Ronald Plasterk

De minister van OCW moet elke ochtend de minieme knopjes van zijn boord dicht prutsen...

Over medewerkers en oud-medewerkers van de Volkskrant uiteraard geen kwaad woord, en al zeker niet als ze minister zijn geworden. In dit geval minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: de weledelachtbare heer Ronald Plasterk. De minister met de immer optimistische uitstraling heeft de unieke gewoonte om zijn button-down overhemd met een stropdas te dragen. Hoewel er bij elk modedictaat wel iemand te vinden is die glashard het tegendeel beweert, blijft een overhemd waarvan het boord met knopen is vastgezet zich volgens alle kenners toch lastig verhouden tot de stropdas. Dat begint al bij het begin.

Het overhemd met de button-down kraag is ruim honderd jaar geleden uitgevonden voor de polosport, want op een galopperend paard is het verdraaid lastig als de boordpunten in het gezicht waaien. Om dezelfde reden werd een ruig wedstrijdje polo zonder stropdas gespeeld, want je kunt een lelijke val maken met zo’n stropdas in je ogen. Het overhemd met het vastgezette boord werd dus bedacht voor een dasloze situatie. (Inmiddels draagt men bij polo een polo in plaats van een overhemd.)

Dan het gehannes bij het aankleden. Zonder een butler is ‘t amper te doen om die das onder het vastgeknoopte boord te wurmen. En éérst stropdas om en dán de minieme knoopjes dicht prutsen geeft gegarandeerd een taai ochtendhumeur. Een derde ding dat tegen de button-down met stropdas pleit: het ziet eruit als een beetje te veel. Het is zoals een broek met riem én bretels, een mobieltje én een Black- Berry, of sandalen met sokken.

Hoe het dan wel moet? Button-down staat voor vrije tijd, dus zonder das, maar kan volgens de opvattingen van het mannenmode- orakel Thom Browne ook mét das en met de boordpunten losgeknoopt.

Is Plasterks kleedgedrag daarmee verboden? Geenszins! Er is geen mooiere stijl dan éígen stijl: zie de paarse feestpakken van Prince, of het altijd dichtgeknoopte overhemd (zonder das) van milieuprofessor Lucas Reijnders. Hoe langer de drager die eigen stijl volhoudt, hoe sterker het een identiteit wordt. En dus pleit het voor de minister dat hij zich niets aantrekt van de heersende mode van een te volumineuze strop om een ‘Italiaans’ hemd met scherp weggesneden boord.

Plasterk kleedt zich manmoedig als een handelsvertegenwoordiger uit de jaren tachtig, hoewel ik hem tegenwoordig steeds vaker met een tab collar shirt op de tv zie verschijnen, een chique variant van de button-down, met een verbindingsflap tussen de beide boorden voor hetzelfde sculpturale effect. Nog even, en de minister draagt zo’n wufte gouden pin door zijn boorden. Goed, het is gemierenneuk over details, maar daar gaat mannenmode nu eenmaal over.

Meer over