Interview

Ronald Waterman spreekt na tientallen jaren toch over de oorlog: ‘Ik moet getuigen omwille van alle mensen die zijn omgekomen’

Ronald Waterman bij de koffers in zijn berging, met daarin de juiste paperassen voor elk land waar hij als adviseur kustbeheer naartoe kan worden geroepen. ‘Ik heb altijd het gevoel gehouden dat ik zó weg moet kunnen.’ Beeld Aurélie Geurts
Ronald Waterman bij de koffers in zijn berging, met daarin de juiste paperassen voor elk land waar hij als adviseur kustbeheer naartoe kan worden geroepen. ‘Ik heb altijd het gevoel gehouden dat ik zó weg moet kunnen.’Beeld Aurélie Geurts

Ronald Waterman overleefde concentratiekamp Theresienstadt en werd een wereldberoemde ingenieur. Altijd zweeg hij over de oorlog. Tot een paar jaar geleden. Toen besloot Waterman dat hij de plicht had er wel over te spreken – zoals dinsdag bij de Dodenherdenking in Delft.

Voor Ronald Waterman moeten de 128 attachékoffertjes in de berging een enorme geruststelling betekenen. Hij opent de deur, een glimlach onder de randloze brillenglazen, en wijst naar de blauw-zwarte zee aan bagage, met daarin de juiste paperassen voor elk land waar hij als adviseur naartoe kan worden geroepen – komt er een uitnodiging, dan kan hij mét het juiste koffertje meteen de deur uit.

Later zal hij in de lichte woonkamer van zijn Delftse woning vertellen over die beklemmende maanden van 1942, toen zijn ouders, uit voorzorg, alvast hun spullen hadden ingepakt. Rugzakken, dekenrollen en bestek lagen klaar onder de trap voor als onverwachts het vertreksein zou komen. Nee, zegt hij, het is niet vreemd om tussen de koffertjes van nu en de gebeurtenissen van toen een verband te zien. ‘Ik heb sindsdien altijd het gevoel gehouden dat ik zó weg moet kunnen.’

Het is deze week 76 jaar geleden dat Waterman als jongetje van 10 in concentratiekamp Theresienstadt door de Russen werd bevrijd. Dat kamp, gevestigd in een Tsjechische vestingstad, is bekend komen te staan als een plek met een mild regime, het was het kamp waar de nazi’s een propagandafilm lieten opnemen die de buitenwereld om de tuin moest leiden, met beelden van volkstuintjes, nepcafés en voetbalwedstrijden.

Maar van de bijna 140 duizend Joden die er vanuit heel Europa naartoe werden gedeporteerd, waren er bij de bevrijding nog geen drieduizend over. De rest was onder barre omstandigheden gestorven, of afgevoerd naar de vernietigingskampen.

Graupensuppe

Na de oorlog sprak Waterman nooit meer over wat hij had meegemaakt, zelfs zijn Joodse achtergrond hield hij achterwege, vanwege oplaaiend antisemitisme. Hij ontwikkelde zich tot een vooraanstaand ingenieur, internationaal expert op het gebied van landwinning, reisde de wereld over voor advieswerk, gaf tweeduizend lezingen over zijn vakgebied, was 33 jaar Statenlid in Zuid-Holland, hij sprak vooral over zijn werk.

Totdat hij zich een paar jaar geleden realiseerde dat het zijn plicht is om ook zijn oorlogsherinneringen te delen: ‘Als overlevende moet ik getuigen omwille van alle mensen die zijn omgekomen.’

Dinsdag houdt hij een lezing in Delft, vorig jaar sprak hij op een herdenking in Rotterdam, waar hij brak toen hij met zijn toehoorders het beeld deelde dat hem nooit meer heeft losgelaten: de volgepakte trein die binnenkwam uit een ander kamp, de lijken die daaruit vielen, de twee gedaanten die naar hem toekropen toen ze zagen dat hij een kom Graupensuppe voor ze had neergezet, de ene man die voor zijn ogen de andere andere doodsloeg om die kom waterige soep te kunnen bemachtigen en toen ter plekke ook bezweek. ‘Ik heb in de diepste afgrond gekeken van de menselijke ziel, ik heb gezien wat de één de ander kan aandoen. Dat verandert je voor altijd.’

