook in dure wijken sociale huurwoningen wensen. Ze zalniet meemaken dat rijksgeld hieraan wordt besteed op de Zuidas.Collega Zalm dreigt datzelfde gebied financiën te onthouden alsAmsterdam zijn aandelen Schiphol niet verkoopt. Het credo vanCohen 'de boel bij elkaar houden', wordt in de Trêveszaalbelachelijk gemaakt.

Door het bejubelen van Rotterdam en verketteren van Amsterdamverhindert het kabinet dat beide steden van elkaar leren. Hoewelwezenlijk verschillend, hebben zij genoeg overeenkomsten omelkaars successen te kopiëren. Amsterdam doet dat alschoorvoetend. Zo introduceerde Rotterdam de stadsmarinier, eenambtenaar met een fiks mandaat van het stadsbestuur, die inprobleemwijken misstanden aanpakt. Amsterdam-Noord volgt ditvoorbeeld. De Maasstad stuurt gezinscoaches naar huishoudens,waar kinderen onvoldoende worden opgevoed. De bijstandsuitkeringwordt gekort als de coach weigert. De hoofdstad heeft nu ookgezinscoaches, hoewel de dwang ontbreekt om die te accepteren.

Hoewel ze aan de Amstel dus voorzichtig van Rotterdam leren,gebeurt het omgekeerde niet. De ploeg van Balkenende en hungeestverwanten in het Rotterdamse stadsbestuur beschrijven dehoofdstad als een Sodom en Gomorra, waar andere culturenNederlandse waarden verdringen, criminaliteit en overlast wordengedoogd en werkloosheid de normaalste zaak van de wereld is.

Maar niets is minder waar. Op allerlei fronten staat Amsterdamer beter voor dan Rotterdam. Zo kent Rotterdam 191 misdrijven perduizend inwoners, en Amsterdam 170. Bijna 11 procent van deRotterdammers is werkloos, tegen 8 procent van de Amsterdammers.Na de economische recessie groeide het aantal vacatures in dehoofdstad weer rap, tot zo'n tienduizend per jaar. In de stad vanOpstelten en Pastors komen ze amper tot de helft. Amsterdammershebben per maand meer te besteden dan gemiddeld in Nederland, deallochtone Amsterdammers ook, zelfs als je de westerse expatsniet meerekent. Al die cijfers liggen in Rotterdam onder hetNederlands gemiddelde. Zelfs de woningbouw, waar wethouder Stadigin de hoofdstad kritiek op krijgt, steekt gunstig af voorAmsterdam. In 2004 kwamen er daar 557 woningen bij, terwijl heter in Rotterdam 213 minder werden. De Rotterdamse achterstandwordt wel eens verklaard met moeilijk te veranderen gegevens,zoals de automatisering van havenwerk, met laaggeschooldewerklozen als gevolg. Maar ook de hoofdstad kent uitdagingen,zoals 65duizend Marokkanen, die te weinig scholing en werkhebben, waardoor een deel zich afkeert van de samenleving. Hetaantal Marokkanen in de Maasstad is de helft.

Rotterdam kan ten minste drie dingen leren van Amsterdam. Deeerste les is dat het loont om minima aan het werk te helpen.Amsterdammers die zich bij de gemeente melden voor eenbijstandsuitkering, krijgen snel werk aangeboden. Bovendien wordtstreng gecontroleerd op fraude, ook thuis. De afgelopen acht jaarnam zo het aantal mensen in de bijstand af met 35 procent. InRotterdam bedroeg die daling maar de helft. Misschien dat met hetweren van werklozen uit Rotterdamse achterstandswijken de dalingdoorzet, maar per saldo zijn mensen dan elders werkloos.

Een tweede les voor Rotterdam is dat sociale woningen lonen.Amsterdam heeft er hier en daar wellicht te veel, maar ze zijnwel bijna allemaal eigendom van semi-publieke corporaties. En diezorgen redelijk goed voor hun woningen. In Rotterdam zijn veelhuurwoningen in particuliere handen. Huisjesmelkers vertimmerenhun panden, zodat een hoop immigranten en illegalen in een woningworden gestouwd. In de hoofdstad komt dat nauwelijks voor. Eentrieste indicatie van deze verborgen wantoestand is dat hetaantal uitgebrande woningen in de Rijnmond (688) een stuk hogeris dan in de andere grote steden.

De derde en belangrijkste les voor Rotterdam is dat investerenin risicojongeren en inburgeraars loont. Amsterdam koppeltjongeren die weinig goede voorbeelden hebben aan een vrijwilligerdie hen coacht. Het project Goal kent inmiddels ruim 850 van ditsoort mentoraten, meer dan waar dan ook in Nederland. Niet eenprofessional maar een gewone Amsterdammer ondersteunt de jongere.Ook in inburgeraars wordt geïnvesteerd. Een nieuwe wet vanVerdonk is in aantocht, waarbij allochtonen vooral zelf huninburgeringles moeten betalen en gemeenten boetes opleggen alsze zakken voor hun examen. Amsterdam biedt inburgeraars nu algratis taalles, en haalt het geld daarvoor deels uit Brussel. ZouRotterdam ook kunnen doen.

Conclusie is dat Amsterdam het op veel vlakken stukken beterdoet dan Rotterdam. En dat ze in de hoofdstad daarom niet alleenkunnen leren van de harde aanpak in de Maasstad, maar datomgekeerd ook lessen opgepikt kunnen worden over investeren inmensen.

Meer over