‘Rookpolitie’ geen graag geziene cafégast

Een rondje met de VWA-inspecteur langs cafés in de Amsterdamse Rivierenbuurt levert niet één boete op...

Van onze verslaggever Marcel van Lieshout

Als de voorlopige cijfers van de Voedsel en Waren Autoriteit kloppen, lopen we kennelijk mee met een van de strengste VWA-inspecteurs die belast is met controle op het rookverbod voor de horeca. ‘Wat?’, schrikt inspecteur Peter (51) zichtbaar van de officiële cijfers. ‘Pas acht boetes? Dat kan toch niet. Ik heb er van de week zelf al twee opgelegd.’

En toch, zo op pad met de ‘rookpolitie’ in de Amsterdamse Rivierenbuurt, maakt Peter tijdens de inspectie van een handvol cafés en een shoarmazaak allerminst de indruk eens lekker op boetejacht te gaan.

Misschien speelt hier zijn eigen horecaverleden een rol. Tot hij zes jaar geleden tot de zogeheten Drank, Horeca en Tabak (DHT)-teams van de VWA toetrad was Peter zelf eigenaar van een café.

Peter heeft uiteraard een achternaam maar als inspecteur van de VWA is Peter Peter. Zo graag gezien zijn de VWA-inspecteurs niet. Althans niet in veel cafés. Nooit met de bezoekers in discussie gaan, verzekert Peter, ‘want die zijn het felst’.

De eigenaressen Esther en Annet van café De Diva’s blijken anders ook mondig genoeg, maar tijdens de inspectie van hun rokersruimte werken ze braaf mee aan het invullen van een vragenlijst. Deze middag blijkt er nog geen roker in de ruimte te zijn geweest en toch wijst een meting ter plekke uit dat de luchtkwaliteit in de rokersruimte (drie tafeltjes met stoelen op ruwweg twaalf vierkante meter) ‘matig’ is.

Dat verbaast Annet zeer. En nu de inspecteur er toch is, zou ze graag ook een meting zien vanaf het terras. ‘Want gelukkig staat er vlak voor het terras nooit een auto met draaiende motor’, schampert ze.

Annet bekent dat ze wel eens in de rokersruimte een kijkje neemt (‘Gewoon, om te kijken of alles goed gaat’) maar dat mag dus, stipuleert inspecteur Peter.

Bezoeken aan volgende cafés maken duidelijk dat onverstoorbaarheid benodigd is om VWA-inspecteur te zijn. In al die cafés wordt niet gerookt, maar enig begrip voor het rookverbod is ver te zoeken. ‘Succes met dat vrolijke werk van je!’, bijt een bezoeker van het Oud Hollandsch Café De Regge de inspecteur toe. Die op zijn beurt voor de zoveelste keer geduldig uitlegt dat hij ook maar een simpele uitvoerder van de wet is.

Maar de wetgever heeft geen idee welke problemen het rookverbod zoal te weeg brengt, weet de eigenaar van café Rijnkade, zelf al twintig jaar een longpatiënt. In zijn nog onaffe rookruimte (hij heeft er zijn toegedekte biljart expres in laten staan, anders wordt het daar helemaal een drukte van belang) staan tegenwoordig rokers die zelf drank mee hebben genomen. ‘Zelfs vaste klanten doen dat! Straks moet ik nog een röntgenapparaat aanschaffen.’

Wat zijn de mensen in dit deel van Amsterdam toch vrolijk en wat werken ze goed mee, vat inspecteur Peter opgewekt zijn indrukken samen. Hij heeft tijdens deze rondgang niet één waarschuwing hoeven geven.

Voor een waarschuwend woord is de ‘zaakwaarnemer’ van café Rivièra anders niet te beroerd. ‘Kom nog eens op een zaterdagavond terug! Is het hier stikdruk en staat er een reus van een jongen hier te roken. En die jongen vindt mij helemaal niet leuk.’

Meer over