Documenten en paperassen uit een van de koffers van Ronald Waterman, als ingenieur gespecialiseerd in bouwen met de natuur. Beeld Aurélie Geurts
Documenten en paperassen uit een van de koffers van Ronald Waterman, als ingenieur gespecialiseerd in bouwen met de natuur.Beeld Aurélie Geurts

Zijn herinneringen zijn gedetailleerd en gedocumenteerd: alles wat hij die lange middag zal vertellen, kan hij staven met kaarten, boeken, papieren, zijn woonkamer ligt bezaaid met stapels paperassen – ook een weerslag van het verleden. ‘In de oorlog hing ons leven af van een stempel of een document. Sindsdien ben ik alles wat ik weet of zeg gaan vastleggen, zodat anderen nooit kunnen zeggen dat dingen niet kloppen.’

Kasteel De Schaffelaar

Zijn vader Hein Waterman was hoogleraar chemische technologie aan de TU in Delft en slaagde erin om met zijn gezin op een lijst met beschermde Joden te komen, een groep die vanwege bijzondere verdiensten voor de samenleving uitgezonderd zou worden van transport. In het voorjaar van 1943 werd de 8-jarige Ronald met zijn ouders, zijn zus en zijn twee broers met ruim zeshonderd anderen door de Duitsers naar kasteel De Schaffelaar in Barneveld gebracht. Voor zijn vader, ontslagen op de universiteit, beroofd van zijn bezittingen en gebrandmerkt met een Jodenster, moet dat vreselijk zijn geweest, realiseert hij zich, maar voor de kleine Ronald was de tijd in Barneveld een oase: de andere kinderen droegen óók een ster, hij sloot er vriendschappen voor het leven.

Daar, in de bossen bij het kasteel, is zijn liefde voor de natuur en de wetenschap ontstaan, vertelt hij. Een van de geïnterneerden was entomoloog Emanuel Speijer, die een paar kinderen tot assistent benoemde en samen met hen duizenden insecten ving en prepareerde. Die hele collectie is het kamp uit gesmokkeld en behoort nu tot de topstukken van museum Naturalis.

Van Westerbork naar Theresienstadt

Na die zorgeloze maanden sloegen de nazi’s alsnog toe. Alle Barneveld-Joden werden naar Westerbork gebracht. Op 4 september 1944 werd het gezin Waterman met ruim tweeduizend anderen op transport gesteld naar Theresienstadt. Twee dagen en nachten in volgepakte veewagens, zonder eten en drinken, met een ton als wc. Waterman herinnert zich de aankomst, de deur die werd ontgrendeld, het geschreeuw, de klappen die zijn vader kreeg, de volgepakte slaapzolders met een enkel toilet, de weg ernaartoe geplaveid met diarree.

Daarna het karige rantsoen (‘In de soep kon je met veel geluk onderin wat gortkorrels terugvinden’), de angst voor een nieuwe deportatie, de dwangarbeid. Hij werd tewerkgesteld bij de technische afdeling, zijn oudere broers moesten kleding ontluizen met het beruchte Zyklon B, het gas dat ook in gaskamers werd gebruikt. Ze liepen allebei vlektyfus op, de oudste ook tbc.

Toen de geallieerden oprukten en de kampleiding sporen wilde uitwissen, kregen ze een laatste sinistere opdracht: de jongens uit het kamp moesten een menselijke keten vormen helemaal tot aan de Eger, een zijrivier van de Elbe, terwijl ze 34 duizend doosjes overgooiden met menselijke as. De overblijfselen van de Joden die in het kamp waren gecremeerd moesten worden vernietigd en in de rivier worden gedumpt. ‘Ieder doosje had een naam en een nummer, iedereen die daar is omgekomen is door mijn handen gegaan. Ja, ik besefte wat we aan het doen waren. Ik registreerde het, meer niet. De lege dozen werden verbrand.’

