Ronselen van islamitische strijders voor jihad naar keuze is groeisector in Pakistan Premier Bhutto treft in Kashmir onwelkome bondgenoten

De mullah zit met gekruiste benen op de grond en strijkt bedachtzaam door zijn baard. 'Nee, geld is geen punt....

THE GUARDIAN

The Guardian

PESHAWAR

Mufti Iqbal is de vertegenwoordiger in Karachi van de Harakat al Ansar (Beweging voor de Bondgenoten van de Profeet), een van de vele 'uitzendbureaus' voor de jihad. Het is zijn taak om ter plaatse vrijwilligers te werven en om buitenlandse moslims op te vangen en door te sturen naar de jihad van hun keuze. Het is een groeisector in de Pakistaanse dienstverlening.

Harakat houdt zich bezig met Kashmir, een omstreden gebied dat grotendeels wordt bestuurd door India. Zowel de regering van Pakistan als de gewone man beschouwt het als een dure plicht de moslims in Kashmir te verlossen van het Indiase juk. Maar mufti Iqbal, zelf een veteraan van de Afghaanse jihad, kan ook contact leggen met andere zaken en oorlogen.

'Ons voornaamste doel is om moslims waar ook ter wereld bij te staan in de verdediging van hun vrijheid. Er hebben zich duizenden vrijwilligers gemeld voor de strijd in Kashmir, Bosnië, Tadzjikistan en Tsjetsjenië. Tenslotte is de jihad een plicht voor alle moslims.'

Ook de jonge Pakistani Ahmed Sheikh uit Londen zou door Harakat al Ansars uitzendbureau voor martelaren-in-spe zijn bemiddeld. Ahmed Sheikh wordt verdacht van de ontvoering van twee Britse toeristen in India. Mufti Iqbal zegt nog nooit van hem te hebben gehoord.

Volgens Harakat al Ansar hebben honderden moslims uit het buitenland zich aangemeld 'om te leren'. Wàt ze leren - behalve over de islam - wordt er niet bij verteld. Onder de vrijwilligers bevinden zich Pakistani's, zwarte moslims uit de Verenigde Staten, Arabieren, Indiërs en Afghanen.

Zegslieden van de organisatie ontkennen dat ze militaire training geven; daarin bekwaamt men zich aan het front, zeggen ze. Maar volgens westerse diplomaten in Karachi heeft Harakat al Ansar wel degelijk een goed georganiseerd kamp in Miranshahr, een afgelegen gebied aan de Afghaanse grens.

Pakistan is voor dergelijke activiteiten een aantrekkelijk land. Het leven is niet duur, de politie is omkoopbaar, wapens liggen voor het grijpen, en bovendien zijn er hele gebieden - de tribal areas, woongebieden van etnische minderheden als de pashtuns - waar de overheid zich liever niet waagt.

Daar zijn de heroïne- en wapenmafia's heer en meester. Hier kun je terecht voor een Stingerraket, een vals paspoort, heroïne of hasjiesj en alles wat er verder komt kijken bij de financiering en bewapening van een terreurorganisatie.

Bovendien genieten sommige zaken waar de islamitische groepen zich voor inzetten de steun van de Pakistaanse regering.

Tijdens het interview met mufti Iqbal zit er de hele tijd een man naast hem op de grond die hem zijn antwoorden influistert. Een gladgeschoren man, die welhaast militair aandoet. Hij zegt dat hij van een Pakistaans persbureau is. 'Dat is de ISI-man', lacht mijn collega van de plaatselijke krant als we weggaan. 'Dat is zijn oppasser.'

ISI is een afkorting van Inter-Services Intelligence. Pakistan heeft wel meer geheime diensten, maar niet één is zo machtig als de ISI. Die voorsprong heeft de dienst te danken aan het Westen, dat begin jaren tachtig miljarden dollars stak in de oorlog tegen de communisten in Afghanistan. De hulp werd grotendeels door de ISI onder de mujahedin verdeeld. Vandaag de dag houdt de dienst zich vooral bezig met Kashmir.

In Pakistan fungeert de ISI als een werktuig van de regering. De geheime dienst verzamelt bewijsmateriaal tegen tegenstanders van de regering en houdt zich bezig met het opbouwen en afbreken van politieke partijen en splintergroepjes.

Genant genoeg hebben sommige van die geesteskinderen wellicht de hand gehad in de recente moordpartijen in Karachi, waaronder de aanslag op twee functionarissen van de Amerikaanse ambassade.

De ISI-operatie in Afghanistan lokte militante moslims aan uit het hele Verre en Nabije Oosten. De dienst deed of ze niet zag dat die bij duizenden naar Afghanistan kwamen voor militaire training, om de jihad te leren kennen en zich een kans op het paradijs te verwerven. Afghanistan werd een speelplaats voor zich verdrukt voelende moslims uit de Filipijnen, Kashmir, Algerije, Egypte of waar dan ook.

Tegenwoordig zijn het veteranen uit Afghanistan die leiding geven aan de terreurgroepen in Algerije en Egypte, en ook in de Golfstaten worden ze gevreesd. In New York moet een aantal Afghanistan-veteranen terechtstaan voor de bomaanslag op het Wereldhandelscentrum in 1993. De laatste die onlangs is aangeschoven in het verdachtenbankje is Ramzi Youssef, die het brein achter de aanslag zou zijn geweest.Als je de westerse geheime diensten mag geloven, was Ramzi Youssef een van de gevaarlijkste terroristen ter wereld. Maar het is nog altijd niet duidelijk of hij nu een Baluchi uit Pakistan is dan wel een Koeweiti of een Irakees. Toen de CIA en de Pakistaanse politie hem vorige maand aanhielden in een pension in Islamabad, had hij acht paspoorten bij zich. Sindsdien zijn er heel wat verhalen over hem in omloop gebracht. Zijn bezoek aan Manilla in januari zou tot doel hebben gehad om de paus te vermoorden die daar toen op bezoek was.

