Rome en Havana hand in hand

FIDEL Castro probeert Johannes Paulus voor zijn karretje te spannen. Maar wat heeft omgekeerd de paus aan Fidel Castro? Dat de Cubaanse leider munt probeert te slaan uit het hoge bezoek uit Rome, is begrijpelijk....

JAN VAN DER PUTTEN

Ondanks het oprukken van de sekten is Latijns Amerika nog altijd het continent met de meeste katholieken. Al jaren geleden had de paus alle Latijns-Amerikaanse landen bezocht op één na. Cuba kwam hij niet in. Rome en Havana lagen immers op twee verschillende planeten.

Morgen landt paus Wojtyla in Havana. Wat heeft hij voor met zijn bezoek? Komt hij Castro bekeren? Er zijn speculaties dat de atheïstische jefe máximo sinds zijn gesprek met de paus in Rome, ruim een jaar geleden, last heeft van religieuze oprispingen.

De grijsaard zou terug willen keren naar het geloof van zijn jeugd, toen hij op een jezuïetenschool zat. Vorige week wilde hij een vraag of hij in God geloofde, niet beantwoorden.

Iedere ziel is belangrijk, maar de paus heeft op Cuba nog belangrijker dingen te doen dan die van Fidel te redden. Het communisme ten val brengen soms? Geen sprake van, althans niet op korte termijn. Zeker, deze Poolse paus heeft gedreven de Muur bestormd.

De val van het communisme in Oost-Europa is voor een belangrijk deel aan hem te danken. Maar sindsdien is er veel gebeurd, en Havana is Berlijn, Warschau of Moskou niet.

De paus had gehoopt dat na de verdwijning van het godloze communisme de oude spiritualiteit in Oost-Europa zou herleven. In plaats daarvan kwam een keihard kapitalisme zonder regels, waarin niet God centraal stond maar de mammon. Dat mag van de paus niet opnieuw gebeuren in Cuba.

De kerk is er al lang niet meer op uit, Castro en het communisme tegen elke prijs weg te krijgen. Zolang het alternatief voor het huidige regime bestaat uit een rechts revanchistisch bewind van de rijke anticastristen uit Miami, doet de kerk liever zaken met de comandante en jefe zelf.

De bisschoppen hebben zich opgeworpen als bemiddelaars tussen de Cubanen van alle gezindten. De paus zal tijdens zijn bezoek een krachtige stimulans geven aan deze verzoeningspoging.

Uiteindelijk zou die dialoog zonder geweld en zonder destabilisatie moeten leiden tot een geleidelijke overgang naar een open maatschappij, waarin de kerk volop kan gedijen.

Een zwakke kerk maakt die strategie onmogelijk. De laatste jaren was de Cubaanse kerk al uitgegroeid tot de grootste macht na de communistische partij. De komst van de paus heeft haar zo sterk gemaakt, dat ze haast de evenknie van het regime is geworden. Daardoor wordt een botte weigering van de dialoog heel moeilijk.

De paus wacht er zich wel voor die strategie te torpederen door Castro tegen zich in het harnas te jagen. Daarom weigerde hij in 1996 van hem een mea culpa te eisen als voorwaarde voor de ontvangst ten Vaticane, zoals sommige prelaten hadden gewild.

Daarom ook zal de paus in Cuba niet alleen complete godsdienstvrijheid vragen en respect voor alle andere mensenrechten, maar ook benadrukken dat Rome en Havana dichter bij elkaar liggen dan iedereen denkt.

Hoe vaak is de oude pontifex al niet van leer getrokken tegen het wild-west-kapitalisme, tegen onderdrukking en uitbuiting, honger en armoede? De buitenlandse schuld, het grootgrondbezit en al die andere plagen van de Derde Wereld, hij heeft ze allemaal vaak aan de kaak gesteld.

In Cuba zal hij met deze standpunten luid applaus oogsten. Het is taal die Castro graag wil horen, want hij spreekt haar zelf. Pas zei hij dat op de FAO-hongerconferentie in Rome in 1996 de radicaalste toespraken werden gehouden door hemzelf en door de paus.

Een rijke westerling doet de Poolse paus graag af als een fanatieke verdediger van het kerkelijk leergezag en van een achterhaalde seksuele moraal. Op het gebied van de politieke en sociale moraal gedraagt hij zich even fanatiek, maar dan als verdediger van de menselijke waardigheid.

Dat neemt Fidel Castro hem in alle dank af. De Cubaanse president heeft in de paus van Rome een medestrijder ontdekt voor sociale gerechtigheid en tegen het wilde kapitalisme, waarin niet de mens maar de winst telt. Castro heeft de paus al tot zijn bondgenoot uitgeroepen in de strijd tegen het Amerikaanse imperialisme, vanwege de kerkelijke veroordeling van het neoliberalisme en van het embargo tegen Cuba.

Voor de paus zijn de volken belangrijker dan hun regeringen. Daarom is hij tegen iedere handelsboycot, omdat die niet het regime maar de bevolking treft. Voor de Cubaanse bevolking heeft hij een democratische toekomst in petto. Voor dat plan heeft hij voorlopig Castro zelf nodig. Laten die twee elkaar in Cuba maar de hemel in prijzen. Hoe beter ze het met elkaar kunnen vinden, des te groter de hoop dat Cuba zonder trauma's een nieuwe tijd ingaat.

Jan van der Putten

Meer over