Rossini’s vocale vuurwerk komt ook in privékliniek goed uit

Il barbiere di Siviglia..

Roland de Beer

EINDHOVEN Er bestaan opera’s over tbc en over etterende wonden die niet dicht willen. Borstvergrotingen en neuscorrecties waren tot nu toe geen muziektheatraal onderwerp.

Opera Zuid brengt daar verandering in. Het gezelschap is op tournee met een hilarische productie van Rossini’s Il barbiere di Siviglia, in een entourage die iedereen met gezonde belangstelling voor liposuctie moet aanspreken. Jetske Mijnssen, die eerder in Maastricht de Dreigroschenoper regisseerde, trekt verrassende conclusies uit het libretto van de Barbier.

Dokter Bartolo, een tiran die een oogje heeft op zijn pleegdochter Rosina, heeft in Mijnssens visie doorgestudeerd voor plastisch chirurg. Hij leidt een privékliniek, waar de haarstilist Figaro, bijgestaan door vier hulpnichten, de klandizie nog eens extra onder handen neemt met waterstofperoxide. Rosina verzorgt als baliemedewerkster de intake.

Goed nieuws voor Connie Breukhoven, Caroline Tensen (‘Ik heb weer mooie heupen’) en andere ambassadrices van het maakbare lijf: het is een vederlichte enscenering. Pijnstillers zijn niet aan de orde en de aanpak is poliklinisch. Cliëntes, onder het mes genomen tijdens de ouverture van een kwiek spelend Brabants Orkest onder leiding van Fabrice Bollon, staan na gemiddeld twintig seconden verbouwd en wel weer buiten.

Goed nieuws ook voor Rossinivrienden: Opera Zuid heeft uitstekende zanger-acteurs binnengehaald. Voorop de Poolse bas Piotr Micinski (Bartolo), een droogkomisch talent. Rond in de taille en zelf toe aan een haartransplantatie, regeert hij zijn kliniek met authentieke kippedrift – bedreven in het papperlepap van zijn schuimbek-aria A un dottor della mia sorte én het tegelijkertijd ruggelings van een balie donderen.

Zijn intake-chick Rosina is de mezzosopraan Helen Lepalaan. Van alle glamourbabes die in deze Barbiere het podium onveilig maken, is zij de dunst getailleerde en best zingende. Ontroerend in haar beantwoording van een serenade, zittend op het wachtkamertoilet. Onberekenbaar in haar gevechten met een koffieapparaat. Welluidend in haar aria Una voce poco fa, en goed mengend met haar vrijer Almaviva (Raphael Pauss) en helper Figaro (Willem de Vries) – een terzet waarin de jeugd ook muzikaal triomfeert. Zelfs de rol van huishoudster is glossy ingevuld, met Machteld Vennevertloo als fraai gelijnde, meer in de Cosmo dan in haar stofzuiger geïnteresseerde uitzendkracht.

‘Ontevreden over uw uiterlijk? Daar is iets aan te doen’, zou Rossini (1792-1868) hebben kunnen beamen, als hij de buikwandcorrectie had gekend. Al zou hij er vermoedelijk een nieuwe opera over hebben gemaakt. De vraag is hoe zijn vocale vuurwerk, zijn crescendi en oorstrelende blazerslijntjes zich verhouden tot Jetske Mijnssens antirimpel-strategieën.

Antwoord: verrassend goed. Een Almaviva die zijn entree maakt als schlagerzanger en levende onderbroekreclame; een slotkoor met afgevijlde neuzen en opgepompte boezems, het blijkt best te passen bij Rossini’s coloraturen en lyriek. Mijnssen verstaat de kunst van het luisteren. Ze stuurt de actie vaak aan de hand van Rossini’s toonsoortwisselingen. Zelfs het poetsen van een raam geschiedt op Rossiniritme. Lol heeft ze ook in averechts libretto-lezen: het ‘Stil jij’ waarmee Bartolo zijn pleegdochter afblaft, wordt bij Mijnssen plotseling de belediging van, wat Youp van ’t Hek zou noemen, een wachtend botoxteefje.

Dat Mijnssen (38) de duistere kanten van de antiverouderingsmanie nauwelijks aanraakt, en eerder de kant kiest van de alcoholklucht, is vers twee. De bonus in haar Barbiere is dat dingen vanzelf gaan kloppen. Basilio (Henk van Heijnsbergen) zingt zijn ‘laster-aria’ in een wachtkamer – de ware biotoop van het roddelblad. Zoiets gaat alleen bij goede regisseurs vanzelf.

Roland de Beer

Meer over