Ronddwalen in een innerlijk Sarajevo

DIT STUK STAAT misschien op de verkeerde plaats in de krant. Eindhalte Fantoomstad behelst weliswaar een boekje, dat blijkens de provocerend bedoelde inleiding als dichtbundel beschouwd moet worden, maar tevens een cd waarop het merendeel van de gedichten ten gehore wordt gebracht....

Op zichzelf is dat niet uitzonderlijk. In 1995 publiceerde de Friese bard Tsjebbe Hettinga een tweetalige bundel met bijbehorende cd, terwijl ook de laatste editie van Komrij's driedelige bloemlezing van een geluidsdrager vergezeld ging.

Maar de plaat van de Sprooksprekers onderscheidt zich van deze uitgaven doordat de gedichten hier niet slechts instrumentaal ondersteund worden, maar zelfs volledig zijn ingebed in een akoestisch geheel dat we voor het gemak maar muziek zullen noemen. En aangezien de cd goed is en het boekje slecht, kan het niet anders of we richten ons op wat we horen, niet op wat we lezen.

Dat is kennelijk ook de bedoeling, want alleen al door hun naam plaatsen de auteurs zich in een middeleeuwse orale traditie. Overigens blijkt de gedrukte tekst hier en daar af te wijken van wat op de plaat is gekomen.

Dat roept de vraag op of Eindhalte Fantoomstad inderdaad tot de Nederlandse poëzie gerekend moet worden. Het antwoord op die vraag staat of valt met onze definitie van poëzie. Als we gedichten nu eens zien als taaluitingen die zich juist in hun muzikaliteit van proza onderscheiden, is er alle reden deze teksten poëtisch te noemen. Weliswaar bevindt de muzikaliteit zich niet in de gedichten zelf, maar in hun akoestische omgeving, maar je kunt je afvragen of dat erg is. Wat Kouwenaar met taal alleen doet, doen de Sprooksprekers met behulp van bassen, keyboards en samples. So what? Als het totaal maar overtuigt.

En dat doet het, althans in een groot aantal nummers. Op de plaat horen we de drie Sprooksprekers hun eigen werk uitvoeren. Alleen in het titelnummer werken ze samen. De meest teksten in het boek zijn van Serge van Duijnhoven. Zijn dictie heeft, ondanks de schijnbaar onaangedane wijze waarop hij vrij erge dingen zegt, iets dwingends. In de wat lijzige voordracht van Olaf Zwetsloot, die ook als voortreffelijk sopraansaxofonist te horen is, klinkt onmiskenbaar ironie door. Gespeend van elk gevoel voor relativering zijn de tenenkrommende rap-teksten van Def P., wiens lichtelijk overdreven Amsterdams accent vooral bekend is van zijn optreden met de band Osdorp Posse.

Eindhalte Fantoomstad is de evocatie van een moderne stad. Hoewel verwezen wordt naar Amsterdam en Sarajevo, gaat het niet om werkelijk bestaande steden. Fantoomstad is een oord waar het verval van junks en alcoholisten even tastbaar aanwezig is als de moderne technologie van ruimtevaart en e-mail, waar een bezoek aan een gokhal afgewisseld wordt met het consumeren van 'urine waarin opgelost capsules ecstasy', en waar men zich nooit per fiets, maar altijd per metro verplaatst. De muziek - stilte bestaat niet meer - is onrustig en wekt de indruk eeuwig door te kunnen gaan. In Fantoomstad speelt het ritme van dag en nacht geen rol: men heeft er ieder contact met de natuur verloren. En leuk is het er niet. Fantoomstad is een inferno:

schimmen waden koelvloeistofom spoeld

door ontspoorde dromen,

wroetend in het vuil, tastend

naar de tepels van het asfalt

(Zwetsloot)

En wie mocht denken dat Fantoomstad slechts virtual reality is, wordt meedogenloos uit de droom geholpen:

noch de straat die zich tegen de gevel

slaat, het schuifraam dat zich

als een guillotine sluiten laat

het alarm dat in de verte afgaat

dit is geen droom

en ook de maden en de larven niet

die in de holten van je schedel

blijven kleven

- ontpoppend en stervend -

zwart en grijs -

dit is geen droom

dit is je eigen paranoia paradijs

(Van Duijnhoven)

Seks blijkt geen remedie tegen onttakeling en eenzaamheid, want 'vrijen dat vind je/ zeg je een ouderwets woord'. En de kosmonaut die al een jaar in de ruimte vertoeft, moet constateren dat masturbatie ook al weinig helpt: 'zijn zaad zweeft door de cabine./ hij staart ernaar, lusteloos, leeg/ terwijl het langs de monitoren drijft'.

Nemen de Sprooksprekers ook een standpunt in? Zwetsloot en Van Duijnhoven laten het oordeel over aan de luisteraar. Typerend is een wat lamlendige tekst van de laatste over plastische chirurgie: 'ik kan ook niet meer op mijn buik slapen/ dan lopen mijn borsten leeg'. De ingezetenen van Fantoomstad hebben niet eens in de gaten dat er iets mis is. Vergelijk dat eens met de plaat Plastic Surgery Disasters van de Dead Kennedys, waarop hetzelfde onderwerp bezongen wordt: bij het eerste akkoord weet je al dat het oorlog is.

Alleen Def P. zou je nog een ouderwetse protestzanger kunnen noemen, ware het niet dat zijn rijmelarij ronduit infantiel is als je haar leest:

het menselijk ras is in één woord ver derfelijk,

verwerpelijk, en het lijkt wel erfelijk

maar ja, wie luistert nou naar deze idioot?

want over honderd jaar zijn we toch allemaal dood!

Het merkwaardige is dat een uitermate slappe tekst als deze veel minder irriteert als hij met muziek ten gehore wordt gebracht.

Hoewel het boekje dus niet op eigen benen kan staan, biedt de vormgeving ervan een interessante aanwijzing voor de interpretatie van het geheel. Op het omslag staat namelijk het metronet van Fantoomstad afgebeeld. De stadsdelen die de ondergrondse aandoet hebben de vorm van menselijke organen. Dit suggereert niet alleen dat de stad een levend organisme is, maar ook dat de echte probleemwijken zich in onszelf bevinden: 'binnenin het menselijk lichaam/ heerst een permanente oorlog/ ongeveer zoals op de balkan'.

Wie een uur in dit innerlijk Sarajevo wil ronddwalen, moet eerst een halve fles slechte wijn drinken en dan de cd heel hard afspelen: hij zal zich niet vervelen. Maar het boekje kan hij beter dichtlaten.

Piet Gerbrandy

De Sprooksprekers: Eindhalte Fantoomstad.

Prometheus; 64 pagina's; ¿ 39,90.

ISBN 90 5333 541 2.

DJAX Records DJAX 10035.

Meer over