Maar Youssef moet niet alleen in het buitenland hebben geopereerd. Premier Benazir Bhutto van Pakistan vertelde vorige maand aan enkele journalisten dat hij ook achter een in 1993 beraamde aanslag op haar leven had gezeten. In de Pakistaanse pers wordt hij in verband gebracht met de extremistische sunnitische groepering Sepah Sehaba (Soldaten van Gods Profeet). Die zou de hand hebben gehad in tientallen moorden op shi'ieten in Karachi, alsmede een bomaanslag in Iran.

Tegenwoordig is de invalsweg naar de oefenterreinen in Afghanisten vrijwel volledig afgesloten voor Arabieren. Tientallen Arabische mujahedin zijn gearresteerd en honderden anderen zijn gevlucht, terug naar hun eigen land of ondergedoken in de chaos van het huidige Afghanistan. In Pakistan hoeft een Arabier met Afghanistan-ervaring zich maar te vertonen om te worden gearresteerd.

Maar het zijn niet alleen Arabieren die routinematig worden opgepakt wanneer in Karachi weer een moord is gepleegd. Tien dagen geleden deed de politie een inval in het kantoor van de grootste en oudste islamitische beweging in de verre omtrek, de Jamaat Islami. Twee Arabieren die bij een propagandablaadje werkten, werden in de kraag gegrepen en de kantoren van de zusterorganisatie in Kashmir van de Jamaat Islami, de Hizbul Mujahedin, werden gesloten.

Die razzia onder moslim-militanten vond plaats vlak voor het bezoek van premier Bhutto aan de Verenigde Staten, dat vorige week begon.

In 1993 wist Pakistan ternauwernood te voorkomen dat het door de VS werd geplaatst op de lijst van landen die terroristen steunen. Maar met haar grote schoonmaak onder de militante moslims in Pakistan zet Bhutto heel wat op het spel. Generaal Hamid Gul, de vroegere baas van de ISI, waarschuwt dat er een storm zal opsteken als de arrestatiegolf aanhoudt.

'Wat is een fundamentalist nu helemaal? Een man met een baard? Als het staatsapparaat zich stort op wat het extremisten noemt, dan kan dat buitengewoon onplezierige reacties oproepen. De inflatie, de gevolgen van het IMF-beleid - vermengd met een bedreiging van het geloof zou dat wel eens een ernstig gevaar kunnen opleveren voor het land', zegt Gul.

De eersten om van een dergelijke reactie te profiteren zouden de groeperingen zijn waarmee Gul in verband wordt gebracht. Het gerucht wil dat hij een hoofdrol speelt achter de steeds politieker van aard wordende campagne van de gewezen playboy-cricketheld Imran Khan. Khan zegt dat het hem niet om politieke macht te doen is, maar zijn campagnes om in heel Pakistan geld in te zamelen voor zijn ziekenhuis voor kankerpatiënten is nauwelijks te onderscheiden van een verkiezingstournee. De campagne wordt georganiseerd door de Pasban, een groepering die zich heeft afgescheiden van de Jamaat Islami.

Figuren als generaal Gul worden in militaire kringen nog steeds bewonderd om hun toewijding aan de islamitische zaak. Het afgelopen jaar heeft Bhutto geprobeerd de ISI, die inmiddels onder leiding staat van haar handlanger Javed Ashraf, te zuiveren van Jamaat Islami-aanhangers. De Jamaat-medewerkers zijn daar niet erg van onder de indruk, want uiteindelijk moet Bhutto volgens hen toch 'haar plicht' doen jegens Kashmir.

In het openbaar ontkennen de Pakistaanse functionarissen hardnekkig dat ze bezig zijn de militante moslims te trainen en te bewapenen. Het valt echter nauwelijks te ontkennen dat de moslim-militanten in de etnische gebieden overal vrijelijk wapens kunnen kopen, of dat ze bij hun pogingen om over te steken naar het door India bestuurde deel van Kashmir worden geholpen door het Pakistaanse leger en de geheime dienst.

Als premier Bhutto daar iets tegen zou ondernemen, zou ze zich de beschuldiging op de hals halen dat ze niet alleen tegen de islam is, maar ook tegen Pakistans nationale zaak, Kashmir. De afgelopen vijftien maanden heeft ze haar steun voor die zaak voorop gesteld en er haar geloofwaardigheid jegens de islamitische bevolking aan ontleend. In vrijwel al haar toespraken worden Kashmir en de islam in één adem genoemd.

Sommige Pakistaanse waarnemers vragen zich af waarom Pakistan niet nadenkt over het tot nu toe onbespreekbare alternatief: volledige onafhankelijkheid voor de Kashmiri's van zowel India als Pakistan. Daarmee zou het probleem van de fundamentalistische groeperingen en de rol van de geheime diensten in één keer worden opgelost.

Als het Westen werkelijk een eind wil maken aan het terrorisme dat wordt bedreven uit naam van Kashmir, dan kan het volgens generaal Gul beter proberen het conflict tot een oplossing te brengen in plaats van de symptomen te bestrijden.

Intussen komen Bhutto's razzia's tegen de militante moslims steeds dichter in de buurt van de groeperingen en de uitzendbureaus voor martelaren die de zaak van Kashmir zeggen te dienen. Wellicht zal de premier tot de ontdekking komen dat ze daarmee niet te ver kan gaan.

Meer over