Theresienstadt in 1945. Ronald Waterman werd in september 1944 met zijn familie op transport gesteld naar het concentratiekamp. Beeld Getty
Theresienstadt in 1945. Ronald Waterman werd in september 1944 met zijn familie op transport gesteld naar het concentratiekamp.Beeld Getty

Toen het Rode Leger op 8 mei 1945 het kamp bevrijdde, troffen de militairen er ellendige omstandigheden aan. Van de 2.081 Nederlandse Joden die in augustus 1944 met transport XXIV/7 naar Theresienstadt waren gekomen, overleefden er 804 de oorlog. Onder hen het hele gezin Waterman. Begin juni werden ze via het Franse Metz naar Nederland gevlogen.

Zijn vader keerde terug naar de TU, waar hij later rector magnificus zou worden. Ronald, die na de invoering van de Jodenster in de tweede klas van school was gestuurd, kwam in de vijfde klas terecht, bij kinderen met wie hij niets deelde. ‘Ik vond ze kinderlijk, door wat ik had meegemaakt, was ik in een klap volwassen geworden.’ Over de oorlog werd, ook thuis, niet meer gesproken.

In het SS-hoofdkwartier

Waterman koos de richting van zijn vader, deed in Delft en in de Verenigde Staten drie technische studies, maar twintig jaar na de bevrijding kreeg hij een enorme inzinking. Die depressie, zegt hij nu, had onmiskenbaar te maken met zijn oorlogsverleden. Wat hielp was een grondige analyse van wat hem en die miljoenen anderen was overkomen.

Tot in detail deed hij onderzoek, naar de wortels van het antisemitisme, naar wat er in de kampen was gebeurd – zijn boekenkast getuigt van die zoektocht. Met zijn twee jongste kinderen keerde hij terug naar Theresienstadt. Bij zijn laatste bezoek verbleef hij er in een hotel dat eerder het hoofdkwartier van de SS was geweest. ‘Dat voelde als een overwinning, ze hadden mij niet klein gekregen.’

Ronald Waterman opent een van zijn 128 attachékoffers. Beeld Aurélie Geurts
Ronald Waterman opent een van zijn 128 attachékoffers.Beeld Aurélie Geurts

Met hard werken heeft hij de herinneringen op afstand weten te houden. Hij presenteert een vuistdik boek over kustbeheer en landaanwinning waarin de werkwijze wordt beschreven die hem internationale faam heeft bezorgd. Hij doceert: ‘Integraal, multifunctioneel en duurzaam kustbeleid via Bouwen met de Natuur’: niet langer dammen of dijken bouwen als bolwerken tégen de zee, maar in plaats daarvan stranden en duinen, in harmonie mét de zee. Alleen al in Nederland is volgens die methode op elf plaatsen langs de kust ruim 3.500 hectare land in zee ontwikkeld. Zijn ideeën liggen mede ten grondslag aan onder meer de Slufterdam, de Tweede Maasvlakte en Seaport Marina bij IJmuiden.

Voorrecht

Zijn palmares is eindeloos, hij is adviseur van ministeries, gastdocent bij zeven universitaire instellingen, hij vliegt de wereld over om landen bij te staan bij vraagstukken over de kustlijn. Over zijn werk is zelfs een documentaire gemaakt, The Waterman Files, waarin premier Rutte hem ‘een icoon’ noemt. Maar dinsdag zal hij tijdens de Dodenherdenking in Delft weer even die verdrietige reis naar zijn verleden maken en de waarde benadrukken van vrijheid, democratie en tolerantie.

Alles in zijn leven draagt nog de sporen van de oorlog. De koffertjes in de berging. De gedrevenheid om alles te documenteren. En vooral de enorme drang om iets van zijn leven te maken. ‘Als je het voorrecht hebt gehad om te overleven, moet je met je talent iets tot stand brengen voor de Nederlandse samenleving. Ik denk dat me dat redelijk is gelukt.’

Meer informatie: ronaldwaterman.nl

Meer over