Ronde zeeëgels van spitse zigzag-steken

Voor de kenners van haar schilderijen kwam de kentering niet geheel onverwacht. Zij hadden allang gezien dat de achtergrond van haar felgekleurde portretten, daar waar het landschap welig tierde, de overhand begon te krijgen....

Merel Bem

Ja, en toen de kunstenaar zélf zei dat ze zich vrijer voelde wanneer ze landschappen schilderde ('Met het afbeelden van gezichten loop ik bijvoorbeeld tegen de regel aan dat ogen in het gezicht belangrijker zijn dan oren') - toen was het voor iedereen duidelijk. Een nieuwe fase was aangebroken.

Het begin van die nieuwe periode is nu te bewonderen in de tentoonstellingsruimte van Buro Leeuwarden in de Friese hoofdstad. Hier toont kunstenaar Aafke Bennema (1965), afkomstig van de Kunstacademie in Arnhem en de Ateliers in Amsterdam, het resultaat van de afgelopen twee jaar: acht onderwaterlandschappen.

Op deze grote schilderijen is geen mens meer te ontdekken. Alleen de natuur bleef over, zij het een zelf bedachte natuur, met hier en daar een herinnering aan haar portretten. Uit haar hoofd en in haar bekende decoratieve stijl bouwde Bennema onderwaterplanten op uit slierten, net zoals de haren van haar geportretteerden doen denken aan vermicelli.

Er zijn ronde zeeëgels van spitse zigzag-steken, schelpachtigen van regelmatig neergezette stipjes, en koralen die als rijen parelkettingen op de bodem van de zee liggen te blinken, alsof ze rechtstreeks van Bennema's geschilderde meisjeshalzen het water zijn in gegleden.

Met de grootste precisie zijn de verschillende elementen - elk wuivend zeewiertje, elke glanzende luchtbel - op het doek aangebracht, zorgvuldig over de ontwerptekening van potlood heen geschilderd.

Hier en daar zijn de zachte verflijnen niet doorgetrokken en vormt de onderliggende potloodlijn op het linnen een overbrugging.

Maar nergens is het slordig, nergens 'rommelt' Bennema maar wat aan. Het is alsof elke stip, elke lijn van tevoren zorgvuldig uitgedacht is.

De felle kleuren die van haar portretten afspatten, zijn op de diepzee-doeken getemperd door een zachte waas die als het ware over de oppervlakte van het doek ligt. Spetterend turquoise, fuchsia-roze en felgroen 'verwaterden' tot lichtblauw, roestbruin en zeegrijs, met veel witgelaten stukken ertussen.

Samen met de dichte structuur van de planten verleent dat wit Bennema's schilderijen soms bijna de status van behangpatroon. Maar hoewel de kunstenaar zelf ooit zei 'niet vies te zijn van decoratie', verworden haar landschappen nergens tot louter achtergronddecoratie.

Toch blijft de felheid die haar portretten sierde het meest intrigeren. Op een aantal van haar schilderijen stond Bennema een kleuropleving toe. Die doeken zijn een stuk levendiger, alsof er meer op 'gebeurt'.

Meer over