Rolletje King op de prairie

Gereformeerden in de VS van Nederlandse komaf houden hun religieuze identiteit staande in de moderne maatschappij. Het is wel een permanente worsteling tussen aanpassing en isolement....

Door Ben van Raaij

Faam Drop en King Pepermunt zijn tijdens de kerkdienst nog altijd populair. Wie bij het woord king direct aan pepermunt denkt, is beslist gereformeerd, grappen ze bij de Amerikaanse Christian Reformed Church. Het is een van de weinige aspecten die nog direct verwijzen naar de Nederlandse oorsprong van dit kerkgenootschap. Maar het geloof der vaderen leeft.

Er zijn heel wat Nederlands-Amerikaanse groeperingen in de VS, veelal van (streng) gereformeerden huize en gevestigd in staten als Michigan en Iowa. Deze week was er een symposium aan de Vrije Universiteit over deze duurzame Nederlandse gemeenschappen in de VS en Canada, georganiseerd door onder meer het Historisch Documentatie Centrum van het Nederlands Protestantisme aan de VU en het Roosevelt Study Center in Middelburg.

De titel van het congres, Klonten in de smeltkroes, dekt de centrale vraag. Nederlandse emigranten assimileren veelal geruisloos in hun nieuwe vaderland. Hoe hebben deze behoudende protestantse groepen dan sinds de 19de eeuw hun identiteit in de Amerikaanse melting pot kunnen behouden? En welke rol speelde hun geloof daarbij?

Je kunt de vraag ook algemener stellen, zegt prof. dr. Gerard Dekker, emeritus-hoogleraar godsdienstsociologie aan de VU en een van de sprekers op het congres. 'Hoe overleef je als kleine subcultuur in een vreemde omgeving?'

De geschiedenis van de gereformeerde kerken in de VS gaat terug tot de oudste kerk in Nieuw-Amsterdam, New York, de van 1628 daterende en nog altijd bestaande Collegiate Dutch Reformed Church. De Dutch Reformed Church maakte zich in 1772, kort voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd, los van Nederland en werd de Reformed Church in America (RCA).

Na 1840 trok een nieuwe golf calvinisten naar het beloofde land. Ze kwamen voort uit de pistische Afscheiding van 1834, de oudste tak van de Gereformeerde Kerken in Nederland, en hoopten te ontsnappen aan de in 1816 door Willem I gestichte Nederlands Hervormde Kerk, een staatskerk die in hun ogen de vrije geest van de Synode van Dordt (1619) knevelde.

Zo waren er de pioniers van dominee Albertus van Raalte, die in 1846-'47 neerstreken in de wildernis van Holland, Michigan. De groep van dominee Hendrik Scholte koos in 1847 voor de prairies van Pella, Iowa, 'stad van de toevlucht' (en van revolverheld en supersheriff Wyatt Earp). Beide steden zijn nog altijd centra van de Nederlands-Amerikanen, al koos de eerste groep voor de RCA en de tweede voor de striktere Christian Reformed Church (CRC), die in 1857 werd opgericht.

De eerste settlers kampten met barre winters en vijandige indianen, maar waren vastbesloten te slagen. Ze begonnen met landbouw en later met nijverheid. Dominees en kerkboeken kwamen nog lang uit Nederland, maar al snel werden eigen scholen en later ook theologische opleidingen gesticht, zoals Hope College (RCA) in Holland en Calvin College (CRC) in Grand Rapids, Michigan.

Net als in het moederland ontwikkelden de Amerikaanse mannenbroeders een voorliefde voor afscheiding. Die weerspiegelde deels de twisten in de Nederlandse reformatie, zoals de uittocht van Abraham Kuypers 'kleine luyden' uit de Hervormde Kerk (de Doleantie van 1886) en de afscheiding van de vrijgemaakt gereformeerden in 1944, die domineerden in de grote emigratiegolf van na 1945. Maar ook tegenwoordig wordt nog gesplitst. Zo ontstonden recent de splintergroepen United Reformed Churches en Heritage Netherlands Reformed Church.

Die voor buitenstaanders onbegrijpelijke processen kwamen behalve uit dogmatische haarkloverijen ook voort uit angst voor 'onchristelijke amerikanisering'. Zo was er eind 19de eeuw heibel over de vrijmetselarij, begin 20ste eeuw over de introductie van de Engelse taal in de kerk en het zingen van hymnen naast de psalmen. Ook de toelaatbaarheid van openbaar onderwijs was een splijtzwam. Tegenwoordig betreft het vooral de rol van de vrouw.

Uitgehold raakt pikant genoeg het calvinistische leerstuk van de predestinatie, in een cultuur die vrije keuze en vrijheid van handelen boven alles stelt. Volgens Dekker hellen de meeste gereformeerden in de VS nu over naar het arminianisme (God houdt van alle mensen, niet alleen van de uitverkorenen), voor bevindelijken een gruwel.

De Amerikaanse hoogleraar Robert Swierenga rangschikte op het congres het palet van Nederlandse gereformeerden in de VS op een as van assimilatie tot isolement. De grootste kerken zijn niet toevallig het rekkelijkst: de Reformed Church in America (met driehonderdduizend leden) en de Christian Reformed Church (275 duizend leden). Zij groeien toe naar het nogal evangelische Amerikaanse protestantisme.

Via de Orthodox Christian Reformed, United Reformed, Protestant Reformed, Free Reformed, Associate Reformed en Independent Reformed Churches komen we uit bij de zware orthodoxie: Old Reformed en Netherlands Reformed. De meeste groepen tellen slechts een paar duizend leden.

Toch zijn veel van deze groepen voorbeelden van geslaagde emigratie, stelt prof. dr. Peter Ester, socioloog aan de Universiteit van Tilburg. 'Ze hebben een eigen religieus en cultureel erfgoed, dat hen apart zet. Daar zijn ze heel zelfbewust over. Maar in alle andere opzichten zijn ze echte, vaak succesvolle en zeer welvarende Amerikanen.'

De geslaagde integratie van de Nederlandse groepen in de VS verklaart Ester uit hun omvangrijke 'sociaal kapitaal'.

'Ze hadden en hebben sterke gemeenschapsbanden, waarden en normen zoals Balkenende die graag ziet, een enorme wil om te slagen. En ze investeren in de nieuwe generaties. Dat heeft zeker ook te maken met hun calvinisme: een sterk geweten, arbeidsethos, verantwoordelijkheidsbesef.'

De band met het oude land is inmiddels sterk verwaterd, meent Ester, en blijft beperkt tot tulpenfestivals, wat Nederlandse woorden en een openluchtmuseum met oud-Hollandse huisjes in Holland, Michigan. 'Being Dutch stelt naar buiten toe dus weinig voor. Het is vooral symboliek geworden.'

Kunnen de Nederlandse gereformeerden in de VS ons ook iets leren over hoe het moslims in Nederland zal vergaan? Dekker: 'Mensen kunnen hun identiteit alleen behouden als ze echt een groep vormen en voldoende omvang hebben. Anders wordt het dilemma afscherming en isolement, of aanpassing en assimilatie.' Swierenga spreekt van 'muren of bruggen'.

De uitweg is bezinnen en schipperen, zegt Dekker: het wezenlijke behouden, de rest opgeven. Zo gaan veel gereformeerden in de VS vanwege de afstanden inmiddels met de auto ter kerke. 'Dat vereist wel dat je je eigen ideologie als een historisch geheel durft te relativeren. En dat geldt in feite evenzeer voor de moslims in Nederland.'

Hoe succesvol zo'n strategie van schipperen kan zijn, tonen de Amish, zegt Ester, die een boek schreef over deze doopsgezinde boerengemeenschap van Duits-Zwitserse afkomst in Lancaster County, Pennsylvania. Hun traditionele Ordnung sluit krijgsdienst, hoger onderwijs, elektriciteit, auto's en ander modern comfort uit, maar verder zijn ze probleemloos geegreerd.

'Ze volgen al honderden jaren lang een dubbele strategie: afstand tot schipperen met de moderne samenleving. Ze veranderen wel degelijk, maar weloverwogen: binnen de grenzen van hun collectieve waarden, zoals eenvoud, nederigheid en Gelassenheit.'

Heel wat anders dan het militante fundamentalisme dat sommigen zien oprukken onder moslims in het westen. Dekker: 'Zo'n radicalisering zie je ook wel bij bevindelijk gereformeerden in Canada. Die zijn veel strenger dan hun grootouders toen die in de jaren vijftig emigreerden. Als minderheid in den vreemde ga je de puntjes op de i zetten.'

Maar deze gereformeerden leven in een christelijke maatschappij die tolerant is ten aanzien van hun strikte leer. Jonge moslims verkeren in een andere situatie. Dekker: 'Wij drijven ze samen door aan te geven dat we ze niet moeten. Natuurlijk denken sommigen dan: we zullen jullie wat laten zien.'

Meer over